zondag, 17 januari 2021

Mijn kind heeft diabetes mellitus type 1

Suikerziekte bij kinderen

Diabetes mellitus type 1 is een ziekte waarbij de alvleesklier te weinig insuline produceert. Hierdoor stijgt het bloedsuikergehalte en raakt de gehele stofwisseling ernstig verstoord. De behandeling bestaat uit insuline toedienen via een injectie of via een pompje. Vaak ontstaat diabetes type 1 al op jonge leeftijd.

Diabetes mellitus type 1 noemen we ook wel kortweg diabetes type 1 of suikerziekte.

Hoe ontstaat diabetes mellitus type 1?

Als je koolhydraten eet, komt er na de maaltijd via je lever glucose in je bloed. Je cellen hebben glucose nodig om te kunnen functioneren, het zorgt voor energie. Het hormoon insuline zorgt ervoor dat de glucose vanuit het bloed de cellen in kunnen. De alvleesklier (medische naam: pancreas) maakt deze insuline aan, in de bètacellen van de eilandjes van Langerhans.

Maakt je alvleesklier geen of te weinig insuline aan, dan komt er onvoldoende glucose in de cellen. Er blijft te veel glucose in je bloed, wat zorgt voor de te hoge bloedsuikerspiegel. Een ontregelde bloedsuiker geeft allerlei klachten.

Oorzaak diabetes type 1

Bij diabetes type 1 vallen antistoffen per ongeluk de eigen weefsels aan. Dit wordt een auto-immuunziekte genoemd. Hoe dit komt, is niet bekend. De antistoffen in het bloed vallen de eilandjes van Langerhans die insuline produceren aan, zodat hun functie achteruit gaat. Is er nog maar zo’n 10 procent van de totale capaciteit aan insulineproductie over, dan ontstaat er diabetes. Er is dan te weinig insuline aanwezig om voldoende glucose de cellen in te transporteren en het bloedsuikergehalte binnen de normale grenzen te houden.

Sommige mensen denken dat vaccinaties diabetes type 1 veroorzaken, maar daarvoor bestaat geen enkele aanwijzing.

Symptomen van diabetes type 1 bij kinderen

Kinderen met diabetes mellitus type 1 hebben deze klachten:

  • erge dorst
  • vaak plassen
  • veel afvallen

Hoe ontstaan deze klachten? Bij een kind dat een ontregelde diabetes heeft, is de bloedsuiker erg hoog. De nieren gaan veel glucose en water afscheiden. Dit vochtverlies leidt tot erge dorst. Kinderen met diabetes drinken veel omdat ze zo veel moeten plassen. Omdat de nieren alle suiker die voor de stofwisseling bestemd is uitscheiden en omdat vet als alternatieve brandstof verbrand gaat worden, vallen ze bovendien veel af.

Heeft je zoon of dochter deze verschijnselen, laat dan snel een keer het bloedsuikergehalte meten bij de huisarts. Blijkt de bloedsuiker heel hoog te zijn, dan heeft je kind diabetes type 1.

Klachten als er niet behandeld wordt

Zonder behandeling stijgt de bloedsuiker verder. Door het vochtverlies droogt je kind uit. Daarnaast komen er door de afwijkende stofwisseling bepaalde stoffen in het bloed. Omdat er onvoldoende glucose in de cellen kan komen, gaan de lichaamscellen andere brandstoffen (bijvoorbeeld vetten) gebruiken, wat leidt tot andere afvalproducten. De adem van je kind kan dan naar aceton (nagellakremover) ruiken.

Je kind kan suf worden en uiteindelijk in een comateuze toestand raken. Zo’n ernstige verslechtering heet met een medische term een diabetische keto-acidose (DKA). Het is een ernstig ziektebeeeld, waarvoor intensieve behandeling en voortdurende controle van het bloed noodzakelijk is. Eventueel is zelfs een intensive care opname nodig.

