dinsdag, 21 januari 2020

Buikgriep

Gastro-enteritis, maagdarminfectie

Buikgriep is een infectie van de maag en darmen, waardoor je last krijgt van overgeven en diarree. Buikgriep wordt meestal door een virus veroorzaakt - bijvoorbeeld het norovirus - en soms door een bacterie of parasiet. Buikgriep is erg besmettelijk. Hoe voorkom je het en hoe kom je er vanaf?

Wat is buikgriep?

Als je buikgriep hebt, is het slijmvlies van je maag en darmen ontstoken door een infectie met een virus of bacterie. Je lichaam wil zo snel mogelijk van het virus af. Daarom moet je overgeven en krijg je diarree. Buikgriep is erg besmettelijk.

Oorzaken van buikgriep

Buikgriep wordt veroorzaakt door een virus en in sommige gevallen door een bacterie of parasiet. Bij volwassenen wordt buikgriep meestal veroorzaakt door het norovirus. Je krijgt het van iemand die al buikgriep heeft. Hun speeksel, braaksel en ontlasting bevatten het virus. Als ze hoesten of niezen of jou een hand geven raak je besmet met het virus. Je kunt ook buikgriep krijgen van bedorven voedsel of besmet water. Meestal wordt de buikgriep dan veroorzaakt door een bacterie, bijvoorbeeld salmonella.

Symptomen

De meest voorkomende symptomen van buikgriep zijn overgeven en diarree. Je hebt meestal meerdere keren per dag waterdunne ontlasting die je moeilijk op kunt houden, met plotse aandrang. Ook misselijkheid, buikpijn, buikkrampen, hoofdpijn en koorts komen voor bij buikgriep.

Als je overgeeft of diarree hebt, verlies je veel vocht en raak je makkelijk uitgedroogd, zeker als je ook koorts hebt. Ouderen en kleine kinderen drogen makkelijker uit. Symptomen van uitdroging zijn:

  • veel dorst
  • weinig of niet plassen
  • sufheid
  • duizeligheid en flauwvallen
  • verwardheid
  • snellere ademhaling en hartslag

Neem contact op met je huisarts bij de volgende verschijnselen:

  • langer dan een week diarree
  • langer dan drie dagen vaker dan zes keer per dag waterdunne diarree (voor ouderen en jonge kinderen al na een dag)
  • diarree met langer dan drie dagen koorts (voor ouderen en jonge kinderen al na een dag koorts met diarree)
  • tekenen van uitdroging, zoals sufheid, flauwvallen of langer dan 24 uur niet plassen (voor ouderen en jonge kinderen: langer dan acht tot twaalf uur)
  • bloed of slijm bij de ontlasting

Hoe wordt de diagnose buikgriep gesteld?

Je huisarts stelt de diagnose buikgriep op basis van de klachten die je hebt. Aanvullend onderzoek, zoals onderzoek van de ontlasting, is bij buikgriep bijna nooit nodig. Wanneer de diarree lang aanhoudt, is er waarschijnlijk een andere oorzaak voor je klachten dan buikgriep. Ook verwijzing naar een maag-, darm- en leverarts (MDL-arts) of internist is bij buikgriep meestal niet nodig.

Risicofactoren

Buikgriep is erg besmettelijk. Je risico op buikgriep is dus hoger wanneer mensen in je omgeving buikgriep hebben, zeker als je met ze in huis woont of op een andere manier nauw contact hebt.

Behandeling van buikgriep

Wanneer je buikgriep hebt, is de kans groot dat je uitdroogt omdat je veel vocht verliest door het braken en de diarree. Het is belangrijk dat je veel drinkt om uitdroging te voorkomen. Drink daarom meer dan normaal, bij voorkeur twee tot drie liter per dag. Bij buikgriep mag je alles eten waar je zin in hebt en wat goed valt. Wanneer je erg misselijk bent, kan het helpen om vaker kleine beetjes te eten en drinken. Ook wanneer je overgeeft moet je veel proberen te drinken. Je lichaam neemt het vocht en voedsel voor een deel toch op. Water, thee en bouillon zijn goede opties. Wanneer je verschijnselen hebt van uitdroging, kun je ORS (Oral Rehydration Salts, oftewel orale rehydratiezouten) nemen. ORS bestaat uit zouten en suikers die je lichaam helpen om vocht op te nemen. ORS is te koop bij de drogist of apotheek. Bij ernstige uitdroging kan een opname in het ziekenhuis nodig zijn, waar je extra vocht krijgt via een infuus.

Gebruik je medicijnen? Het kan zijn dat je lichaam ze niet goed opneemt door het overgeven en de diarree. Neem in dat geval contact op met je huisarts of apotheek om te bespreken wat je het beste kunt doen.

Buikgriep gaat doorgaans na enkele dagen vanzelf over. Medicijnen zijn daarom meestal niet nodig. Bij zeer hinderlijke diarree kun je in overleg met je huisarts een diarreeremmer proberen, zoals loperamide. Doe dit alleen bij hoge uitzondering, want het is juist de bedoeling dat het virus of de bacterie je lichaam verlaat. Door diarreeremmers kan de ziekteverwekker zich in je darmslijmvlies nestelen. Medicijnen tegen misselijkheid, bijvoorbeeld domperidon of metoclopramide, worden afgeraden omdat ze veel bijwerkingen hebben en omdat niet bewezen is dat ze werken. Antibiotica zijn zelden nodig, omdat buikgriep meestal door een virus veroorzaakt wordt en antibiotica niet werken tegen virussen. Ook bij een buikgriep door een bacterie zijn antibiotica meestal niet nodig.

Je wilt natuurlijk voorkomen dat je mensen in je omgeving besmet met je buikgriep. Was je handen vaak en goed, zeker nadat je naar het toilet bent geweest en voordat je gaat eten. Ga hygiënisch om met voedsel. Houd je hand voor je mond als je niest of hoest, maar raak je mond verder zo min mogelijk aan. Geef andere mensen geen hand. Ook intiem contact kun je beter een paar dagen vermijden. Werk je in de verzorging of met voeding? Dan is de kans extra groot dat je andere mensen besmet. Overleg met je bedrijfsarts of het verstandig is om een paar dagen thuis te blijven totdat je weer beter bent.

Prognose

Buikgriep gaat bijna altijd vanzelf over. Meestal ben je na vier dagen tot een week van je klachten af. Neem contact op met je huisarts als je klachten langer duren, wanneer je erg ziek bent, of wanneer je verschijnselen hebt van uitdroging. Vooral voor jonge kinderen en ouderen is het belangrijk om op uitdroging te blijven letten. Ook mensen met suikerziekte (diabetes), nierziektes, hoge bloeddruk of hartfalen moeten extra alert zijn op uitdroging, net als mensen die plastabletten gebruiken.

Als je buikgriep hebt gehad door besmetting met een norovirus, ben je daarna in ieder geval drie maanden immuun tegen hetzelfde soort norovirus. Wel kun je weer ziek worden van een andere variant van het norovirus.

Bron(nen):