Sinustrombose: wie loopt extra risico?

Cerebrale veneuze sinustrombose

sinustrombose
Getty Images

Je bloedsomloop zorgt ervoor dat je lichaam op de goede plekken de juiste stoffen opneemt en afvoert. Het is dus belangrijk dat je bloed blijft stromen. Maar soms gaat dat niet goed en ontstaan er bloedstolsels die aders of slagaders verstoppen. We noemen dat een sinustrombose als een bloedprop de afvoerende bloedvaten of aderen in het voorste deel van je hersenen blokkeert. Dit veroorzaakt onder andere (hevige) hoofdpijn. Wat zijn de oorzaken en gevolgen? En wie loopt extra risico?

Een gezonde bloedsomloop zorgt ervoor dat spieren en organen de zuurstof en voedingsstoffen ontvangen die ze nodig hebben. Je wil dus dat het bloed goed stroomt. Maar als je een wondje hebt, moet het bloed op die plek juist snel stollen zodat je niet teveel bloed verliest. Bloedplaatjes en stollingseiwitten in je bloed zorgen dan samen met de bloedvatwand dat je bloed stolt en een korstje vormt.

De mediabron waarnaar verwezen wordt ontbreekt en moet opnieuw ingevoegd worden.

Wat is sinustrombose?

Als je bloed stolt terwijl er geen wond is, of als het blijft stollen terwijl de wond al dicht is, dan ontstaan er aan de binnenkant van de bloedvaten bloedstolsel op een moment dat dat niet moet. Als er dan een ader verstopt raakt, heet dat veneuze trombose. Dat kan ontstaan in je benen (het zogenoemde trombosebeen), maar ook in je armen, bekken of hersenen. Dat laatste is het geval bij cerebrale veneuze sinustrombose, kortweg sinustrombose genoemd.

Bij sinustrombose wordt het bloed niet goed afgevoerd uit de voorste delen van de hersenen als gevolg van een bloedstolsel in de aderen. Ook de afvoer van hersenvocht gaat daardoor vaak niet goed.

Wie loopt extra risico op sinustrombose?

Sinustrombose is een zeldzame aandoening: in Nederland zijn er jaarlijks ongeveer 250 nieuwe gevallen. Het komt vooral voor bij mensen tussen de 20 en 50 jaar. Ook bij kinderen (vooral vlak na de geboorte) komt cerebrale veneuze sinustrombose voor. Driekwart van de volwassenen met cerebrale veneuze sinustrombose is vrouw. Met name jonge vrouwen worden getroffen; de gemiddelde leeftijd ligt op 36 jaar. Dat komt omdat er bepaalde risicofactoren zijn die voornamelijk in deze groep voorkomen, zoals pilgebruik en zwangerschap.

De oorzaken van cerebrale veneuze sinustrombose

Sinustrombose kan verschillende oorzaken hebben. Zo kan de samenstelling van je bloed verandert zijn door ziekte (denk aan kanker of hormonale aandoeningen, maar ook ontstekingen), medicijngebruik of vrouwelijke hormonen (oestrogeen). Dat laatste hormoon is in hogere concentratie in je lichaam aanwezig tijdens zwangerschap, IVF behandelingen, hormoonbehandelingen rond de overgang en bij gebruik van de anticonceptiepil. Leeftijd speelt hierbij een rol: hoe ouder je bent als je de anticonceptiepil gebruikt, hoe groter de kans op trombose. Met name als je boven de veertig bent, neemt het risico toe. Als je overgewicht hebt en de pil gebruikt, heb je ook een groter risico op trombose.

Erfelijke factoren

Niet alleen een veranderde samenstelling van het bloed verhoogt het risico op sinustrombose. Ook erfelijke factoren kunnen een rol spelen. Veel voorkomende erfelijke afwijkingen zijn een tekort aan antitrombine, proteïne C en proteïne S; eiwitten die in je lever worden aangemaakt en de bloedstolling remmen. Als je een tekort hebt aan één van deze eiwitten, is het risico op trombose 5 tot 10 keer groter dan gemiddeld.

