donderdag, 14 november 2019

Bloedstolling? Ja. Bloedstolsels? Nee!

Wat kan er bij bloedstolling misgaan?

Dankzij stolling houdt het bloeden van een wondje vanzelf op. Maar als de vaten beschadigd of vernauwd zijn, of als het hart het bloed niet goed rondpompt, kan bloed ook stollen tot een levensgevaarlijk propje. Dát moeten worden voorkomen.

Ons vaatstelsel is een gesloten buizensysteem dat met het bloed zuurstof en afvalstoffen vervoert. Als er een bloedvat beschadigd raakt en het bloed naar buiten stroomt, gaat er een inwendige alarmbel af: lekkage! Het lichaam begint direct met de benodigde reparatiewerkzaamheden. Bloedstolling is dus een verdedigingsmechanisme om erger te voorkomen.

Hoe gaat bloedstolling in z’n werk?

De materialen die daarvoor nodig zijn – bloedplaatjes en stollingseiwitten – circuleren in het bloed. Op het moment dat er een beschadiging in de wand van een bloedvat ontstaat, worden ze onmiddellijk tot actie aangezet. Eerst gaan de bloedplaatjes op de betreffende plek tegen elkaar aan liggen. Ze zwellen op om het gat tijdelijk te dichten. Vervolgens gaan de stollingseiwitten aan de slag om de barricade sterk te maken. Het eindresultaat is een stevig stolsel. Zodra de wand van het bloedvat is hersteld, ruimt het lichaam het stolsel weer op.

Wat kan er in dat proces fout gaan?

Bloedstolling is bedoeld om bij beschadigingen van de aders en vaten eventueel bloedverlies zoveel mogelijk te beperken. Maar soms stolt het bloed ook zonder dat er sprake is van een lek. In dat geval spreken artsen van trombose (bloedstolsel = trombus). Trombose is gevaarlijk, omdat het de bloedsomloop kan blokkeren. Het verdedigingsmechanisme schiet dan zijn doel voorbij.

Hoe ontstaat trombose?

Daar zijn verschillende oorzaken voor. Een eerste is vaatvernauwing. Bijvoorbeeld door roken of overgewicht kan zich aan de binnenkant van een bloedvat kalk of vet ophopen, waardoor de doorgang smaller wordt. Ook een hoge bloeddruk, suikerziekte en een verhoogd cholesterol zijn risicofactoren voor vaatvernauwing. Nauwere vaten betekent dat het bloed als het ware met geweld door een trechter wordt geduwd. De bloedplaatjes in het bloed botsen tegen elkaar en klonteren sneller samen tot een stolsel. Met name de slagaders zijn gevoelig voor vaatvernauwing.

Een tweede aanleiding voor trombose is een vertraagde bloedstroom. Het bloed kan bijvoorbeeld langzamer gaan stromen als iemand na een operatie een tijdje in bed ligt. Vooral de benen hebben daar last van. De spieren en bloedvaten in de benen zijn er op gemaakt om te bewegen. Doen ze dat niet, dan kan het bloed daar snel samenklonteren. Een patiënt krijgt dan een trombosebeen. Dat gebeurt soms al na enkele dagen. Vandaar dat patiënten met bedrust in het ziekenhuis dagelijks bloedverdunners krijgen. Het bloed kan ook om andere redenen langzamer stromen, bijvoorbeeld door een ziekte, door medicijnen of als gevolg van erfelijke aanleg.

Hartritmestoornissen

Hartritmestoornissen vormen een derde oorzaak voor stolselvorming. Als het hart zwak of onregelmatig slaat, wordt het bloed slechts gedeeltelijk uit de hartboezems gepompt. In het stilstaande bloed dat achterblijft kunnen zich stolsels ontwikkelen.

Wat merk je van een bloedstolsel?

Bij trombose in het been voelt dat warm aan. Soms wordt het roodpaars van kleur. De huid is strak en glanzend. De aders in de huid zijn opgezet en vaak duidelijker zichtbaar. Lopen is pijnlijk. Hoe groter de blokkade van het bloedvat, hoe erger de klachten.

