vrijdag, 17 januari 2020

Sporten: plan van aanpak

Voordat je begint…

Van plan te gaan sporten? Dit plan van aanpak biedt een steuntje in de rug.

Bedenk een doel. Zonder een helder doel is het veel moeilijker om gemotiveerd te blijven. Bedenk dus een zo concreet mogelijke doelstelling en schrijf die op. 

Bijvoorbeeld: "Ik wil weer urenlang met mijn (klein)kinderen en vriendinnen door het bos kunnen wandelen." Of: "Ik wil van mijn dikke buik af en mijn conditie opkrikken." Als je dan even geen zin hebt om te sporten, kun je daar altijd op terugvallen en weet je direct weer waarvoor je het allemaal doet.

Als je zelden of nooit gesport hebt, moet je zeker weten dat je geen lichamelijke problemen hebt die je plannen in de weg kunnen staan. Op welke manier je ook besluit te gaan werken aan je conditie, doe niets voordat je overleg hebt gehad met je huisarts en bouw het in ieder geval langzaam op.

En dan lekker sporten

Met een verantwoord trainingsschema. Een degelijke, complete training bestaat uit twee onderdelen: cardiotraining voor een beter uithoudingsvermogen en krachttraining voor sterkere spieren.

Cardiotraining. Bouw het rustig op. Begin met vijf of tien minuten stevig fietsen of wandelen en doe dit twee keer per week (liefst verspreid over de week). Breid dit na een week met nog eens vijf minuten uit. Ga hiermee door tot je met gemak een half uur aaneengesloten stevig kunt lopen of fietsen. Vaker en langer mag altijd, zolang je maar niet overdrijft. Luister naar de signalen van je lichaam.

Krachttraining. Doe ook dit minstens tweemaal per week, bijvoorbeeld op woensdag en zaterdag. Vaker mag, maar doe dit in overleg met de sportinstructeur. Als je voor je krachttraining naar de sportschool gaat, maakt je sportinstructeur een persoonlijk trainingsschema. Besluit je echter om je krachttraining thuis te doen, dan is het belangrijk dat je rustig begint.

 

Bron(nen):