Gezondheidsnet.nl maakt gebruik van cookies: functioneel, om instellingen en voorkeuren te onthouden, voor beter en eenvoudiger navigeren en inloggen; analytisch, om bezoeken bij te houden en te bestuderen; voor commerciële doeleinden, om bij te houden hoe vaak bepaalde advertenties zijn getoond en geklikt; voor targeting doeleinden, om advertenties op uw interesses te kunnen aanpassen en zodat andere sites ook gerichte advertenties kunnen tonen. Door hiernaast op akkoord te klikken, of door gebruik te blijven maken van deze website gaat u hiermee akkoord. Lees voor meer informatie ons Cookiebeleid.

Akkoord
vrijdag, 23 juni 2017

Wat is trombose?

Bloedstolsel sluit een ader af

Als je in je vinger snijdt, komt je lichaam meteen in actie. Bloedplaatjes en stollingseiwitten vormen een stolsel oftewel een korstje om het bloeden te stelpen. Soms ontstaat er zomaar een stolsel in een bloedvat zonder dat er sprake was van een bloeding. Dat heet trombose en zorgt voor allerlei problemen.

Raakt de bloedprop of een stukje ervan los van de vaatwand, dan voert bloedstroom het stolsel mee. Gaat het propje vervolgens vastzitten in een ader of slagader, dan heet dat een embolie.

Zo’n overbodig bloedpropje (trombus) kan een ader of een slagader gedeeltelijk of helemaal afsluiten. De weefsels achter de bloedprop krijgen daardoor te weinig zuurstof aangevoerd, waardoor ze kunnen afsterven. Een trombus kan overal in je lichaam ontstaan, maar komt het meest voor in de benen, de longen, het hart en de hersenen. Daar leidt het tot verschillende problemen.

Trombosebeen

Trombose komt vaak voor in de diepliggende aderen van het onderbeen. Door het propje stroomt je bloed niet meer goed terug in de richting van het hart. Het been wordt vaak plotseling of binnen een paar dagen dik, warm, pijnlijk, rood en glanzend.

Je hoeft niet altijd iets te merken van een trombosebeen. En de genoemde klachten kunnen ook veroorzaakt worden door een andere aandoening. Een echo moet daarom uitwijzen of je inderdaad een trombosebeen hebt.

Longembolie

Het gevaarlijke van een bloedstolsel in een ader in je benen is dat het propje los kan schieten. De bloedsomloop voert het vervolgens mee naar het hart en daarna naar de longen. Daar zit het stolsel de bloedtoevoer naar de longen in de weg. Dit heet een longembolie.

Het weefsel achter de bloedprop sterft af omdat het te weinig zuurstof krijgt, wat klachten geeft als benauwdheid, een snelle ademhaling en pijn bij het ademhalen, bloed ophoesten, transpireren, een bleek gezicht en flauwvallen. Een longembolie is ernstig en vraagt altijd om nader onderzoek door een arts.

Hart en hersenen

Een stolsel in de hartslagader kan een hartinfarct veroorzaken. Bovendien kan een stolsel dat ontstaat in het hart of de hartslagader vastlopen in de slagader van de hersenen. Als zo’n hersenembolie de slagader afsluit, kun je een herseninfarct krijgen. Een stolsel kan zich ook voordoen in de afvoerende vaten van de hersenen, dan is er sprake van sinustrombose.

Oorzaken

Als het bloed te langzaam stroomt, kan er een stolsel ontstaan. Bijvoorbeeld als je lang stilzit tijdens een vliegreis, langdurig bedrust moet houden, geopereerd bent of een been hebt dat in het gips zit. Heb je last van boezemfibrilleren, dan stroomt het bloed trager door het hart en kan het bloed even stilstaan. Ook dit verhoogt het risico op een bloedpropje.

Trombose ontstaat meestal door een combinatie van factoren. In sommige families komt veel trombose voor. Roken, een hoog cholesterolgehalte, diabetes, kanker, een te hoge bloeddruk, een zwangerschap en het gebruik van een anticonceptiepil met oestrogeen vergroten het risico op trombose. Hoe ouder je wordt, hoe groter de kans is dat je last krijgt van trombose.

Voorkomen en behandelen

Bij trombose krijg je antistollingsmiddelen en medicijnen die stolsels oplossen. Heb je een gezwollen trombosebeen, dan krijg je zwachtels om het been waardoor de zwelling afneemt. Meestal krijg je daarna nog een elastische kous aangemeten die ervoor zorgt dat vocht uit je been wordt afgevoerd. Trombose ontstaat namelijk vaak op kleppen in de aders, waardoor die kleppen stuk kunnen gaan en je bloed niet goed terugstroomt. Daardoor hoopt zich vocht op in je onderbeen. Een stevige steunkous voorkomt dat.

Als je een keer trombose gehad hebt, bekijkt de arts met je welke risicofactoren je moet vermijden. Sommige patiënten krijgen medicijnen tegen een hoge bloeddruk voorgeschreven. Aan een erfelijke aanleg is helaas niets te doen, maar het aanpassen van je leefstijl kan het risico op het terugkomen van trombose wel verkleinen. Rook je, dan is het verstandig om te stoppen. Ook meer bewegen, langdurig stilzitten of stilstaan vermijden en gezond en gevarieerd eten helpt.

Bron(nen):

Reactie toevoegen