Stolsels op andere plekken in het lichaam geven vaak pas klachten als ze losschieten van de wand van het bloedvat. Ze worden dan meegevoerd door het lichaam, om vervolgens ergens verderop in de bloedbaan vast te komen zitten. In dat geval is er sprake van een embolie. De bloedstroom stokt en de weefsels achter de blokkade krijgen geen zuurstof meer en sterven af. Dat kan voor levensgevaarlijke situaties zorgen. Bij een longembolie wordt de slagader naar de longen afgesloten en krijgt een patiënt het erg benauwd. Een stolsel in de hartslagader kan een hartinfarct veroorzaken. Een embolie in de halsslagader leidt mogelijk tot een herseninfarct (beroerte).

Komt trombose veel voor?

Naar schatting krijgen 30.000 Nederlanders jaarlijks trombose in de dieper gelegen aderen (veneuze trombose). De stolsels ontstaan juist op die plekken, omdat daar het meeste bloed doorheen stroomt. Ruim 385.000 mensen zijn onder behandeling van een trombosedienst om bloedstolsels te voorkomen.

Hoe kun je stolsels voorkomen?

Patiënten met een vertraagde bloedstroom of met een hartritmestoornis krijgen antistollingsmiddelen voorgeschreven, zogenaamde vitamine-K-antagonisten (ook wel curamines genoemd). Ze remmen de aanmaak van stollingseiwitten. Op die manier zorgen ze ervoor dat er in het bloed minder snel stolsels ontstaan. De dosering van de medicatie luistert heel nauw. Een te hoge dosering en het bloed stolt niet snel genoeg, waardoor er bloedingen en een beroerte kunnen optreden. Een te lage dosering en het bloed stolt te snel, met mogelijk nieuwe stolsels tot gevolg.

Wat het extra lastig maakt is dat de waarden van de antistollingsmiddelen in het bloed nogal kunnen schommelen. Etenswaren met hoge concentraties vitamine K (zoals groene groenten en kaas) en sommige medicijnen kunnen ervoor zorgen dat de waardes omhoog of omlaag schieten. Om dat te voorkomen moeten patiënten die cumarines gebruiken elke twee à drie weken hun bloedwaardes laten checken door de trombosedienst. Zelfs met die controles heeft een op de drie mensen die deze medicijnen slikken, bloed dat te snel of te traag stolt. Maar omdat de voordelen groter zijn dan de nadelen, worden de medicijnen toch massaal voorgeschreven. 

Om onduidelijke redenen werken vitamine-K-antagonisten minder goed bij patiënten met vaatvernauwing. Hen wordt geadviseerd om dagelijks een kleine hoeveelheid aspirine te slikken. Ook dat ontstolt het bloed en zorgt ervoor dat het makkelijker door de versmalde vaten stroomt, waardoor de bloedplaatjes minder snel samenklonteren. Controle van het bloed door de trombosedienst is hierbij niet nodig.

Zijn er geen betere medicijnen?

Ja, sinds 2008 is er een nieuw soort antistollingsmiddelen op de markt met de werkzame stoffen dabigatran, edoxaban,  apixaban en rivaroxaban. Ze ontstollen het bloed op een andere manier dan vitamine-K-antagonisten. Patiënten die deze middelen gebruiken, hoeven hun bloed niet periodiek te laten controleren door de trombosedienst.

Waarom slikken niet alle patiënten de nieuwe middelen?

Voor niet alle aandoeningen en patiënten zijn de nieuwe antistollingsmiddelen geschikt. Daarnaast waren veel artsen voorzichtig met het voorschrijven van nieuwe medicijnen. Vitamine-K-antagonisten bestaan al meer dan vijftig jaar. Het is precies bekend wat de risico’s en bijwerkingen zijn. Nu de nieuwe antistollingsmiddelen 10 jaar op de markt zijn is er meer bekend over mogelijke nadelige effecten op de lange termijn en hoe te handelen in acute situaties. Sinds 2016 mogen ook huisartsen deze middelen voorschrijven. 

Wat kun je zelf doen om bloedstolsels te voorkomen?

Er een gezonde levensstijl op nahouden. Dat wil zeggen: niet roken, overgewicht beperken, dagelijks minimaal 30 minuten bewegen en het gebruik van alcohol beperken. Als je ouder bent dan vijftig, doe je er goed aan om geregeld de bloeddruk en het suiker- en cholesterolgehalte te laten meten door de huisarts. Lang stilzitten in een vliegtuig is ook een risico, dus als je een lange vlucht maakt, zorg er dan voor dat je iedere twee uur een rondje door het vliegtuig loopt.

Dit artikel is tot stand gekomen met medewerking van prof. dr. Freek Verheugt, hoofd cardiologie van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam.

Bron(nen):