dinsdag, 22 oktober 2019

Het urinewegstelsel

Nieren, urineleiders, blaas en plasbuis

Overtollig vocht en afvalstoffen raak je kwijt via je urine. Voordat je kunt plassen, moet die urine eerst aangemaakt en vervolgens afgevoerd worden. Dat gebeurt in het urinewegstelsel.

Het urinewegstelsel bestaat uit een aantal organen die urine produceren en vervolgens afvoeren. Het heeft twee delen, namelijk de hogere urinewegen en de lagere urinewegen.

Tot de hogere urinewegen behoren de nieren en de urineleiders. De blaas en de urinebuis behoren tot de lagere urinewegen.

Nieren: filters

Hoog achterin je buikholte bevinden zich twee nieren. Deze organen bestaan uit miljoenen piepkleine filtertjes. De filtertjes hebben twee onderdelen: een filter die allerlei stoffen uit het bloed haalt en een buisje dat ook als filter fungeert, maar daarnaast de nuttige stoffen terugvoert naar het bloed. Per minuut wordt er zo een liter bloed gefilterd.

De overgebleven afvalstoffen en het vocht vormen samen de urine. Deze komt als eerste terecht in een reservoir genaamd het nierbekken.

Urineleiders

Vanuit het nierbekken stroomt de urine naar de urineleiders (ureters). Bij volwassenen zijn dat buizen van ongeveer 25 tot 35 centimeter lang. Ze vormen de verbinding tussen de nieren en de blaas. Ze kunnen zich in een golfbeweging samentrekken (peristaltiek) en transporteren zo de urine. Aan het eind van beide urineleiders zit een soort ventiel dat ervoor zorgt dat urine niet meer kan terugstromen naar je nieren.

Blaas

De blaas is een holle, bolvormige spier waarin de urine zich tijdelijk verzamelt. De binnenkant bestaat uit een waterdichte laag slijmvlies. Er past ongeveer 400 à 600 milliliter vocht in.

Zit de blaas bijna vol, dan geeft hij een seintje aan je hersenen. Je voelt dan aandrang om te plassen. Als je eenmaal op de wc zit, trekt de spierwand van de blaas zich samen. De blaas wordt dan een klein balletje en de urine wordt uit de blaas geperst.

Plasbuis

In de bodem van de blaas zit een opening die naar de plasbuis (urethra) leidt. Bij vrouwen is de plasbuis maar kort, 2,5 tot 4 centimeter. Bij mannen is de plasbuis langer, zo’n 20 centimeter. Rondom de plasbuis zit een sluitspier die de buis dichtknijpt, zodat je geen urine verliest. Als je plast, ontspant deze spier zich en stroomt de urine via de plasbuis naar buiten.

Bron(nen):