Gezondheidsnet.nl maakt gebruik van cookies: functioneel, om instellingen en voorkeuren te onthouden, voor beter en eenvoudiger navigeren en inloggen; analytisch, om bezoeken bij te houden en te bestuderen; voor commerciële doeleinden, om bij te houden hoe vaak bepaalde advertenties zijn getoond en geklikt; voor targeting doeleinden, om advertenties op uw interesses te kunnen aanpassen en zodat andere sites ook gerichte advertenties kunnen tonen. Door hiernaast op akkoord te klikken, of door gebruik te blijven maken van deze website gaat u hiermee akkoord. Lees voor meer informatie ons Cookiebeleid.

Akkoord
vrijdag, 22 september 2017

Behandeling van hartfalen

Klachten verminderen en erger voorkomen

Artsen zijn steeds beter in staat hartfalen in een vroeg stadium op te sporen. Maar wat gebeurt er dan? Hoe ziet het behandeltraject van hartfalen eruit en wat voor gevolgen heeft hartfalen voor het dagelijks leven?

Is hartfalen te behandelen?

Ja, maar de schade aan de hartspier is meestal niet te herstellen. De behandeling is er dan op gericht de klachten te verminderen en zoveel mogelijk te voorkomen dat de pompfunctie van het hart verder achteruitgaat.

Er bestaan verschillende soorten geneesmiddelen voor de behandeling van de klachten. De belangrijkste zijn plaspillen, die het overtollige vocht afdrijven, en medicijnen die werken op de bloeddruk en op het pompvermogen en het ritme van het hart.

Verder moeten patiënten vooral verstandig en gezond leren leven. Hoe zij dat het beste kunnen aanpakken, leren ze meestal bij de speciale hartfalenpolikliniek van het ziekenhuis. Dikwijls volstaat een combinatie van medicijnen en een aangepaste leefstijl. Soms is het nodig om een tweezijdige pacemaker te implanteren, die ervoor zorgt dat de linker- en de rechterhartkamer gelijktijdig blijven samentrekken.

Patiënten die niet goed op behandeling in de vorm van een gezonde leefstijl en medicijnen of een operatie reageren, kunnen in het uiterste geval een harttransplantatie nodig hebben. Door het beperkte aantal donoren komen daar per jaar echter slechts enkele mensen voor in aanmerking.

Waar moet je bij behandeling in het ziekenhuis op letten?

De zorg die patiënten met hartfalen wordt geboden, verschilt van ziekenhuis tot ziekenhuis. Vandaar dat De Hart & Vaatgroep – de patiëntenvereniging voor mensen met een hart- of vaatziekte – een lijst met criteria heeft opgesteld waar goede hartfalenzorg aan moet voldoen. Daarop staat onder andere dat er minimaal twee hartfalenverpleegkundigen in het ziekenhuis werkzaam moeten zijn en dat de mogelijkheid moet worden geboden om deel te nemen aan een speciaal revalidatieprogramma. Patiënten kunnen deze lijst meenemen als ze met hun arts gaan praten over de behandeling.

Door wie kun je het beste behandeld worden?

In de meeste gevallen stelt een huisarts de voorlopige diagnose. Vervolgens is aanvullend cardiologisch onderzoek in het ziekenhuis nodig om te bepalen of er daadwerkelijk sprake is van hartfalen en om de achterliggende oorzaak van de klachten op te sporen.

Alle ziekenhuizen hebben tegenwoordig een speciale hartfalenpoli. Het eerste aanspreekpunt op de hartfalenpoli is een gespecialiseerde verpleegkundige. Hij of zij zoekt onder supervisie van de cardioloog uit welke dosis medicatie voor de patiënt het beste is, geeft advies over beweging en dieet, signaleert of de klachten verergeren en stuurt de behandeling tijdig bij. Waar nodig wordt samengewerkt met andere specialismen in het ziekenhuis en met de huisarts of de thuiszorg.

Wat voor gevolgen heeft hartfalen voor het dagelijkse leven?

Hartfalen is ingrijpend: patiënten moeten leren leven met de wetenschap dat ze (veel) kans hebben om snel te overlijden, ze moeten er rekening mee houden dat ze lichamelijk minder kunnen, dat ze medicijnen moeten nemen en niet meer alles mogen eten en drinken.

Omdat hun lichaam veel vocht vasthoudt, krijgen patiënten het advies bijvoorbeeld niet meer dan twee liter per dag te drinken (inclusief producten als yoghurt en soep). Drinken ze toch meer, dan worden hun klachten vaak (veel) erger. Dit is voor veel patiënten een lastige leefregel.

Patiënten met ernstige klachten mogen soms niet meer dan 1,5 liter per dag drinken en krijgen een zoutarm dieet, met maximaal 3 tot 6 gram zout per dag. Ter vergelijking: de gemiddelde Nederlander krijgt van nature alleen via zijn voeding (dus zonder toevoeging uit het zoutvaatje) al 9 à 10 gram zout per dag binnen.

Alcohol mag, maar wel met mate. Voor mannen maximaal twee glazen per dag, voor vrouwen één. Bij grotere hoeveelheden tast alcohol de beschadigde hartspier verder aan. Wie rookt, moet daar beslist mee stoppen. Roken vermindert namelijk de doorbloeding van de hartspier.
Patiënten doen er goed aan dagelijks te bewegen. Dat zorgt voor een betere doorbloeding van het lichaam en een goede algemene conditie. Het is wel belangrijk een vorm van inspanning te kiezen waarbij het hart niet plotseling heel zwaar wordt belast.

Veel hartfalenpatiënten maken zich zorgen of vrijen niet een te zware belasting voor hun hart is. Qua inspanning is vrijen te vergelijken met traplopen. Voor patiënten die goed zijn ingesteld op medicijnen en die zonder problemen een trap op kunnen lopen in een redelijk tempo (ongeveer twintig treden achter elkaar in 10 seconden) is seksuele activiteit geen probleem.

Bron(nen):