maandag, 21 oktober 2019

Triggerfinger

Peesschedeontsteking van de vinger

Een triggerfinger kan een vervelende en pijnlijke aandoening zijn. Het gaat vaak om één vinger, maar soms ook om meerdere vingers, die onvrijwillig samentrekt. De vinger of duim loopt als het ware vast en blijft krom staan.

Aan de binnenkant van de onderarm zitten de buigspieren. Deze zorgen er voor dat je met je hand iets kunt pakken. Aan de andere kant van de onderarm zitten de strekspieren die de hand weer strekken. Vanuit die spieren lopen er pezen naar je vingers. Als de buigspieren samentrekken, trekken ze via de pezen je vingers krom. Bij een triggerfinger is je buigpees geïrriteerd. Bij krachtig buigen kan de pees toch opeens een stuk doorspringen. Vandaar de naam triggerfinger of 'springvinger'.

Wat zijn de symptomen?

Het buigen of strekken van de vinger geeft een pijnlijk, vervelend gevoel aan de basis van de vinger. Je kan de vinger niet meer recht krijgen, omdat hij is vastgelopen. Met kracht is de vinger nog wel een stukje verder te helpen. Mogelijk kun je je vinger alleen buigen of strekken door hem met je andere hand vast te pakken en te bewegen. Soms ontstaat er een bobbeltje in de peesschede dat heen en weer kan schuiven wanneer je je vinger buigt of strekt.

Hoe ontstaat een triggerfinger?

Een springvinger ontstaat wanneer een peesschede ontstoken is. Door de ontsteking zwelt de pees op en wordt de peesschede nauwer. De pees raakt hierdoor bekneld. Waardoor de peesschede ontstoken raakt, is onbekend. Vrouwen hebben vaker last van een triggerfinger dan mannen. Ook komt het meer voor bij kinderen onder de zes jaar, mensen tussen de 40 en 70 jaar en bij mensen met diabetes mellitus, reumatoïde artritis, een te langzame schildklierwerking of jicht. Het komt vaker voor bij mensen die veel op een toetsenbord werken of piano spelen.

Behandeling

Aan een triggerfinger kun je niet zo veel doen. In de meeste gevallen is het een kwestie van afwachten of de klachten vanzelf weggaan. In sommige gevallen kan een injectie met een ontstekingsremmer (corticostroïd) helpen om de druk in de peesschede te verminderen. Na het krijgen van een injectie is het zo'n twee of drie weken afwachten of de klachten afnemen.

Als er weinig of niks verandert, kan de behandelend arts overwegen een tweede injectie te geven. Het heeft geen nut om meer dan twee injecties te geven. Als de klachten niet verdwijnen, kan een operatie worden overwogen. Daarbij wordt de peesschede opengemaakt, zodat de pees weer meer bewegingsruimte krijgt.

Fysiotherapeut Mark Chen geeft advies bij een triggerfinger.

Bron(nen):