zaterdag, 28 maart 2020

Zwangerschap op latere leeftijd

Goed idee of af te raden?

"Een wijze meid krijgt haar kinderen op tijd", hoor je wel eens. Dat wil zeggen, tussen 20 en 35 jaar. Steeds meer vrouwen worden later zwanger. Nochtans is het risico op afwijkingen en complicaties hoger bij een zwangerschap op latere leeftijd.

Een zwangerschap op latere leeftijd houdt een aanzienlijke extra belasting van het lichaam in. Vooral het hart- en vaatstelsel krijgen het zwaarder te verduren.

Typische ouderdomskwalen

Het slagvolume van een zwangere vrouw (hoeveelheid bloed die per hartslag verplaatst wordt) neemt immers met 50 procent toe. Een jonge vrouw kan die belasting beter verdragen dan een oudere. Een zwangerschap op latere leeftijd kan daardoor typische ouderdomskwalen veroorzaken, zoals een te hoge bloeddruk en diabetes. Een zwangerschap is een extra belasting en lokt deze kwalen uit. Daardoor stijgt ook de kans op groeivertraging van de foetus. Dat kan ertoe leiden dat de baby te vroeg geboren wordt, of met een laag geboortegewicht.

Chromosomen

Ook de kans dat het kind een chromosomale afwijking heeft, is hoger bij een zwangerschap op latere leeftijd. Dat komt doordat het genetische materiaal in de eicellen van de moeder al ouder is, want die eicellen heeft ze al sinds haar geboorte.

Het bekendste voorbeeld van deze chromosomale afwijking is het syndroom van Down, of trisomie-21. De kans op een kind met Downsyndroom bij een 20-jarige is één op de 1500. Bij een 36-jarige vrouw is dat al één op de 300, en bij een 40-jarige één op de 100. Toch worden er bij oudere vrouwen minder kinderen met het Downsyndroom geboren dan je zou verwachten. Dat komt doordat chromosoomafwijkingen met een vruchtwaterpunctie of een vlokkentest perfect op te sporen zijn. Bij zwangere vrouwen boven de 35 is een analyse van de chromosomen immers een standaardingreep.

Er zijn ook chromosomale afwijkingen waardoor het kind niet levensvatbaar is. Dat verklaart waarom oudere vrouwen meer kans hebben om een miskraam te krijgen.

Tweeling

Voorts is de kans op een twee-eiige tweeling, waarbij twee eicellen worden bevrucht door twee zaadcellen, ook groter wanneer een vrouw op latere leeftijd zwanger wordt. Bij een 20-jarige vrouw is die kans ongeveer 1 op de 100, bij een 35-jarige is dat 1 op de 75. Hoe dat komt, is nog niet duidelijk.

Risico blijft klein

Toch is het niet allemaal kommer en kwel. De kans dat een zwangerschap op latere leeftijd goed afloopt, is nog altijd veel groter dan de kans op complicaties. Het risico op problemen neemt wel toe, maar blijft desondanks klein.

Los van de zwangerschap is er echter nog een ander probleem voor oudere moeders. Wie op haar veertigste aan kinderen begint, heeft op haar 55ste een puber in huis. Veel mensen onderschatten dat.