maandag, 23 mei 2022

Is je smaak veranderd? Neem je medicijnen onder de loep!

Van antibiotica tot mondspoelmiddel

Merk je dat je eten anders smaakt? Dan kan dat weleens aan je medicijnen liggen. Sommige medicijnen kunnen namelijk je smaak verstoren. In de rubriek ‘Bijwerking’ lees je alles over een bijwerking van medicijnen. Deze keer: smaakstoornissen.

Bij een smaakstoornis is de smaak verstoord. Het kan dat je smaken dan minder of juist beter proeft dan eerst. Ook kunnen dingen in één keer heel anders gaan smaken of zorgen voor een vieze smaak in je mond. Smaakstoornissen hebben iets te maken met hoe je smaakprikkels waarneemt. De smaakprikkels zijn zoet, zuur, zout en bitter.

Welke soorten smaakstoornissen zijn er?

Er zijn vier soorten smaakstoornissen. Bij de eerste soort smaakstoornis neem je één of meerdere smaakprikkels helemaal niet waar (ageusie). De tweede soort is wat milder, daarbij neem je één of meerdere smaakprikkels minder goed waar (hypogeusie). De derde soort is precies het omgekeerde. Hierbij neem je één of meerdere smaakprikkels juist beter waar (hypergeusie). Bij de laatste soort is de waarneming van smaak veranderd (dysgeusie). Daardoor kunnen bekende smaken in één keer anders gaan smaken.

Welke medicijnen veroorzaken smaakstoornissen?

Er zijn verschillende medicijnen die smaakstoornis als bijwerking kunnen geven. Medicijnen kunnen smaakstoornissen op verschillende manieren veroorzaken. Het is niet altijd bekend hoe dit precies werkt.

Antibiotica

Van een aantal antibiotica kun je last hebben van smaakstoornissen. Het antibioticum amoxicilline kan bijvoorbeeld je smaak verstoren doordat het de samenstelling van bacteriën in je mond verandert. Artsen schrijven amoxicilline onder meer voor bij long- of blaasontstekingen. Metronidazol, een ander antibioticum, kan een metaalachtige of bittere smaak achterlaten in je mond. Artsen schrijven metronidazol meestal voor bij infecties aan het maagdarmkanaal met diarree.

Psychische middelen

Ook medicijnen die worden voorgeschreven bij psychische aandoeningen kunnen verstoringen van smaak veroorzaken. Als je lithium gebruikt, kan dat een metaalsmaak achterlaten in je mond. Lithium wordt vooral voorgeschreven bij een bipolaire stoornis. Daarnaast kunnen verschillende antidepressiva zorgen dat er minder speeksel wordt gevormd in je mond. Een droge mond kan ook je smaak veranderen. Dit kan bijvoorbeeld ontstaan bij antidepressiva als imipramine en clomipramine.

Mondspoelmiddel

Een andere oorzaak van smaakstoornis kan zijn dat een medicijn je smaakpapillen beschadigt. Dit is bijvoorbeeld het geval bij chloorhexidine. Chloorhexidine zit in veel mondspoelingen en kan gebruikt worden bij infecties in de mond. Van een mondspoelmiddel met chloorhexidine kun je zowel beschadigde smaakpapillen als een droge mond krijgen. Hierdoor kun je een zoete smaak in je mond krijgen.

Antischimmelmiddelen

Middelen die gebruikt worden bij schimmelinfecties kunnen ook voor smaakstoornissen zorgen. Terbinafine-tabletten kunnen bijvoorbeeld smaak- en reukverlies of een bittere smaak veroorzaken. Artsen schrijven deze tabletten meestal voor bij ernstige vormen van voetschimmel en schimmelnagels.

Middelen voor een hoge bloeddruk

Smaakstoornissen kunnen ook ontstaan bij middelen die voorgeschreven worden bij een hoge bloeddruk of hart- en vaatziekten. Dit is bijvoorbeeld het geval bij enalapril en lisinopril. Gebruik je deze medicijnen? Dan kun je ook te maken krijgen met een veranderde smaak of smaakverlies. Daarnaast kan bij gebruik van het medicijn captopril een zoete, zoute, bittere of metaalsmaak in je mond ontstaan.

Ten slotte kunnen niet alleen medicijnen, maar ook bepaalde ziekten smaakstoornissen veroorzaken. Bijvoorbeeld luchtweginfecties, hiv-infecties en diabetes.

Smaakstoornissen en reukstoornissen

Smaakstoornissen gaan vaak samen met reukstoornissen. Dit is ook de reden dat je vaak minder goed kan proeven als je verkouden bent. Geur is namelijk erg belangrijk voor smaak. Smaak hangt niet alleen af van hoe je smaakpapillen de smaakprikkels waarnemen. Ook de structuur en geur van voedsel zijn belangrijk voor smaak. Geur wordt opgevangen door zenuwen in je neus. Ook als je voedsel kauwt, komen er reukstoffen vrij. Deze smaak- en geursignalen worden naar het smaak- en reukcentrum in je hersenen gestuurd. De hersenen verwerken deze informatie dan, waardoor je bepaalde smaken en geuren kan herkennen.

Bij iedereen anders

Het ontstaan van smaakstoornissen is bij elk medicijn en bij iedereen anders. Leeftijd, geslacht, lichaamsgewicht en genen kunnen hier invloed op hebben. Oudere mensen met minder goed werkende smaakpapillen hebben bijvoorbeeld sneller last van verandering in smaak.

Invloed

Een smaakstoornis kan best invloed hebben op je leven. Het kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat je minder zin hebt om te eten. Je kunt er dan ook door afvallen of niet genoeg voedingsstoffen binnenkrijgen. Het kan ook zijn dat je de veranderde of verminderde smaak beter probeert te maken met bijvoorbeeld extra zout of suiker. Dan kun je er juist door aankomen of een hoge(re) bloeddruk ontwikkelen. Ook kan een smaakstoornis ervoor zorgen dat je je medicijnen minder trouw zult blijven nemen.

Vaak gaat de smaakstoornis weer over wanneer je stopt met het medicijn. Dit kan wel enkele weken tot maanden duren.

Wil je weten of jouw medicijn smaakstoornissen kan veroorzaken? Kijk dan in de bijsluiter of vraag het je arts of apotheker. Wil je een bijwerking melden? Dat kan via mijnbijwerking.nl

Dit artikel is tot stand gekomen met medewerking van Bijwerkingencentrum Lareb. Dit is het Nederlandse meld- en kenniscentrum voor bijwerkingen van geneesmiddelen, waaronder vaccins, én geneesmiddelengebruik tijdens zwangerschap en borstvoeding. Lareb signaleert risico’s van het gebruik van geneesmiddelen in de dagelijkse praktijk en genereert en verspreidt kennis hierover.