dinsdag, 10 december 2019

Slechte slapers niet per se slechte chauffeurs

Mensen die langdurig aan slapeloosheid (insomnia) lijden zijn niet aantoonbaar minder alert achter het stuur. Althans, niet in een echte auto op de openbare weg, wél als ze in een rijsimulator zitten. Wetenschappelijk onderzoek van de Universiteit Maastricht in samenwerking met de Universiteit van Caen toont aan dat rijprestaties gemeten in een rijsimulator geen automatische voorspeller zijn van rijprestaties op de weg.

Insomnia is niet, zoals soms gedacht wordt, het helemaal niet meer kunnen slapen. Mensen met insomnia hebben structureel moeite met inslapen of doorslapen en rapporteren subjectieve klachten. Feitelijk slapen ze iedere nacht relatief voldoende, maar ze voelen zich vermoeid. 5 tot 10 procent van een gemiddelde bevolking kampt met insomnia.

Meten op de snelweg

Praktijkonderzoek naar de invloed van slaaptekort en insomnia op rijgedrag is schaars. Promovenda Joy Perrier mat de rijprestaties en corticale hersenactiviteit via EEG bij patiënten met insomnia. Rijvaardigheid werd gemeten in een rijsimulator en tijdens een autorit op de openbare snelweg onder begeleiding van een rijinstructeur.

In deze setting wordt in Maastricht al jaren onderzoek gedaan naar bijvoorbeeld ook de invloed van drugs en medicijnen op rijvaardigheid. Prof. Jan Ramaekers is de promotor van Perriers proefschrift. "Wij vinden het belangrijk om dit soort metingen in het echte verkeer te verrichten en deze studie bewijst vooral dat bevindingen uit een rijsimulator niet één op één te vertalen zijn naar de werkelijkheid."

Dat mensen in een simulator slechter presteren dan daadwerkelijk op de weg, komt vermoedelijk doordat de setting van een rijsimulator op zich al belastend is voor mensen: bijvoorbeeld het stilstaan terwijl het beeld beweegt is vermoeiend voor veel mensen. "Daarnaast weet je natuurlijk dat je in een simulator niet kunt verongelukken. Een half uur geconcentreerd op een snelweg rijden is dan een stuk moeilijker dan als je in een auto zit, waar je voortdurend prikkels krijgt en beter het belang van wakker blijven beseft", aldus Ramaekers.

Behalve de conclusie dat het testen op de weg dus de voorkeur lijkt te genieten boven een rijsimulator, blijkt uit deze studie ook dat het meten van corticale hersenactiviteit via EEG ook geen goede voorspeller is voor het presteren in het verkeer. "Met name voor collega-wetenschappers is dat goed om te weten", besluit Ramaekers.