maandag, 9 december 2019

Sterk, fit en stoer met windsurfen

Iedereen kan het leren

Bij windsurfen hoort een stoer imago. Je kunt er ook veel trucjes mee doen en je gaat harder dan in een zeilboot. Toch valt het redelijk makkelijk te leren. Binnen een paar uur heb je de basis wel onder de knie.

Veel mensen denken dat windsurfen vooral kracht vergt. Dit is niet zo: balans en techniek zijn vele malen belangrijker. Met één les en een beetje oefening heb je de technieken zo geleerd.

Goed voor je lichaam

Windsurfen is uitstekend voor je lichaam. Het is niet erg zwaar, maar wel een uitstekende training voor je rug, schouders en armen. Daarnaast is het ook goed voor je buikspieren en benen. Eigenlijk voor je hele lichaam dus.

Windsurfen is ook zeer goed voor je uithoudingsvermogen. Windsurfen doe je toch meestal wel voor meer dan een uurtje, dus je bouwt een goede conditie op. Bovendien zijn de frisse lucht en het water goed voor je lichaam.

Bij het windsurfen is balans ook zeer belangrijk. Tijdens het windsurfen leer je dan ook goed evenwicht te houden.

Kopen of huren

Je kunt eerst een kit, met alle benodigdheden als zeil, plank, mast en pak, huren om te kijken of je het windsurfen wel leuk vindt. Een paar keer verschillende kits huren om te kijken welke maten en soorten het beste bij jou passen, is ook verstandig.

Bij het kopen van de plank, het zeil en je wetsuit kun je om advies vragen aan de mensen in de winkel. Die kunnen aan de hand van jouw lichaam, ervaring en lokale omstandigheden bepalen wat het beste bij jou past. Tweedehands is ook een goede optie, maar koop niets ouder dan vijf jaar.

Surfplank

Er zijn verschillende soorten planken, elk met hun eigen doeleinde. De belangrijkste eigenschap van een plank is zijn drijfvermogen. Meer drijfvermogen is stabieler en dus geschikt voor beginners. Het drijfvermogen wordt bepaald door de grootte en het volume van de plank.

Beginners zijn het beste af met een brede plank met een volume van meer dan 150 liter. Hoe zwaarder je bent, hoe meer volume je plank nodig heeft. Maar als je wat meer ervaring hebt, wil je vaak juist een kleinere plank met minder volume.

Onder de surfplank zit altijd een vin. Als je net begint is het verstandig ook een zwaard eronder te hebben. Dit zwaard zorgt ervoor dat je rechtuit blijft surfen, terwijl de wind van de zijkant komt. Dit is zeker in het begin nodig. Vaak is het zwaard wel verstelbaar, zodat je 'm zonodig kunt wegklappen of neerhalen.

Zeil

De grootte van het zeil wordt bepaald door je gewicht, ervaring en de weersomstandigheden. Voor een beginner moet het zeil tussen de 4.5 en 6 vierkante meter zijn. De meeste ervaren windsurfers zullen meerdere zeilen hebben voor verschillende weersomstandigheden. Hardere winden vragen om kleinere zeilen.

Daarnaast heb je ook een mast en giek nodig om je zeil mee op je plank te zetten en te bedienen. Hiervoor geldt: hoe lichter, hoe beter. Dus neem de lichtste mast die je je kunt veroorloven.

Pak

In Nederland is het, zelfs in de zomer, meestal te koud om in je bikini of zwembroek te windsurfen. Daarvoor heb je dan een wetsuit nodig. Een wetsuit zorgt ook voor een minimale bescherming van het lichaam.

Eendelige pakken zijn warmer dan tweedelige. Hoe kouder het is, des te dikker moet je wetsuit zijn. Je kunt pakken krijgen die bij je knieën en ellebogen ophouden, maar wetsuits die alles bedekken zijn warmer. Je kunt daarbij ook schoenen, handschoenen en een muts kopen, waardoor het zelfs mogelijk is in de winter te surfen.

Technieken

Het is wel nodig om eerst een les te nemen. Met een zeil en een plank die beide alle kanten op kunnen, gaat het snel mis als je niet weet wat je doet. Tenzij iemand je erop wijst waar je op moet letten. De meeste mensen hebben aan één les, van twee of drie uur, wel genoeg. Daarna kun je het verder zelf leren.

Het eerste wat je leert is op je plank staan en je zeil optillen uit het water. Als je dat eenmaal kan, leer je ook een draai te maken en weg te zeilen. Vervolgens kun je zelf, als een stoere bikkel, gaan windsurfen.