woensdag, 13 november 2019

Bekkeninstabiliteit (bekkenpijn, symfysiolyse)

Bekkeninstabiliteit: pijn in het bekken, de onderrug en heupen.

Bekkeninstabiliteit wordt ook wel bekkenpijn, symfysiolyse of chronisch bekkenpijnsyndroom genoemd. De banden en spieren die de botten van het bekken bij elkaar houden, zijn losser, beschadigd of verzwakt. Daardoor ontstaat pijn. Ben je zwanger of net bevallen? Let dan extra goed op de symptomen van bekkeninstabiliteit.

Wat is bekkeninstabiliteit?

Het bekken bestaat uit het heiligbeen (os sacrum) aan de rugzijde, de schaambeenderen (os pubis) aan de voorzijde en een darmbeen (os ilium) aan beide zijkanten. Deze botten zitten met banden en spieren aan elkaar. Bij bekkeninstabiliteit is een of meer van die banden of spieren beschadigd of verzwakt. Het bekken is belangrijk bij het overbrengen van kracht tussen je benen en de rest van je lichaam. Als de spieren en banden in het bekken zwakker zijn, worden de gewrichten in je bekken overbeweeglijk. Het gevolg: de gewrichten verschuiven en de spieren kunnen het bekken niet langer op de juiste plaats houden. Hierdoor krijg je pijn in je bekken, heupen, onderrug of rond je stuitje en heb je moeite met bewegen.

Bekkeninstabiliteit komt vooral voor na zwangerschap of een bevalling, maar ook mannen kunnen het krijgen. Dan is vaak een sportblessure of een ongeluk de oorzaak.

Oorzaken van bekkeninstabiliteit

Er zijn verschillende vormen van bekkeninstabiliteit. Deze hebben ook verschillende oorzaken.

Om te beginnen kunnen zwangerschapshormonen bekkeninstabiliteit veroorzaken. Als een vrouw ongeveer 20 weken zwanger is, maakt haar lichaam het hormoon relaxine aan. Dit hormoon zorgt ervoor dat de banden die de botten in het bekken op hun plek houden, zwakker en rekbaarder worden. Door de minder strakke banden kunnen de botten losser van elkaar bewegen. Zo ontstaat meer ruimte voor baby’s om naar buiten te komen tijdens de bevalling. Maar juist hierdoor kan je klachten krijgen. Ook wordt de baarmoeder steeds groter en verandert de lichaamshouding van de moeder. Daardoor neemt de druk op het bekken nog meer toe en worden de bekkenbanden extra belast. Ook dit leidt bij sommige vrouwen tot klachten. Overbelasting of een verkeerde houding kan het erger maken. Vaak is de balans tussen belasting en belastbaarheid verstoord.

Ook kan bekkeninstabiliteit ontstaan tijdens de bevalling, vooral als deze heel snel gaat. Of als de baby in een verkeerde houding ligt. Een vrouw heeft dan uitgerekte of gescheurde bekkenbanden of beschadigd kraakbeen. Deze vorm heet mechanische bekkeninstabiliteit. Soms zijn de banden en het kraakbeen van het bekken tijdens de zwangerschap al verzwakt. Deze kunnen dan gemakkelijker uitrekken of scheuren tijdens de bevalling. De oorzaak van bekkeninstabiliteit is dan een combinatie van hormonen en de bevalling zelf. Tot slot kunnen door een ongeluk of sportblessure de bekkenbanden verrekken of scheuren. Dit komt bij zowel mannen als vrouwen voor. Bij deze vorm van bekkeninstabiliteit heb je dezelfde klachten als zwangere of pas bevallen vrouwen.