Andere veel voorkomende erfelijke afwijkingen zijn factor V Leiden-mutatie en protrombinemutatie. Bij deze afwijkingen is de werking van bepaalde stollingseiwitten verhoogd, waarbij het risico op trombose 3 tot 5 keer groter dan gemiddeld is. Voor de behandeling van de trombose maakt het overigens meestal niet uit of er sprake is van een erfelijke oorzaak.

De klachten bij cerebrale veneuze sinustrombose

De klachten van een sinustrombose kunnen sterk lijken op die van een herseninfarct of beroerte. Een sinustrombose kan het volgende veroorzaken:

Hevige hoofdpijn, slecht zicht, misselijkheid en overgeven

De meest voorkomende klacht bij sinustrombose is hevige hoofdpijn, maar liefst negen op de tien mensen met cerebrale veneuze sinustrombose heeft hier last van. Ook slecht zien, misselijkheid en overgeven komen vaak voor. Dit komt door een verstoorde afvoer van bloed en hersenvocht, met een verhoogde druk in het hoofd tot gevolg.

Neurologische uitvalsverschijnselen

Ook neurologische uitvalverschijnselen komen veel voor bij sinustrombose. Denk aan een verlamming van één zijde van het lichaam of het gezicht (bijvoorbeeld een scheve mond), onduidelijk spreken, dubbelzien, evenwichtsstoornissen en soms een verlaagd bewustzijn. Zo'n vier op de tien mensen hebben last van dit soort verschijnselen.

Epileptische aanvallen

Tenslotte hebben zo'n vier op de tien mensen met cerebrale veneuze sinustrombose last van epileptische aanvallen, die worden uitgelokt door een verstoring van de prikkeloverdracht tussen de hersencellen.

Als de arts op basis van je klachten vermoedt dat je cerebrale veneuze sinustrombose hebt, krijg je een CT of MRI scan van de hersenen om dit verder te onderzoeken.

De behandeling van cerebrale veneuze sinustrombose

Is er eenmaal vastgesteld dat er sprake is van cerebrale veneuze sinustrombose, dan krijg je meestal direct antistollingsmedicijnen (bloedverdunners) zoals laag-moleculair-gewicht-heparines (LMWH's), coumarine of directe orale anticoagulantia (DOAC). Eventuele complicaties zoals epilepsie worden afzonderlijk behandeld. Als er sprake is van neurologische uitvalsverschijnselen, dan volgt meestal een revalidatieprogramma in een revalidatiecentrum.

De gevolgen van een sinustrombose

De langetermijngevolgen van een sinustrombose verschillen per persoon en zijn onder andere afhankelijk van of en hoeveel schade het hersenweefsel heeft opgelopen. In het eerste half jaar na cerebrale veneuze sinustrombose treedt het belangrijkste herstel op. Op de lange termijn herstelt ruim drie op de vijf mensen zonder symptomen. Ruim een op de vijf mensen kan alle gebruikelijke werkzaamheden en activiteiten weer uitvoeren, maar minder en/of trager dan voorheen. Ongeveer acht op de honderd mensen ervaren beperkingen in het dagelijks functioneren, maar zijn wel zelfstandig. Ongeveer zes op de honderd mensen zijn niet (meer) zelfstandig na een cerebrale veneuze sinustrombose. Toch is cerebrale veneuze sinustrombose nog steeds een ernstige hersenaandoening, waaraan een tot twee op de twintig mensen die het krijgen overlijdt.

Mogelijke restklachten na een sinustrombose

  • Hoofdpijn
  • Epilepsie
  • Neurologische uitvalsverschijnselen
  • Onhandigheid
  • Problemen met zien
  • Vermoeidheid
  • Concentratieproblemen
  • Traagheid
  • Geheugenproblemen
  • Sneller geprikkeld
  • Gevoelig voor geluid
Auteur 
  • Franca van Dalen
Bron 
  • AMC
  • Trombosestichting
  • Thuisarts