maandag, 16 september 2019

Tachycardie (hoge hartslag)

Als je hart (te) snel klopt.

Tachycardie is de medische en Latijnse term voor een hoge hartslag. Een wat hogere hartslag is lang niet altijd een medisch probleem. Als je sport of je inspant, klopt je hart ook sneller. Maar hoe weet je of er toch sprake is van een aandoening?

Wat is tachycardie?

Hoe snel het hart klopt, verschilt per persoon. De sinusknoop in de rechterboezem van ons hart bepaalt het ritme. Ook is de hartslag afhankelijk van wat je doet. Normaal is de hartslag in rust zo'n 60 tot 100 slagen per minuut. Als je bijvoorbeeld rent om de trein te halen of sport, heeft je lichaam meer zuurstof nodig. Je hart gaat dan sneller kloppen; je krijgt een hogere hartslag. Dit is een tachycardie met een aanwijsbare oorzaak.

Slaat je hart zonder duidelijke oorzaak heel snel, dan kan het zijn dat je een hartritmestoornis hebt. Een hartritmestoornis is een afwijking in het ritme van de hartslag. Je hart kan te snel, te langzaam of onregelmatig kloppen. In het geval van tachycardie dus te snel. Er zijn verschillende soorten tachycardie, zoals boezemtachycardie en ventrikeltachycardie. Bij boezemtachycardie heeft iemand een regelmatige hartslag, maar is deze veel sneller dan normaal. Bij een aanval van deze vorm van tachycardie kan de hartslag oplopen tot 100 tot 200 slagen per minuut in plaats van 60 tot 100. Zo’n aanval van boezemtachycardie duurt vaak een paar minuten, maar kan ook een paar uur aanhouden. Bij ventrikeltachycardie slaan de kamers van het hart te snel. De hartslag kan dan wel stijgen tot 240 slagen per minuut. Ventrikeltachycardie is ook wel bekend onder de naam kamertachycardie.

Oorzaken van tachycardie

Een te hoge hartslag is dus normaal als er een duidelijke reden voor is. Er is meestal niets aan de hand als je hart snel slaat in de volgende situaties:

  • als je koorts hebt
  • als je je ergens over opwindt
  • als je angst, stress of woede voelt
  • tijdens of vlak na het sporten
  • als je veel alcohol of drugs gebruikt, rookt of bepaalde medicijnen gebruikt

Als een ouder iemand last heeft van tachycardie, is er vaak een achterliggende oorzaak zoals:

  • onbehandelde hoge bloeddruk
  • een te snel werkende schildklier
  • een infectie
  • zuurstoftekort van de hartspier
  • hartfalen

Bij sommige mensen is een aangeboren hartafwijking in de elektrische banen van het hart de oorzaak van tachycardie.

Symptomen van tachycardie

Als je tachycardie hebt, kun je verschillende klachten hebben. Deze verschillen per persoon. Voorbeelden van veelvoorkomende klachten bij een hoge hartslag zijn:

  • je hebt last van hartkloppingen
  • je kan je minder goed inspannen
  • je hebt een licht gevoel in je hoofd
  • je bent duizelig
  • je valt flauw of het voelt alsof je gaat flauwvallen

Mensen met hartritmestoornissen als boezemtachycardie en ventrikeltachycardie hebben vaak verschillende van de onderstaande klachten:

  • hartbonzen
  • hartkloppingen
  • hartoverslagen
  • lage bloeddruk
  • misselijkheid
  • duizeligheid
  • flauwvallen
  • zweten
  • onaangenaam gevoel
  • druk op de borst

Soms kan bij tachycardie het hart niet meer genoeg bloed rondpompen door het lichaam. Daardoor krijgen de organen, zoals hersenen, nieren, lever en de hartspier zelf te weinig zuurstof. Als dit het geval is, heeft iemand snel medische hulp nodig.

Risicofactoren en –groepen

Tachycardie is in de meeste gevallen onschuldig. Veel mensen krijgen er maar een of een paar keer in hun leven mee te maken. Sommige mensen hebben vaker last van een te snelle hartslag. Deze personen hebben meer kans op complicaties. Heb je bijvoorbeeld langere tijd boezemtachycardie, dan heb je meer kans op:

  • stolsels in de boezems, die een (long)embolie, beroerte of hartinfarct kunnen veroorzaken; soms zijn antistollingsmedicijnen nodig
  • hartfalen, vooral als je hart al beschadigd is bij een hartklepaandoening of door een hartinfarct
  • boezemfibrilleren
  • bepaalde hartspierziektes, zoals cardiomyopathie

Mensen met bepaalde aandoeningen lopen meer risico op ventrikeltachycardie. Deze aandoeningen zijn:

  • een oud hartinfarct met een litteken in de hartkamer
  • een bestaande hartaandoening zoals de hartspierziekte cardiomyopathie
  • sommige hartritmestoornissen
  • vernauwingen in de kransslagaders

Ook heeft iemand de eerste dagen na een acuut hartinfarct of tot een week na een hartoperatie meer kans op tachycardie.

Behandeling van tachycardie

Vaak hoeft tachycardie niet meteen behandeld te worden. Een aanval van bijvoorbeeld boezemtachycardie kan vanzelf weer overgaan. Als een behandeling wel nodig is, hangt deze af van de situatie. In het geval van een acute aanval van deze hartritmestoornis, kan een arts ervoor kiezen om een bepaalde zenuw, de nervus vagus, te prikkelen. Dit kan de aanval stoppen. Vervolgens kan iemand medicijnen slikken om nieuwe aanvallen van boezemtachycardie te voorkomen.

Heb je langdurige of hevige aanvallen van tachycardie, dan is een behandeling in het ziekenhuis nodig. Deze behandeling heet cardioversie. Cardioversie kan op twee manieren. De eerste manier is om de medicijnen te geven via een injectie of een infuus. Bij de andere manier krijgt de persoon met tachycardie onder narcose een elektrische schok. Zo kan een arts het verstoorde hartritme omzetten naar een normaal ritme.

Ook kan een arts kiezen voor een ablatie. Bij deze behandeling maakt de chirurg kleine littekens op de plaats waar de ritmestoornis ontstaat. Hierdoor worden de prikkels vanaf die plaats geblokkeerd.

Stellen van de diagnose

Bij tachycardie kan de huisarts op verschillende manier onderzoeken of er misschien meer aan de hand is. Om te beginnen controleert hij of zij het hartritme van iemand met een snelle hartslag. Daarna bekijkt de huisarts of meer onderzoek of een behandeling nodig is. Er zijn verschillende onderzoeken waarmee je een hartritmestoornis als boezemtachycardie of ventrikeltachycardie kan vaststellen. Dat is bijvoorbeeld via:

  • een hartfilmpje (ECG)
  • een eventrecorder
  • het Holteronderzoek: bijhouden van het hartritme gedurende 24 of 48 uur
  • een elektrofysiologisch onderzoek
  • een inspanningstest

Prognose

Tachycardie kan levensbedreigend worden als ventrikeltachycardie overgaat in ventrikelfibrilleren. Bij ventrikelfibrilleren valt de bloedsomloop stil. Hierdoor raakt de persoon met tachycardie bewusteloos. Hij of zij heeft dan een hartstilstand. Een schok met een defibrillator is dan nodig. Dit kan ervoor zorgen dat het hart weer in een normaal ritme komt.