zaterdag, 19 oktober 2019

Gezond slapen begint met je houding

Pas je slaaphouding aan en voorkom klachten

Last van hoofdpijn of pijn in je rug bij het opstaan? Klachten aan hoofd, nek en rug kunnen worden veroorzaakt door een slechte slaaphouding. Met de juiste ondersteuning van matras en kussen slaap je een stuk prettiger. Per houding moet je op verschillende dingen letten.

Rugligging

  • Voor een afzonderlijke ondersteuning van het hoofd is een kussen nodig. De dikte die nodig is, is afhankelijk van de kromming van je rug. Hoe krommer deze kromming is, hoe dikker het kussen moet zijn.
  • Een te dik kussen brengt een knik in de wervelkolom teweeg. Ook een te hard kussen veroorzaakt een knik. Bovendien wordt dan een te grote drukkracht op het achterhoofd uitgeoefend. Het is het beste als het kussen vervormbaar is en zowel het achterhoofd als de nek ondersteunt.

Buikligging
 

  • In buikligging wordt de wervelkolom in de nek zwaar belast. Dit is het gevolg van de sterke draaiing van het hoofd naar links of rechts. Deze rotatie is nodig om vrij te kunnen ademen. Een slaaphouding met een gedraaid hoofd brengt vaak nek- en hoofdpijn teweeg.
  • Om het slapen op de buik af te leren, kun je op de slaapkleding aan de voorzijde dikke drukknopen of een klein balletje in een zakje aanbrengen. Dit veroorzaakt veel ongemak als je toch op je buik gaat liggen. Daardoor ga je vanzelf weer op je zij of rug liggen.

Zijligging
 

  • Het hoofd en de halswervelkolom mogen niet te veel afhangen. In zijligging kan dit het geval zijn als de schouders relatief breed zijn. Om dit te vermijden moet het hoofdkussen de nek en het hoofd zo ondersteunen dat de zijwaartse afbuiging beperkt blijft.
  • De wervelkolom mag tussen de schouders en het bekken niet doorhangen. Dit kan voorkomen bij een smalle taille en relatief brede schouders en bekken. Het doorhangen van het laagste deel van de borst en lendenwervelkolom kan pijn veroorzaken. Bij personen met een wespentaille dienen de matras en matrasdrager ter hoogte van de schouders, het bekken en de dijbenen dieper in te veren. Hoe groter de lokale inzakking is, des te beter de wervelkolom horizontaal blijft.