zaterdag, 24 augustus 2019

Wat kun je doen als je last hebt van brandend maagzuur?

250.000 Nederlanders slikken onnodig pillen

Oprispingen, een onbestemde druk in de maag: het zijn hinderlijke klachten, maar je gaat er niet mee naar de huisarts. Heel vaak is dat ook niet nodig. Soms echter wel.

Marten Otten, maag-, darm- en leverarts in het Meander Medisch Centrum in Amersfoort, ziet dat in zijn praktijk: "Mensen blijven lang met klachten rondlopen. Gemiddeld wachten ze twee jaar tot ze ermee naar de huisarts gaan, terwijl het hun dagelijks leven wel degelijk beïnvloedt. Ik zie zelfs regelmatig mensen die al jarenlang klachten hebben en inmiddels hun leefstijl hebben aangepast, maar niet naar de dokter zijn geweest. Zoals bijvoorbeeld de man die voor een kijkonderzoek van de maag kwam. Hij bleek ook een ernstig aangetaste slokdarm te hebben. Bij navraag bleek dat hij al twintig jaar lang last had van brandend maagzuur. Toen hij er eenmaal pillen voor had gekregen, was hij verbaasd dat hij zich zó goed kon voelen."

Betrouwbare diagnose

Zo’n 1,5 miljoen Nederlanders hebben dagelijks last van brandend maagzuur (ook wel zuurbranden genoemd). Het komt voor bij mannen en vrouwen van alle leeftijden, vaker bij mensen die te zwaar zijn. De klachten worden veroorzaakt doordat de inhoud van de maag terugstroomt in de slokdarm.

Dit terugstromen wordt 'reflux' genoemd en komt doordat de doorgang van slokdarm naar maag niet voldoende sluit. Je kunt dat zuur proeven, maar ook last krijgen van minder voor de hand liggende klachten, zoals een beklemmend of branderig gevoel achter het borstbeen. Na vele jaren kunnen complicaties als een hese stem en hoesten ontstaan.

Een probleem is dat er geen objectieve test bestaat om vast te stellen of het om refluxklachten gaat. Afgaand op het verhaal van de patiënt stelt de arts een diagnose. Wel is er sinds kort een nieuw hulpmiddel: een simpele vragenlijst waarmee je zelf kunt vaststellen of je klachten wel of niet door brandend maagzuur worden veroorzaakt. Otten: "Met deze test kunnen patiënten hun klachten in maat en getal uitdrukken. De testuitslag is even betrouwbaar als de diagnose van een huisarts of een maag-, darm- en leverarts."  

Leefstijl aanpassen

Aan zuurbranden kun je in eerste instantie goed zelf iets doen, voornamelijk door op het eten en je eetpatroon te letten. Vermijd voedsel dat de klachten verergert. Welk voedsel dat is, verschilt van mens tot mens.

Koffie, thee, vet eten en alcohol zijn veelvoorkomende boosdoeners. Goed kauwen, rustig eten en niks meer eten en drinken in de drie uur voordat je gaat slapen, kunnen helpen. Eet liever meerdere kleine maaltijden dan een paar grote. Doe geen lichaamsoefeningen na het eten en ga ook niet liggen, want hierdoor kan de maaginhoud terugstromen. Zorg er in bed voor dat je hoofd hoger ligt dan de maag. En nog een tip: snoer de buik niet in met krappe kleding. Ook door te stoppen met roken, meer te ontspannen en af te vallen als je te zwaar bent, kunnen de klachten minder worden.

Maar ook al doe je dit allemaal, dan nog kunnen de klachten blijven. In dat geval kunnen zelfzorgmiddelen (zonder recept) uitkomst bieden: maagzuurbinders (algeldraat) of maagzuurremmers (ranitidine of cimetidine). Gebruik ranitidine en cimetidine slechts enkele weken; als ze dan nog niet helpen, ga dan naar de huisarts.

Naar de huisarts

Worden de refluxklachten te hinderlijk, dan is een bezoek aan de huisarts nodig – ook al omdat het opkomende maagzuur uiteindelijk de slokdarm kan beschadigen. De huisarts kan uitsluiten of het misschien toch iets anders is, zoals een maagzweer, of krachtiger medicijnen tegen brandend maagzuur voorschrijven, zoals omeprazol en lansoprazol.

Hoewel maagzuurremmers op korte termijn veilig zijn, moet je ze alleen langdurig slikken als dat echt nodig is. Want er zijn risico’s aan verbonden.
Door de maagzuurremmer neemt het lichaam bijvoorbeeld slechter kalk op, waardoor bot kan ontkalken. Het risico van een botbreuk, bijvoorbeeld van een heup, wordt daardoor iets groter. Daarnaast neemt de kans op longontsteking toe. Normaal gesproken zorgt maagzuur ervoor dat schadelijke bacteriën in de maag worden uitgeschakeld. Als de zuurproductie wordt geremd, overleven meer bacteriën in de maag en die kunnen met de terugstromende maaginhoud via de slokdarm de longen bereiken.

Ook kunnen maagzuurremmers de werking van andere geneesmiddelen beïnvloeden. Het is dus zaak niet te lang maagzuurremmers te blijven slikken. Er zijn zo’n 500.000 Nederlanders die langer dan een jaar dagelijks maagzuurremmers slikken tegen lichte klachten. In de helft van de gevallen is dat terecht omdat de klachten niet ophouden.

De andere helft slikt maagzuurremmers terwijl het eigenlijk niet meer nodig is, ontdekte Alike van der Velden tijdens haar promotieonderzoek aan de Universiteit Utrecht. 20 procent van de mensen die dagelijks een pilletje slikken tegen lichte klachten (100.000 mensen), kan namelijk sowieso stoppen omdat ze zonder pillen klachtenvrij zouden zijn. En 30 procent (150.000) kan met minder pillen toe.

Afkicken

Dat zoveel mensen maagzuurremmers slikken terwijl ze ook zonder kunnen, komt mede doordat stoppen met maagzuurremmers niet eenvoudig is. Het verraderlijke is namelijk dat bij radicaal stoppen onthoudingsverschijnselen kunnen optreden die precies lijken op de originele klachten. En dan is de stopper geneigd om weer te beginnen met de maagzuurremmer.
Zomaar stoppen is dus geen goed idee. Langzaam stoppen wel. Door geleidelijk steeds minder pillen te slikken, omzeil je de onthoudingsverschijnselen en kun je toch uitzoeken of je nog last hebt van maagzuur. Een goede manier is eerst de hoeveelheid per dag te halveren, dan een dag over te slaan en ondertussen – als er zuurbranden optreedt – een ander soort middel, namelijk een zuurbinder, te gebruiken.

Raadpleeg wel eerst de huisarts voordat je op deze manier stopt, want sommige mensen slikken maagzuurremmers vanwege andere problemen en mogen niet minderen. Bijvoorbeeld in het geval van een slokdarmontsteking of wanneer maagzuurremmers bijwerkingen van andere medicijnen, zoals ibuprofen, moeten onderdrukken.

Bron(nen):