maandag, 16 september 2019

Hartfalen (decompensatio cordis)

Bij hartfalen (decompensatio cordis) kan je hart onvoldoende bloed rondpompen. Je weefsels en organen krijgen onvoldoende bloed. Je houdt vocht vast en wordt moe en kortademig bij inspanning en later ook in rust. Wat zijn risicofactoren voor hartfalen en hoe behandel je deze hartaandoening?

Wat is hartfalen?

Je hart pompt het bloed rond in twee fasen. Tijdens de knijpfase (systole) trekt het hart samen en gaat het bloed uit de hartkamers naar de bloedvaten. Tijdens de ontspanningsfase (diastole) ontspant het hart en wordt het gevuld met bloed. Je hartspier wordt daarbij ondersteund door de hartkleppen, die ervoor zorgen dat het bloed in de goede richting stroomt.

Hartfalen (decompensatio cordis) is het minder worden van de pompkracht van het hart. Je hebt twee soorten hartfalen: het hart kan niet goed ontspannen of juist niet goed samentrekken. In beide situaties pompt het hart onvoldoende bloed rond.

Artsen gebruiken de NYHA-classificatie (New York Heart Association) om de ernst van hartfalen in te delen:

  • Bij klasse één heb je geen klachten wanneer je je normaal inspant.
  • Bij klasse twee heb je geen klachten in rust, maar wel bij normale inspanning.
  • Bij klasse drie heb je in rust geen of weinig klachten, maar wel bij lichte inspanning.
  • Bij klasse vier heb je klachten in rust en bij inspanning.

Oorzaken

Hartfalen kan veroorzaakt worden door verschillende hartziektes. Aangeboren hartafwijkingen kunnen al op jonge leeftijd tot hartfalen leiden. De hartspier wordt vaak zwakker naarmate je ouder wordt. De hartspier zelf kan ook verdikt of verwijd zijn. Dit wordt cardiomyopathie genoemd. Bij deze hartaandoening wordt de pompkracht van je hart langzaam minder. Hartfalen kan ook ontstaan wanneer je hart beschadigd raakt door een ontsteking van de hartspier (myocarditis).

Wanneer je bloeddruk langdurig te hoog is, wordt het hart overbelast omdat het steeds tegen een hoge druk in moet pompen. Als je hartkleppen niet goed meer werken en gaan lekken, kan het bloed de verkeerde kant op stromen en moet het hart steeds harder gaan werken om voldoende bloed rond te pompen. Wanneer je gedurende lange tijd een hartritmestoornis hebt, moet het hart extra inspanning leveren. In al deze gevallen wordt het hart overbelast en kan de hartspier minder sterk worden.

Tijdens een hartaanval (hartinfarct) krijgt een deel van het hart tijdelijk te weinig zuurstof, waardoor een deel van de hartspier afsterft en er een stijf litteken ontstaat. Het litteken kan ook slapper zijn en uitrekken, waardoor een uitstulping (aneurysma) ontstaat. Het litteken kan minder goed samentrekken dan de rest van het hart.

Symptomen

Als je hart minder goed kan pompen, krijgen je organen en weefsels te weinig bloed en dus ook te weinig zuurstof en voedingsstoffen. Daardoor kunnen de volgende symptomen ontstaan:

  • vermoeidheid
  • kortademigheid bij inspanning en later ook in rust
  • benauwdheid door vochtophoping in de longen, vooral wanneer je ligt
  • dikke voeten en enkels door vochtophopingen
  • vaak moeten plassen, vooral ’s nachts
  • onrustig slapen

Hartfalen ontstaat meestal geleidelijk en wordt langzaam erger. Soms ontstaat het plotseling of wordt het ineens erger. Je krijgt dan last van vochtophopingen in de longen, waardoor je ernstig benauwd wordt en een piepende ademhaling krijgt. Neem direct contact op met een arts of bel het alarmnummer wanneer je deze klachten hebt.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Heb je bovenstaande symptomen? Ga dan naar je huisarts. Hij of zij stelt vragen over de symptomen die je hebt en doet lichamelijk onderzoek. Wanneer je huisarts denkt dat je hartfalen hebt, kan hij of zij zelf extra onderzoek aanvragen of je verwijzen naar een hartspecialist (cardioloog) voor verder onderzoek en behandeling.

De diagnose hartfalen kan bevestigd worden met verschillende onderzoeken. Je arts bepaalt welke onderzoeken nodig zijn. Voorbeelden hiervan zijn:

  • bloedonderzoek
  • hartfilmpje (echocardiogram, ECG)
  • echo van het hart
  • röntgenfoto van de borstkas
  • loop- of fietstest (inspanningstest)
  • hartkatheterisatie

Risicofactoren

Hartfalen komt vaker voor naarmate je ouder wordt. Mensen met een andere hartziekte en/of een langdurig hoge bloeddruk hebben een hoger risico op decompensatio cordis.

Behandeling

In het algemeen is een gezonde leefstijl belangrijk. Wissel rust en beweging af. Beweeg zoveel mogelijk om fit te blijven, maar forceer het niet. Vooral bij ernstig hartfalen kan lichte inspanning al te veel zijn. Rook niet en eet gezond, met weinig zout en alcohol. Drink maximaal 2,5 liter vocht per dag. Bij ernstig hartfalen adviseren artsen om niet meer dan 1,5–2 liter per dag te drinken. Zorg voor een gezond gewicht. Meet iedere ochtend na het opstaan je gewicht. Kom je meer dan twee kilo aan in enkele dagen? Dan houd je vocht vast. Neem in dat geval contact op met je arts.

Heb je al last van kortademigheid wanneer je rustig zit? Dan mag je niet autorijden. Houd er bij reizen rekening mee dat je klachten vaak erger worden bij warm en vochtig weer, en op grote hoogte (boven de vijftienhonderd tot tweeduizend meter).

De oorzaak van het hartfalen wordt zo goed mogelijk behandeld, bijvoorbeeld met medicijnen. Daarnaast schrijft je arts medicijnen voor die ervoor zorgen dat je minder symptomen hebt en voorkomen dat het hartfalen erger wordt. Deze medicijnen helpen je lichaam om vocht af te voeren, zodat je hart minder belast wordt. Voorbeelden zijn vaatverwijders (nitraten en RAS-remmers), bètablokkers en plastabletten. Eventueel kan je arts medicijnen adviseren die de pompkracht van je hart verbeteren, zoals digoxine of ivabradine. Soms is een operatie mogelijk om de oorzaak van het hartfalen te behandelen of het hart extra te ondersteunen.

Prognose

Met een goede behandeling worden de symptomen van hartfalen minder. Het is daarom belangrijk om je medicijnen te gebruiken zoals de arts voorschrijft en regelmatig op controle bij je cardioloog te blijven komen.

Ondanks de behandeling kan het zijn dat de situatie langzaam achteruit gaat. Het verloop is echter moeilijk te voorspellen. Bespreek daarom op tijd je wensen rondom de laatste levensfase, hoe moeilijk dat ook kan zijn. Wat wil je nog wel en wat niet meer? Voor een mantelzorger kan het zwaar zijn om langdurig voor iemand met hartfalen te zorgen. Professionele hulp is dan mogelijk. Je huisarts kan je hierbij ondersteunen.