zondag, 25 oktober 2020

Pijnbestrijding tijdens de bevalling

Ruggenprik en meer...

Iedere vrouw ervaart haar bevalling anders. Zeker is dat een bevalling gepaard gaat met pijn. Misschien heb je met de verloskundige al gesproken over pijnbestrijding tijdens de bevalling. Welke mogelijkheden zijn er om de pijn te verlichten?

Een ruggenprik is de meest ingrijpende vorm van pijnbestrijding. Het is, behalve gehele narcose, de enige methode om de pijn van de weeën volledig weg te nemen. Het is de prik die bekend staat om de dikte van de naald. Er zijn twee verschillende vormen: de epidurale ruggenprik en de spinale anesthesie.

Epidurale ruggenprik
Voor de gewone bevalling is er de epidurale ruggenprik. Deze prik wordt tussen de ruggenwervels gespoten (epidurale ruimte) via een slangetje, een soort katheter.

Tussen de ruggenwervels bevinden zich de zenuwen die de pijnprikkels van de baarmoeder en de bekkenbodem vervoeren. Door deze zenuwen te verdoven, voel je de weeën niet meer.

Deze ruggenprik werkt pas na vijftien minuten en kan soms wat vervelende bijwerkingen hebben, zoals een dalende bloeddruk. Bij deze manier wordt ernaar gestreefd om het onderlichaam volledig pijnloos te maken, maar dan zo dat er nog wel controle is over de spieren.

Het toedienen van het medicijn wordt zodra je volledige ontsluiting hebt verminderd. Meestal komen daarna de persweeën gewoon op gang en kun je op natuurlijke wijze bevallen.

Spinale anesthesie
Bij een keizersnede kan zowel de epidurale als de spinale anesthesie worden toegepast. Bij een keizersnede waarbij haast is geboden, wordt meestal gekozen voor de spinale anesthesie, omdat dit middel sneller werkt en omdat het alle onprettige sensaties onderdrukt tijdens een spoedoperatie. De anesthesist spuit een vloeistof tussen de ruggenwervels in de ruimte die zich om de grote zenuwen bevindt.

Na een zacht tintelend gevoel ben je vanaf je navel verdoofd. Dat betekent dat je je benen niet meer kunt bewegen. Je bent wel bij bewustzijn, maar voelt geen pijn van de operatie. Daarna kun je gelijk je kindje zien en vasthouden. Dit is bijzonder, soms wordt bij een keizersnede ook gekozen voor totale narcose. Dan moet je eerst bij bewustzijn komen, voordat je je kindje kunt vasthouden.

Hoe werkt een ruggenprik?
Om een eventuele bloeddrukdaling tegen te gaan, wordt eerst een infuus ingebracht. Ook wordt de patiënt aan bewakingsapparatuur gelegd. De rug wordt voor een deel ontsmet en de huid plaatselijk verdoofd.

Vervolgens moet de rug volledig bol gemaakt worden en voelt de anesthesist met zijn vingers naar de juiste plaats tussen de ruggenwervels om te prikken. Dan wordt er een lange naald tussen twee wervels door in de ruggenwervel gebracht.

Na controle of er geen bloedvat aangeprikt is, wordt er een katheter (een heel dun slangetje) door de naald in de wervelkolom gebracht, waardoor de medicatie wordt toegediend.

De katheter wordt op de rug vastgeplakt en de naald wordt verwijderd. Het duurt maximaal 20 minuten voordat de verdoving werkt. Als de toevoer van medicatie door de katheter stopt, is de verdoving binnen een uur uitgewerkt.

Bijwerkingen en complicaties
Eén van de meest voorkomende bijwerkingen van de ruggenprik is een sterke daling van de bloeddruk. Gevolgen van deze bloeddrukdaling kunnen bijvoorbeeld zijn: flauwvallen, moeilijke ademhaling en een vertraagde hartslag.

Door een verminderde doorbloeding van de baarmoeder komt er minder zuurstof bij de baby, dit kan een zuurstoftekort bij de baby veroorzaken. Deze bijwerkingen komen bijna nooit voor.

De meest voorkomende complicatie bij een ruggenprik, is dat er bij het prikken een gaatje ontstaat in het ruggenvlies. Dit kan leiden tot hoofdpijnklachten. Een zeer zeldzame complicatie die kan optreden, is abcesvorming, een ontsteking van de holte om het ruggenmerg, waardoor er een bloeding kan ontstaan.

Kun je een ruggenprik eisen? 
In principe komt iedere zwangere vrouw met onhoudbare pijn in aanmerking voor een ruggenprik. Of deze prik ook daadwerkelijk toegediend zal worden, bepaalt de behandelend gynaecoloog in overleg met de anesthesist. Bij bijvoorbeeld bloedstolling en infecties kan de anesthesist afzien van het toedienen van de prik. 

Voorbeelden van pijnmedicatie
Naast de ruggenprik kun je ook kiezen voor een andere manier om de pijn te bestrijden. Veel vrouwen kiezen hiervoor omdat ze een ruggenprik als te ingrijpend ervaren en toch iets van de pijn willen onderdrukken.

Wist je trouwens dat je eigen lichaam ook een handje helpt door het aanmaken van endorfine? Dat is een stof die je helpt de pijn te verlichten. Bij pijnmedicatie besluit de verloskundige uiteindelijk wat de beste oplossing is voor jou en je baby. Voorbeelden van pijnmedicatie zijn:

Pethidine
Pethidine wordt via een injectie toegediend en is eigenlijk een heel sterke pijnstiller. Het verlicht de pijn zodanig dat je tussen de weeën door even tot rust kunt komen. Het middel heeft ook nadelen: je kunt er té slaperig van worden en sommige vrouwen hebben daardoor achteraf het idee niet alles van de bevalling te hebben meegemaakt.

Ook heeft het bijwerkingen als misselijkheid en duizeligheid. Een ander nadeel is dat pethidine door de placenta heen bij je kindje kan komen, dat er net als jij slaperig van kan worden. Na de geboorte wil het dan minder snel aan de borst drinken. Dit kan een reden zijn voor de verloskundige om geen pethidine voor te schrijven.

TENS
Bij Transcutane Electro Neuro Simulatie (TENS) krijg je op je ruggenwervel een plaatje met elektroden, dat kleine stroomstootjes geeft. De stroomstootjes beïnvloeden de pijnprikkels. Dit kan de pijn tot 50 procent verminderen. TENS is zowel thuis als in het ziekenhuis mogelijk.

Remifentanyl
Op dit moment kun je in enkele ziekenhuizen al het middel remifentanyl krijgen. Dit is een snelwerkend en kortwerkend opiaat (in tegenstelling tot pethidine, dat best lang doorwerkt).

Je krijgt dan een infuus en een pompje. In dat pompje zit remifentanyl. Je kunt het pompje zelf indrukken als de pijn te heftig wordt. Je bent dan een minuut of negen van de pijn af. Bij een volgende wee kun je het pompje weer indrukken. Er zit wel een limiet aan.

Nadeel is dat je er misselijk van kunt worden, maar dat is veel minder dan bij pethidine. Het grote voordeel is dat je hier geen anesthesist voor nodig hebt, dat het snel werkt en snel uitwerkt en dat je zelf de regie voert.

Gesproken bron: Dr. Stienstra, Leids Universitair Medisch Centrum