Symptomen van bekkeninstabiliteit

Er zijn een aantal symptomen die horen bij bekkeninstabiliteit. De meest voorkomende zijn:

  • Pijn aan de voor- en/of achterkant van het bekken (rond het schaambeen). Deze pijn kan uitstralen langs de binnenkant van het bovenbeen, naar de lies of de schede.
  • Pijn in de onderrug, vaak ter hoogte van de twee kuiltjes. Deze pijn kan uitstralen over de hele bil, naar de lies en de achterzijde van het bovenbeen.
  • Pijn rond stuitje (het laagste punt midden onder in de rug).
  • Pijn tijdens het (trap)lopen.

De pijn neemt bij vermoeidheid vaak toe. Veel mensen met bekkeninstabiliteit zijn sneller moe en herstellen langzamer van vermoeidheid en pijn. Ook wordt de pijn erger bij bepaalde bewegingen zoals fietsen op een onregelmatige ondergrond, hardlopen, bukken, omdraaien in bed, draaien in de rug of andere schokkerige bewegingen. Verder is ‘startpijn’ een van de kenmerken van bekkeninstabiliteit. Startpijn betekent dat de pijn plotseling opkomt als je uit het niets begint met bewegen, bijvoorbeeld als je opstaat van de bank. Ook is het zo dat hoe instabieler het bekken is door bekkeninstabiliteit, hoe meer last je ervan hebt.

Stellen van de diagnose

Soms beginnen de klachten pas een paar dagen of een paar weken na de bevalling. Maar op basis van de symptomen kan de huisarts, verloskundige of een gespecialiseerde fysiotherapeut goed de diagnose stellen. Ook adviseren zij over maatregelen die de pijn kunnen verlichten en de balans tussen belastbaarheid en belasting herstellen. Dit betekent dat je het evenwicht zoekt tussen wat je lichaam kan en wat het vraagt.

Risicofactoren en –groepen

Bekkeninstabiliteit komt vooral voor bij zwangere vrouwen. 50 tot 60 procent van hen krijgt er mee te maken tijdens de zwangerschap. Ook mannen kunnen last krijgen van bekkeninstabiliteit. Maar bij hen en niet-zwangere vrouwen komt de aandoening nauwelijks voor.

De ene vrouw met bekkeninstabiliteit heeft geen of nauwelijks pijn, terwijl de andere veel pijn ervaart. Hoe dat komt, is niet bekend. Sommige vrouwen hebben van nature soepelere banden rond het bekken. Daardoor hebben zij mogelijk meer kans op pijn bij bekkeninstabiliteit.

Behandeling van bekkeninstabiliteit

Als je last hebt van bekkeninstabiliteit, moet je een evenwicht vinden tussen activiteit en rust. Bewegen is nodig om de spieren sterk te houden en spierzwakte te voorkomen. Rust is belangrijk om de banden en kapsels van het bekken te ontzien. Anders kunnen de klachten weer erger worden. Leren omgaan met pijn, vermoeidheid en spierkracht hoort ook bij het herstel. Activiteiten die veel energie kosten en weinig plezier en spierkracht opleveren, laat je beter achterwege.

Als de pijn niet overgaat, kan een fysiotherapeut die is gespecialiseerd in manuele therapie of bekkenfysiotherapie de klachten behandelen. Ook een niet-elastische band die de bekkenverbindingen ondersteunt, kan helpen. Bij ernstige klachten kan een revalidatiearts adviseren over bijvoorbeeld noodzakelijke aanpassingen in huis.

Prognose

Bij bekkeninstabiliteit gaat het meestal om normale bekken- of lage rugpijn die bij de overgrote meerderheid van de vrouwen uiteindelijk vanzelf weer overgaat. Wel duurt dat vaak een paar maanden. Sommige vrouwen, zeker die met ernstige klachten, hebben zelfs meer dan een half jaar na de bevalling nog last van bekkeninstabiliteit. Maar dat zijn uitzonderingen. Blijvende invaliditeit komt vrijwel nooit voor. Er zijn maar heel weinig vrouwen die door bekkeninstabiliteit in een rolstoel terechtkomen.