zaterdag, 14 december 2019

Baby’s mogen in dezelfde kamer als ouders slapen

Er is nog altijd veel discussie over de slaapplek van baby’s in hun eerste half jaar. Uit recent onderzoek blijkt dat een baby die op de slaapkamer van zijn ouders slaapt, beter slaapt en behulpzamer is.

Het onderzoek werd uitgevoerd door ontwikkelingspsychologe Roseriet Beijers van de Radboud Universiteit en haar collega's. Zij zochten naar de relatie tussen baby’s die het eerste half jaar bij hun ouders op de kamer slapen (room-sharing) en slaap- en gedragsproblemen op latere leeftijd.

'Er wordt veel gespeculeerd over de langetermijngevolgen van room-sharing', legt Beijers uit. 'Er was echter nog geen wetenschappelijk onderzoek beschikbaar dat kinderen langdurig heeft gevolgd, en de slaapplaats vroeg in het leven aan gedrag van het kind later heeft gekoppeld.'

Slaapgedrag

Om meer inzicht te krijgen in het slaapgedrag onderzochten Beijers en haar collega’s bijna 200 baby’s en ouders. Ze volgden kinderen van geboorte tot hun 6e tot 8ste jaar. Ze lieten de moeders, maar ook leraren, rapportages maken van het gedrag van de kinderen. Daarnaast werd het gedrag van de kinderen geobserveerd. Zo konden ze kijken naar slaapproblemen, gedragsproblemen als angst en agressie, maar ook naar zogenaamd pro-sociaal gedrag: de behulpzaamheid voor anderen.

Uit het onderzoek blijkt dat room-sharing niet gerelateerd is aan slaap- en gedragsproblemen op latere leeftijd. Wel lijkt het dat kinderen behulpzamer zijn en beter slapen. Strengere uitspraken wil Beijers niet doen over de effecten van room-sharing op de ontwikkeling van het kind. Daar moet eerst meer onderzoek naar worden gedaan.