dinsdag, 21 januari 2020

Hartrevalidatie helpt nieuwe hartproblemen voorkomen

Na een infarct of dotterbehandeling

Na een infarct of dotterbehandeling kan hartrevalidatie ervoor zorgen dat het risico op nieuwe aandoeningen veel kleiner wordt. Het vreemde is: maar één op de drie hartpatiënten volgt zo’n programma. Wat houdt het in?

1. Wat is dat, hartrevalidatie?

Hartrevalidatie bestaat uit vier belangrijke onderdelen. De patiënt krijgt lichamelijke training om de conditie weer op te bouwen; begeleiding om een ongezonde leefstijl te veranderen (zoals stoppen met roken); psychische hulp als hij of zij door de hartproblemen angstig of somber is geworden; en -sociale ondersteuning, bijvoorbeeld om snel weer aan het werk te kunnen of dagelijkse bezigheden op te pakken.

2. Voor wie is het bedoeld?

De revalidatie is er vooral voor patiënten met acute hartproblemen, dat wil zeggen: na een hartinfarct, een openhartoperatie (zoals een bypass- of hartklepoperatie), een dotter- of stentbehandeling, of nadat een pacemaker of een inwendige defibrillator (ICD) is geplaatst. Soms wordt hartrevalidatie ook aangeraden bij een chronisch hartprobleem als angina pectoris, een ritmestoornis of hartfalen.

3. Heeft hartrevalidatie zin als het infarct al een tijdje geleden was?

Dat hangt ervan af. In het algemeen wordt aangehouden dat het tot een half jaar na een acuut probleem zinvol is om met hartrevalidatie te beginnen. Zijn de hartklachten van langer geleden, dan kun je met de cardioloog bespreken of je alsnog baat kunt hebben bij deelname. De cardioloog moet je namelijk doorverwijzen. Dit geldt ook voor patiënten met chronische hartklachten, bijvoorbeeld een hartritmestoornis.

4. Heb je er echt iets aan?

Jazeker. Als mensen met ernstige hartklachten na hun behandeling een hartrevalidatieprogramma volgen, hebben ze 50 procent minder kans om opnieuw in het ziekenhuis te belanden en 30 procent minder kans om aan hartproblemen te overlijden. Hartrevalidatie vermindert dus het risico dat er nieuwe problemen ontstaan. Maar het belangrijkste vinden veel patiënten dat ze weer vertrouwen in hun lichaam krijgen. Ze voelen zich vitaler en vrijer en kunnen zonder (veel) belemmeringen deelnemen aan het gewone leven. Voor mensen met een baan betekent het bovendien: sneller terug aan het werk. 

5. Waarom doen zo weinig patiënten eraan mee?

Voor hartrevalidatie is een verwijzing van de specialist nodig. Helaas denken cardiologen er vaak niet aan. Mogelijk komt dit doordat zij focussen op het oplossen van het acute probleem (zoals een verstopte kransslagader) en minder bezig zijn met het voorkomen van toekomstige klachten. En dan is er nog het geld. Door de bezuinigingen in de gezondheidszorg hebben ziekenhuizen vaak simpelweg onvoldoende budget om alle hartpatiënten die dat nodig hebben een revalidatieplek aan te bieden.

6. Het wordt niet altijd aangeboden, maar je hebt er wel baat bij?

Inderdaad. Het is daarom belangrijk dat patiënten zelf om een verwijzing vragen. Maar omdat velen een verkeerd beeld hebben van wat hartrevalidatie inhoudt en oplevert ("Het is alleen maar fitness" of "Op mijn leeftijd heeft dat toch geen zin meer"), doen ze dat nu lang niet allemaal. Een ander probleem is de afstand van huis naar het ziekenhuis of naar het revalidatiecentrum. Is die meer dan tien kilometer, dan haken veel patiënten nog voor of tijdens het programma af.

7. En het verschilt per ziekenhuis of je hartrevalidatie krijgt?

Precies. Maar als patiënt heb je er wel recht op. Biedt het ziekenhuis geen programma aan, vraag de cardioloog dan om een verwijzing naar een instelling waar de revalidatie wél wordt gegeven. Of schakel de zorgbemiddeling van de ziektekostenverzekeraar in.

8. Waar kun je terecht voor hartrevalidatie?

In het ziekenhuis waar je bent behandeld, in een andere kliniek of in een revalidatiecentrum. Het programma wordt in zo’n honderd ziekenhuizen en revalidatiecentra in Nederland gegeven. Je kunt je cardioloog vragen welke mogelijkheden er in de omgeving zijn.

9. Is de revalidatie bij alle aanbieders even goed?

Nee. De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft onlangs onderzoek gedaan naar hartrevalidatie en het aanbod én de kwaliteit blijken per ziekenhuis sterk te verschillen. Het loont dus om kritisch te kijken naar hoe een programma is samengesteld. Belangrijk is dat alle vier de aspecten van revalidatie worden aangeboden (zie punt 1).

Verder is het zinvol vooraf een aantal dingen te bedenken. Wat moet de revalidatie je opleveren? Hoe ver wil je ervoor reizen? Is het belangrijk om met leeftijdsgenoten in een groep te zitten? Wil je graag dat je partner meedoet? Dan kun je daar een geschikt programma en centrum bij zoeken.

10. Een hartkwaal is lichamelijk. Waarom is ook psychische hulp nodig?

Driekwart van de mensen die een ernstig hartprobleem heeft (gehad), krijgt last van sombere of angstige gevoelens. Deze psychische klachten kunnen zich nog tot een jaar na dato ontwikkelen. Bij een derde zijn de klachten zo ernstig dat er sprake is van een depressieve stoornis. Vaak doen psychische problemen zich pas voor als iemand allang weer thuis of aan het werk is. Zorgverleners doen zulke klachten vaak in eerste instantie af als vermoeidheid of als een bijwerking van medicijnen. Hulp nodig? Dat hoeft niet per se via de cardioloog, het kan ook via de huisarts.

11. Moet revalideren per se in een groep?

Uit onderzoek blijkt dat patiënten er meer voordeel van hebben als ze samen met andere patiënten revalideren. Je kunt dan ervaringen uitwisselen en elkaar steunen. Bovendien leer je van elkaar. Maar als iemand individuele hulp of begeleiding prettiger vindt, is dat vaak ook mogelijk.

12. Wat als je twijfelt of het wel iets voor je is?

Praat in elk geval met de coördinator van het hartrevalidatieprogramma. Tijdens de intake wordt precies verteld wat je persoonlijke mogelijkheden zijn, en kun je eventuele twijfels op tafel leggen. Verder kan het prettig zijn om ervaringen van anderen te horen die al zo’n programma hebben gevolgd. Dat kan bijvoorbeeld door contact te zoeken met lotgenoten via de Harteraad.

Bron(nen):