dinsdag, 20 augustus 2019

De aarsmade: een kwaaie pier

Help, wormpjes!

Bijna iedereen krijgt er vroeg of laat mee te maken: aarsmaden. Infecties met aarsmaden zijn de meest voorkomende worminfecties in Nederland en met name erg vervelend door de jeuk waarmee zo'n besmetting gepaard gaat. Het krijgen van wormpjes wordt beschouwd als een typische kinderkwaal, maar ook volwassenen kunnen besmet worden.

De officiële naam van de aarsmade is Enterobius vermicularis of oxyuris en hij behoort tot de de rondwormen. Een besmetting met deze darmparasiet noemen we enterobiasis. In de volksmond heeft iedereen het echter over 'wormpjes'. Je ziet ze na besmetting in de ontlasting zitten en de jeuk kan gekmakend zijn.

Typische mensenworm

Wormpjes worden met name in crèches of kleuterscholen verspreid. Naar schatting is zo'n 60  procent van de kinderen besmet of wel eens besmet geweest. Ook volwassenen kunnen een wormbesmetting oplopen.

De aarsmade is een mensenworm. Huisdieren hebben hun eigen worminfecties en kunnen de mensenvariant niet oplopen of overdragen. Een wormbesmetting is onschuldig en heeft hooguit jeukklachten en wat darm- en buikklachten tot gevolg. Wel kan de jeuk mensen uit hun slaap houden, wat tot moeheid en geprikkeldheid leidt. Het krabben kan bovendien ontstekingen en een kapotte huid veroorzaken.

Jeuk

Aarsmaden bevinden zich in het onderste deel van de dikke darm en in de blinde darm. Ze zijn een halve tot een hele centimeter groot, kommavormig en geelwit van kleur. De wormpjes leven ongeveer 8 weken. De wijfjes leggen hun eitjes net buiten de anus, omdat er zuurstof nodig is om ze uit te laten komen. Bij hevige infecties komen ze ook in de  vagina voor, waar ze zich echter niet kunnen voortplanten.  Het kruipen van die wormpjes bij de anus en vagina jeukt. Het gevolg: krabben.

Omdat er wormeitjes door het krabben onder de vingernagels blijven zitten, kan het slachtoffer zichzelf herbesmetten wanneer de vingers in de mond worden gestoken. Maar de eitjes worden via de vingernagels ook verspreid op speelgoed dat andere kinderen weer in de mond steken en via bijvoorbeeld de zandbak, meubels en kleding.

Verspreiding via lucht

Een andere manier waarop besmetting kan plaatsvinden is wanneer ondergoed wordt uitgeklopt of bedden worden opgemaakt. Eitjes die op het textiel aanwezig zijn blijven nog dagenlang besmettelijk en kunnen bij het bed opmaken verstuiven in de lucht en in de mond of zelfs in voedsel terecht komen. Op die manier kunnen hele gezinnen besmet raken.

Wat kun je zelf doen?

Een goede hygiëne is belangrijk om besmetting met aarsmaden te voorkomen en te verhelpen.

• Was de handen met zeep voor en na het slapengaan, voor het eten, na het spelen en na wc-bezoek.
• Gebruik een ander washandje voor boven- en onderlichaam en vervang deze dagelijks
• Knip de nagels van de handen kort en maak ze regelmatig schoon.
• Doe besmette kinderen een nauwsluitend broekje aan, zodat ze niet kunnen krabben. Tegen de jeuk kun je wat vaseline op de bilnaad smeren.
• Verschoon het ondergoed dagelijks. Sla het beddengoed en de nachtkleding iedere ochtend buiten uit. Was het beddengoed, ondergoed en nachtkleding op tenminste zestig graden.
• Stofzuig de vloer dagelijks.
• Maak deurknoppen, kastdeuren, de wc-bril en speelgoed, regelmatig schoon.

Geneesmiddelen

Wanneer de bovenstaande regels goed worden opgevolgd, is het mogelijk een besmetting ook zonder het gebruik van geneesmiddelen uit te roeien. Maar omdat het vaak om kleine kinderen gaat, die het met de hygiëne niet altijd even nauw nemen en men wil voorkomen dat gezinsleden besmet raken, wordt er vaak toch anthelminthica (helminth = worm) geadviseerd. De bekendste werkzame stof – mebendazol - kun je zonder recept in tabletvorm halen bij drogist en apotheek.

Vaak is het voldoende om een kuur van twee tabletten te nemen (eerst één tablet en na 14 dagen de tweede). Door na 2 weken nog een tablet in te nemen, worden ook de pas uitgekomen wormen gedood. Deze dosering geldt zowel voor volwassenen als voor kinderen ouder dan 2 jaar.  Het middel is niet geschikt voor kinderen onder de 2 jaar of zwangeren. Ga dan bij besmetting altijd naar de huisarts.

Gezin ook behandelen?

Vroeger ging men er vanuit dat het hele gezin behandeld moest worden, wanneer er één gezinslid aarsmaden had. Als de normale hygiëne in acht wordt genomen, is dit eigenlijk niet nodig. De infectie treedt vooral op bij kinderen die veel onderling contact hebben maar die nog te jong zijn om deze maatregelen uit zichzelf te nemen. Soms kan het wel verstandig zijn alle kinderen in één gezin te behandelen.

Bron(nen):