Onderzoeken

Vermoed de huisarts dat je kind diabetes type 1 heeft, dan vindt er een uitgebreid bloedonderzoek plaats. Vooral het bloedsuikergehalte moet een aantal keer gecontroleerd worden. Ook wordt er gekeken of er antistoffen zijn die zich tegen de alvleesklier richten. Later wordt er ook routinematig gekeken naar het schilklierhormoon en de eventuele aanwezigheid van coeliakie.

Behandeling diabetes type 1 bij kinderen

De behandeling van diabetes type 1 bestaat uit een aantal keer per dag insuline toedienen. Insuline moet je in het onderhuidse vetweefsel spuiten, bijvoorbeeld in de bovenbenen, de huid van de buik of de bovenkant van de billen. Hiervoor gebruik je een injectie- oftewel insulinepen of een insulinepomp. Een diabetesverpleegkundige of kinderarts geeft je instructies over hoe je dit doet en hoeveel insuline je moet toedienen. Zo blijven de bloedsuikerwaarden zo normaal mogelijk.

Bloedsuiker meten

Om de juiste dosering insuline te bepalen, is het belangrijk om regelmatig de bloedsuikerwaarden te meten. Dat kun je zelf doen door met een speciale pen een prikje in de vinger te geven een druppeltje bloed op te vangen. Met een bloedsuikermeter meet je vervolgens hoe hoog de bloedsuiker is. Meestal noteer je de bloedsuikers op een nuchtere maag, voor de lunch en het avondeten en nog een keer voor het naar bed gaan. Hier pas je de dosis insuline op aan.

Dieet?

Met een diëtist bespreek je waar je wat betreft de voeding rekening mee moet houden. Suikervrije producten eten hoeft tegenwoordig eigenlijk nooit meer. Je kind mag eten wat het ook al at voordat de diabetes werd geconstateerd, maar meer regelmaat en vaste hoeveelheden koolhydraten zijn wel van belang. Een diëtist kan je daar meer over vertellen en bij helpen.

Hypoglykemie

Door slecht eten of het toedienen van insuline, kan de bloedsuiker ook te laag zijn. Dat heet een hypoglykemie of hypo. Je kind krijgt dan heel veel trek en kan zich niet goed concentreren. Bij een verdere daling van de bloedsuikerspiegel kan je kind wegraken.

Een druivensuikertablet helpt tegen een hypo. Lukt dat niet meer, dan heeft ieder kind met diabetes glucagon bij zich dat net als insuline in de huid kan worden gespoten, waarna de suiker weer stijgt. Hierna voelt je kind zich heel vervelend en moe.

Controles

Eens per drie maanden wordt gecontroleerd of de instelling met insuline over de laatste weken goed verloopt. Na ongeveer 5 jaar wordt er ook gekeken naar de eiwituitscheiding door de nieren, omdat er bij diabetes nierschade kan ontstaan. Bij nierschade die door diabetes ontstaat is er eiwitlekkage in de urine. Wanneer een kind langer diabetes heeft, gaat het ook eens per 2 jaar naar een oogarts, want diabetes kan leiden tot oogaandoeningen.

Impact op kinderen

Diabetes krijgen heeft een grote impact op een kind, maar ook op de eventuele broertjes en zusjes en de ouders. Het hele gezinsleven draait ineens om bloedsuikercontrole en insuline spuiten. Het is belangrijk om je te verdiepen in de werking van de verschillende soorten insuline. Ook zul je met meer regelmaat moeten gaan leven. Het is belangrijk dat ook de school van je kind op de hoogte is van de diabetes, wat dit inhoudt en welke problemen het kan geven.

Bij de behandeling van diabetes bij kinderen is een kinderarts, diabetesverpleegkundige, diëtist en maatschappelijk werker betrokken. In dit team wordt geregeld de behandeling van je kind besproken.

Dit artikel is goedgekeurd door Dr. J.M. de Bont, kinderarts-kinderneuroloog in UMC Utrecht.

Laatst herzien op