maandag, 23 september 2019

Slaapapneu

Even geen lucht als je slaapt.

Iedereen die slaapt, stopt af en toe heel even met ademhalen. Maar soms zijn die pauzes te lang of te vaak. Dan kan sprake zijn van slaapapneu. Het is een lastige, maar bij de meeste mensen geen gevaarlijke aandoening.

Wat is slaapapneu?

Apneu betekent letterlijk ‘geen lucht’. Iemand met slaapapneu stopt tijdens het slapen regelmatig minstens 10 seconden met ademen. Dat noem je ademstops. Je wordt daar zelf meestal niet wakker van of maar half wakker. De apneu verstoort wel de normale slaap. Doordat iemand met slaapapneu steeds even stopt met ademen, komt er soms geen lucht in of uit de longen. Het gevolg is te weinig zuurstof in het bloed. Dat kan invloed hebben op het functioneren van het hele lichaam.

Slaapapneu is een aandoening die redelijk veel voorkomt. Ongeveer 6 tot 12 procent van de volwassenen in Nederland heeft er last van. Veel mensen weten niet dat ze het hebben. Behandeling vindt plaats in speciale slaapklinieken. Daar werken KNO-artsen, longartsen en neurologen samen.

Er zijn twee soorten slaapapneu: het Obstructief Slaapapneu Syndroom (OSAS) en het Centraal Slaapapneu Syndroom (CSAS). Bij het Obstructief Slaapapneu Syndroom worden meerdere keren per nacht de luchtwegen 10 seconden of langer afgesloten. Dit komt door verslapping van het weefsel in de keel- of mondholte of door de tong die naar achteren zakt. Bij het Centraal Slaapapneu Syndroom 'vergeten' de hersen een paar keer per nacht tijdens de slaap 10 seconden of langer de ademhaling te regelen. Deze vorm van apneu komt minder vaak voor.

Oorzaken van slaapapneu

Er zijn verschillende oorzaken van slaapapneu. Deze zijn onder meer:

  • roken
  • overgewicht
  • een korte onderkaak
  • afwijkingen op het gebied van keel, neus of oren
  • chronisch nier- of hartfalen
  • longafwijkingen

Ook kan iemand door een lage spierspanning van de mond- en keelspieren doordat hij of zij bijvoorbeeld slaapmiddelen gebruikt, last krijgen van slaapapneu. Daarnaast speelt ook erfelijkheid een rol bij deze aandoening.

Symptomen van slaapapneu

Door apneu heeft iemand tijdens het slapen regelmatig een tekort aan zuurstof. Dit verstoort een goede slaap. Je herkent slaapapneu aan de volgende symptomen:

  • regelmatig 10 seconden of langer stoppen met ademen
  • stille perioden afgewisseld met luid snurken
  • sufheid en slaperigheid overdag (soms ook slaapaanvallen)
  • veel bewegen in de slaap
  • onrustig slapen
  • 's morgens moe
  • 's morgens hoofdpijn
  • weinig energie hebben
  • droge mond en pijnlijke keel
  • 's nachts zweten
  • concentratie- en geheugenproblemen
  • gedragsveranderingen

Slaapapneu zorgt ervoor dat je je steeds vermoeider voelt. Na een tijdje kun je je uitgeput voelen. Ook kun je bijkomende ziekten en fysieke klachten krijgen, zoals een hoog gehalte cholesterol in je bloed, een hoge bloeddruk en hartritmestoornissen. Door deze klachten denken huisartsen vaak niet meteen aan slaapapneu als oorzaak. De klachten zelf worden dan behandeld, maar meestal met weinig resultaat. Dit omdat de echte oorzaak van bijvoorbeeld de hoge bloeddruk of hartritmestoornissen slaapapneu is.

Risicofactoren en –groepen

Sommige mensen hebben lopen meer risico om last van slaapapneu te krijgen. Dit zijn bijvoorbeeld mensen die roken of mensen met overgewicht of een korte onderkaak. Ook loop je meer risico op de weg als je ernstige slaapapneu hebt. Daarom mogen mensen met slaapapneu die vijftien ademstops of meer per uur hebben, niet autorijden tot ze behandeld zijn. Pas als ze tijdens het slapen minder dan vijftien keer per uur stoppen met ademhalen, mogen ze weer achter het stuur.

Behandeling van slaapapneu

Als iemand mogelijk slaapapneu heeft, laat de arts eerst verschillende onderzoeken doen. Afhankelijk van wat daar uit komt, kiest de arts voor een bepaalde behandeling. Welke behandeling dat is, hangt onder meer af van de soort slaapapneu, dus het Obstructief Slaapapneu Syndroom (OSAS) of het Centraal Slaapapneu Syndroom (CSAS). Ook hangt de behandeling af van hoeveel last iemand van de slaapapneu heeft.

Er zijn verschillende behandelingen mogelijk:

  • Het aanpakken van factoren die snurken veroorzaken, zoals roken, alcohol voor het slapengaan, overgewicht of veranderen van of stoppen met medicijnen.
  • Het verwijderen van obstakels, zoals vergroeiingen in de neus of keel, of vergrote neusamandelen.
  • Een speciale beugel (MRA) die ervoor zorgt dat de onderkaak niet naar achteren zakt. Daardoor blijft de keelholte ‘s nachts open.
  • Een speciaal masker (CPAP) dat continu lucht toedient om de luchtwegen open te houden.
  • Medicijnen; dit is alleen mogelijk bij het centraal slaapapneu syndroom.
  • Zuurstof toedienen. Ook dit is alleen mogelijk bij het centraal slaapapneu syndroom.
  • Positietherapie.
  • De lighouding veranderen. Als iemand alleen slaapapneu heeft in een bepaalde lichaamshouding, kan een eenvoudige oplossing zoals extra kussens in bed al helpen.
  • Een operatie op het gebied van keel, neus of oren.
  • Een kaakoperatie.
  • Het gebruiken van een tongzenuwstimulator.

Mensen met ernstige slaapapneu moeten vaak van de longarts het CPAP gebruiken, het masker dat de luchtwegen openhoudt als ze slapen. Wie minder klachten heeft door de aandoening, heeft vaak genoeg aan het MRA, de mondbeugel. Vaak schrijft een KNO-arts deze voor, maar in veel gevallen is dat niet nodig. Soms is ook een kaakchirurg, tandarts of orthodontist betrokken bij de behandeling van slaapapneu.

Stellen van de diagnose

Bij ruim de helft van de mensen die last hebben van slaapapneu, heeft een longarts de diagnose gesteld. Maar ook KNO-artsen en neurologen ontdekken regelmatig wat er echt aan de hand is. Als de huisarts vermoedt dat je slaapapneu hebt, kan hij of zij je doorverwijzen voor onderzoek naar de afdeling Slaapgeneeskunde in een ziekenhuis. Meestal gaat het dan om een slaapregistratie-onderzoek.

Tijdens het slaaponderzoek worden allerlei lichaamsfuncties gemeten. Dat kunnen dingen zijn als de elektrische activiteit van het hart (ECG), de hartactie, de polsslag, de borst-buikademhaling, de mond-neusademhaling en het zuurstofgehalte in het bloed (saturatie). Ook beoordelen artsen de hoeveelheid en de kwaliteit van de slaap. Het slaaponderzoek vindt plaats in het ziekenhuis of thuis. Dit hangt in principe af van wat de arts precies wil meten.

Prognose

Slaapapneu is op zich niet ernstig of gevaarlijk, maar er zitten wel een paar risico’s aan. Iemand met ernstige slaapapneu kan een te hoge bloeddruk, een beroerte, een hartaanval of last van impotentie krijgen.