woensdag, 21 augustus 2019

Kwaaltjes na de bevalling

Nog even doorbijten...

Een bevalling vergt veel van je lichaam. Je hebt vooral de eerste week na de geboorte van je kindje last van 'kraamkwaaltjes'. Je baarmoeder en schaamstreek zijn vlak na de bevalling de grootste lastposten.

Urineverlies

Meer dan één op de drie vrouwen heeft last van ongewenst urineverlies tijdens de zwangerschap en/of na de bevalling.

Onder invloed van zwangerschapshormonen wordt de bekkenbodem (het bindweefsel en de spieren) namelijk slapper, waardoor deze minder goed in staat is de blaas af te sluiten. Daarnaast spelen het gewicht van de baby en de bevalling zelf een rol.

Dit probleem kun je zelf verbeteren of zelfs helemaal verhelpen door de juiste oefeningen te doen. De bekkenbodemspieren, die er onder andere voor zorgen dat de blaas goed wordt afgesloten, worden vaak verwaarloosd. Het is echter belangrijk juist deze spieren sterker te maken, zodat zij ongewenst urineverlies kunnen helpen voorkomen.

Onder begeleiding van een gespecialiseerde fysiotherapeut kun je leren je bekkenbodemspieren bewust te gebruiken, waardoor je ongewenst urineverlies voorkomt of vermindert.

Bekkenpijn

Tijdens de bevalling staat er veel druk op de botten en gewrichten van je bekken. Veel vrouwen hebben na de bevalling een instabiel gevoel in hun bekken.

Heb je last van je bekken, blijf dan in bed liggen. Ga op je zij liggen en breng je bekken in een stabiele positie. Zo gun je je botten rust. Je kan een kussen tussen je benen stoppen. Zo liggen je benen evenwijdig en wordt je bekken zo min mogelijk belast.

Je verloskundige of huisarts kan het beste beoordelen of je al oefeningen mag doen om je bekkenbodemspieren te versterken. Die oefeningen helpen niet tegen bekkeninstabiliteit. Had je al tijdens de zwangerschap last van dit probleem en werd het na de bevalling erger? Praat er dan over met je huisarts.

Naweeën

Na de bevalling krimpt je baarmoeder tot de normale grootte. Hierdoor kan je krachtige samentrekkingen krijgen, de zogenaamde naweeën. De samentrekkingen knijpen de bloedvaten af die naar je placenta liepen, zodat je steeds minder bloed verliest. De kraamhulp controleert of je baarmoeder op de juiste manier inkrimpt. Bij een tweede kindje heb je vaak meer last van naweeën dan de eerste keer. Dit komt omdat je buikspieren bij elke zwangerschap slapper worden. Het aanspannen van de spieren rondom je baarmoeder kan dan behoorlijk pijn doen. Met de technieken die je leert tijdens zwangerschapsgymnastiek vang je dat een beetje op.

Borstvoeding geven is zeker bevorderlijk voor het herstel van je baarmoeder. Je baarmoeder wordt namelijk gestimuleerd door het zuigen van je baby.

Schaamstreek

Vooral de eerste dagen zijn je schaamlippen opgezwollen en dat is geen lekker gevoel. Verkoeling is de beste oplossing. Een washandje met ijsblokjes op de schaamstreek brengt verlichting. Of leg een inlegkruisje nat in de vriezer voordat je het gebruikt.

Ook kan het zijn dat je bent ingeknipt en/of uitgescheurd en gehecht. Dit kan het opstaan en lopen bemoeilijken. Zeker als na een paar dagen de hechtingen gaan 'trekken'. De verloskundige kan er dan voor kiezen om alvast een hechting te verwijderen. De kraamhulp controleert de hechtingen elke dag. Na een week worden de hechtingen sowieso verwijderd.

Vloeien

Na de bevalling heb je een wond in je baarmoeder, op de plaats waar de placenta zat. Het duurt vier tot zes weken voordat deze wond genezen is. Tot die tijd blijf je bloed en wondvocht verliezen. Deze afscheiding wordt kraamzuivering, kraamvloed of lochia genoemd.

Maandverband is niet geschikt om de kraamvloed op te vangen. Gebruik speciaal kraamverband of inlegluiers. De vloed verkleurt geleidelijk van helderrood naar bruin, bruingeel, tot geelwit of roze.

Na drie weken mag er geen bloed meer in de kraamzuivering aanwezig zijn. Het vocht hoort een beetje zoetig en menstruatieachtig te ruiken. Als dat niet zo is, kan er een stukje placenta zijn achtergebleven. Neem dan direct contact op met je huisarts of verloskundige.

Als alles goed gaat, is je baarmoeder na zes weken hersteld en heeft een nieuwe laag baarmoederslijm. Je lichaam is dan weer klaar om te menstrueren. Geef je borstvoeding, dan kan je menstruatie nog wel een jaar uitblijven. Je bent dan wel al vruchtbaar.

Plassen

De eerste dagen na de bevalling is het vaak moeilijk om te plassen. Het weefsel rond je urinebuis is dan opgezwollen, en je blaasspier is onder invloed van hormonen slapper geworden.

Tijdens de bevalling ben je misschien ook nog ingeknipt, uitgescheurd en gehecht. Dit kan een branderig gevoel veroorzaken. Soms merk je ook helemaal niet dat je blaas vol is, omdat de zenuwen van je blaas tijdens de bevalling klem hebben gezeten.

Hoewel het dus niet altijd gemakkelijk gaat, is het heel belangrijk om te plassen. Je lichaam begint in de eerste week al het vocht af te voeren, dat je tijdens je zwangerschap hebt vastgehouden. Een volle blaas kan je buikpijn geven en vergroot de kans op infecties.

Bovendien kan je baarmoeder niet goed samentrekken als je blaas vol is. Spoel je vagina ook na het plassen goed na met water. Daarmee voorkom je een infectie.