donderdag, 14 november 2019

Mensen waarbij extreme eetlust niet tussen de oren zit

Aandoeningen die invloed hebben op hongergevoelens

Eten. De één taalt er niet naar. De ander is er altijd mee bezig. De zogenoemde voedselliefhebbers, Bourgondiërs en levensgenieters hebben regelmatig te maken met een innerlijk snoep- en snackmonoloog. Wie met regelmaat voor de bijl gaat, zal op den duur aankomen. Dat is niet alleen jammer, maar ook ongezond. Gelukkig bestaan er tips en trucs om eetlust onder controle te krijgen. Echter, bij sommige mensen is het geen kwestie van gewoontes afleren en nieuwe gewoontes aanleren. Sommige mensen hebben door mutaties (fouten) in de genen altijd extreme trek.

Leptine-mutaties

Leptine is één van de bekendste hormonen die in verband is gebracht met overgewicht. Ons vetweefsel is verantwoordelijk voor de productie van leptine. Hoe meer vetweefsel er is, des te hoger de leptineconcentratie in het bloed zal zijn. De hypothalamus, een hersengebied, houdt deze leptineconcentraties nauwlettend in de gaten. Als de leptineconcentratie te hoog wordt, zal de hypothalamus hierop reageren door de eetlust te remmen en lichaamsbeweging te stimuleren. Via dit mechanisme proberen leptine en de hypothalamus om het lichaam in energiebalans te houden. Dat wil zeggen dat er evenveel energie (via de voeding) binnenkomt als je nodig hebt. Het lichaamsgewicht blijft dan onveranderd.

Bij mensen met overgewicht en ernstig overgewicht (obesitas) werkt leptine anders. Dit komt doordat mensen met overgewicht - ondanks hoge leptineconcentraties in het bloed - ongevoelig zijn geworden voor de werking van leptine. Dit wordt ook wel leptineresistentie genoemd. Is leptineresistentie dan bij iedereen de oorzaak van overgewicht? Nee. Leptineresistentie is het gevolg van overgewicht (door een ongezondere leefstijl). Het kan echter wel de mate van verder gewichtstoename versterken. Het aanleren van een gezondere leefstijl (gericht op voeding, beweging, voldoende slapen en omgaan met stress) is de belangrijkste oplossing.

In zeldzame gevallen, hebben mensen te maken met aangeboren leptine-mutaties en/of leptinereceptor-mutaties. Naar schatting heeft drie procent van de kinderen met obesitas (onder de tien jaar) een leptinereceptor-mutatie. Als het gevolg van dergelijke mutaties, kunnen er leptinetekorten (leptinedeficiënties) ontstaan. Een tekort aan leptine is geassocieerd met extreme eetlust en obesitas overgewicht in mensen en knaagdieren (de welbekende ob/ob en db/db-muizen).

FTO polymorfisme

FTO staat voor: FaT mass and Obesity associated gene. Met andere woorden: een gen (bevat genetisch materiaal/DNA) dat invloed heeft op vetmassa, overgewicht en obesitas Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat één of meer aangeboren polymorfismen (fouten) in dit gen geassocieerd is met het lichaamsgewicht, vetmassa en de middelomtrek. Vermoedelijk is een deel hiervan toe te schrijven aan een verminderde verzadiging (zie leptine), waardoor er meer gegeten wordt. Fouten in dit gen komen vaker voor bij Europeanen, dan bij Afrikaanse Amerikanen, Chinezen en Japanners. Naar schatting heeft ongeveer 63 procent van de Europeanen ten minste één fout in het FTO-gen. Iedere fout in het FTO-gen kan leiden tot ongeveer 1,3-2,1 kg gewichtstoename. Daarbij is uitgegaan van een lichaamslengte van 1.80 meter. Meerdere fouten in het FTO-gen (naar schatting in 16 procent van de Europeanen) kunnen leiden tot ongeveer 3-4 kg gewichtstoename. Het hebben van één of meer fouten in het FTO-gen, wil niet zeggen dat diegene voorbestemd is om overgewicht of obesitas te krijgen. Leefstijl heeft een veel grotere invloed op het lichaamsgewicht.

Prader-Willie Syndroom

Het Prader-Willie Syndroom (PWS) is een zeldzame aangeboren aandoening. Ongeveer één op de 15.000 à 20.000 baby’s krijgt de diagnose PWS. De oorzaak van PWS ligt op chromosoom vijftien. Een aantal genen op dit chromosoom ontbreken of beide chromosomen vijftien zijn afkomstig van de moeder (in plaats van één van de vader en één van de moeder). De kenmerken behorend bij PWS zijn onder andere: een afwijkende lichaamssamenstelling (meer vetmassa en minder spiermassa), spierzwakte op jonge leeftijd, cognitieve beperkingen, gedragsproblemen en een vertraagde groei en ontwikkeling. Daarnaast hebben mensen met PWS een extreme eetlust (ook wel hyperfagie of vraatzucht genoemd) en extreem eetgedrag (waaronder eten uit vuilnisbakken en eten van bevroren voedsel). Waarschijnlijk spelen verhoogde ghrelineconcentraties in het bloed hierin een rol. Verhoogde ghrelineconcentraties zijn namelijk geassocieerd met eetbuien. Samen met een vaak lagere lichamelijke activiteit en een lagere energiebehoefte (50 tot 75 procent van de “normale” energiebehoefte), hebben mensen met PWS een groot risico op obesitas. Bovendien maakt de cognitieve beperking het lastiger om het eetgedrag in de hand te houden.

Bardet-Biedl Syndroom

Ook het Bardet-Biedl Syndroom (BBS) is een zeldzame aangeboren aandoening. Ongeveer één op de 125.000 tot 160.000 Europese baby’s krijgt de diagnose BBS. Het is een erfelijke aandoening. De kenmerken van BBS zijn onder andere: geleidelijk aan blind worden (beginnend met nachtblindheid), nierproblemen, afwijkende geslachtsorganen en gedragsproblemen. Bovendien hebben mensen met BBS vaak obesitas. Waarschijnlijk komt dit doordat mensen met BBS zich minder snel verzadigd voelen dan mensen zonder BBS. Hierdoor gaan zij meer eten. Dit kan verklaard worden doordat mensen met BBS vaak een combinatie hebben van leptineresistentie en een leptinereceptor-mutatie.

Alström syndroom

Een andere zeer zeldzame aangeboren aandoening is het Alström syndroom. Over de hele wereld zijn er ongeveer 950 mensen bekend met het Alström syndroom. De kenmerken van het Alström syndroom zijn onder andere: slecht zicht, slecht gehoor, een tragere motorische ontwikkeling en taalontwikkeling, hartfalen en het krijgen van diabetes mellitus type II. Het geboortegewicht is normaal, maar na verloop van tijd (binnen zes tot twaalf maanden) ontstaat er vaak overgewicht. Sommige wetenschappelijke onderzoeken hebben aangetoond dat dit komt door hyperfagie (vraatzucht). Andere onderzoeken hebben dat echter niet kunnen aantonen.

Conclusie

Er bestaan zeldzame genetisch aangeboren aandoeningen waarbij mensen als het gevolg van een grote eetlust (te) veel eten. Deze aandoeningen zijn veelal geassocieerd met overgewicht en obesitas. Bij de rest van de wereldbevolking hebben andere factoren invloed op het ontstaan van overgewicht, zoals: leefstijl, sociale economische status en leefomgeving.

Bronnen