dinsdag, 14 juli 2020

Zó herken je de eikenprocessierups

Eikenprocessierups… of toch de plakker?

De eikenprocessierupsen gaan weer aan de wandel en dus is het oppassen geblazen als je buiten bent. De eikenprocessierups is bovendien niet de enige met irriterende haren: ook in de duinen kun je tegen een nest vervelende beestjes aanlopen.

Vanwege de sterk toegenomen overlast van de eikenprocessierups zetten veel Nederlandse gemeenten in op vroege – en liefst natuurlijke – bestrijding. Voor een langdurig effect van de maatregelen is echter wel een lange adem nodig. We kunnen dus maar beter weten waar we op moeten letten.

Eikenprocessierups… of toch de plakker?

De eikenprocessierups wordt nog wel eens verward met de minder vervelende plakker. Ook de plakker leeft op eiken, maar daarmee hebben we ook meteen de meest in het oog springende gelijkenis te pakken. De plakker heeft blauwe en roestbruine bultjes met lange haren die hooguit wat lichte irritatie opleveren. En raak je de plakker niet aan, dan doet hij jou ook helemaal niets.

Kenmerken eikenprocessierups

Nee, dan de eikenprocessierups, met z’n akelige brandharen. Hieraan herken je de eikenprocessierups:

  • Hij leeft op eiken;
  • Hij laat zich voornamelijk eind mei, in juni, juli en augustus zien;
  • Hij vervelt en verpopt in witte, harige, gesponnen nesten die als bollen in de eik hangen – vaak in de oksels van de takken;
  • Hij en zijn vrienden lopen in processie: in kolonne achter elkaar dus;
  • Hij heeft gele vlekken op de rug, met daarop lange witte haren;
  • En hij heeft minuscuul kleine brandharen die met het blote oog niet eens te zien zijn.

Met die minuscuul kleine brandharen veroorzaakt de eikenprocessierups dus behoorlijk wat overlast: van jeuk, bultjes en blaasjes tot – in minder vaak voorkomende gevallen – braken en duizeligheid. Ook (huis)dieren kunnen veel last hebben van de brandharen van de eikenprocessierups. Verlaten nesten van de eikenprocessierups kunnen jaren later nog steeds voor overlast zorgen.

Overlast in de duinen: bastaardsatijnvlinder

Langs de kust leeft nog een andere rups die flink wat narigheid kan veroorzaken: de bastaardsatijnvlinder. De rupsen van deze vlinder zitten ’s winters lekker knus met z’n allen in een dik spinsel in duindoorns. Om toch nog een beetje zon mee te pakken, maken ze de nesten aan de uiteinden van de takken van zo’n duindoorn. De haren van deze rups zijn zeer irriterend voor de huid en blijven na vervellen en verpoppen achter in het nest. En dat is dus bijzonder vervelend voor de wandelaar die ’s zomers nietsvermoedend in korte broek langs de duindoorns struint.

Meeste rupsen onschuldig

Hoewel sommige rupsen flink wat overlast kunnen geven, is verreweg het grootste deel van deze schepseltjes totaal onschuldig. Dat geldt ook voor harige rupsen: de meeste harige exemplaren hebben zelfs helemaal geen brandharen. Zie je een rups lopen en wil je weten waar je mee te maken hebt? Op de website van de Vlinderstichting vind je er alles over. Ook lees je daar handige tips om rupsen – en vlinders! – te fotograferen.

Bron(nen):