dinsdag, 27 oktober 2020

Wat je moet weten als je bloedverdunners slikt

Het gebruik van antistollingsmiddelen

Veel mensen in Nederland slikken antistollingsmiddelen, ook wel bloedverdunners genoemd. Bij deze term zou je misschien denken dat deze medicijnen het bloed dunner maken, maar dat is onjuist. Ze maken het bloed niet dunner, maar zorgen ervoor dat de stolling van het bloed vermindert of vertraagt. Als je antistollingsmiddelen slikt, zijn er een aantal zaken waarmee je rekening moet houden.

Artsen schrijven antistollingsmiddelen voor aan mensen met de hartziekte angina pectoris, of als iemand een TIA, hart- of herseninfarct heeft gehad. Ook bij boezemfibrilleren, trombose en longembolie worden bloedverdunners voorgeschreven. Het stollen van het bloed bij een uitwendige wond kent iedereen wel.

Ook in een ader of slagaders kunnen stolsels ontstaan. Bijvoorbeeld door beschadiging van een bloedvat. Deze stolsels kunnen los schieten of bijvoorbeeld een bloedvat afsluiten en zo een hartinfarct of herseninfarct veroorzaken. Antistollingsmiddelen moeten dit voorkomen.

Voor arts en patiënt is het van groot belang om de juiste dosering te vinden. Om trombose te voorkomen, mag het bloed namelijk niet te veel stollen. Maar het mag ook niet te weinig stollen, want dan kunnen er ernstige bloedingen ontstaan.

Er zijn drie soorten bloedverdunners:

  • bloedplaatjesremmers (trombocytenaggregatieremmers)
  • stollingsremmers of orale anticoagulantia (VKA’s)
  • directe orale stollingsremmers of anticoagulantia (DOAC)

Bloedplaatjesremmers

Bloedplaatjes zijn kleine cellen in het bloed die bij een beschadiging aan de wondranden en aan elkaar gaan plakken. Bloedplaatjesremmers zijn de minst krachtige medicijnen in het remmen van de stolling. Ze hebben weinig bijwerkingen. De meest voorkomende zijn het sneller ontstaan van bloeduitstortingen en blauwe plekken, langer bloeden van wondjes en maag- of darmbloedingen.

Stollingsremmers of orale anticoagulantia (VKA’s)

Stollingsremmers zijn krachtige antistollingsmiddelen, die de werking van vitamine K remmen. Deze vitamine speelt een belangrijke rol bij de bloedstolling. VKA staat dan ook voor Vitamine K-antagonisten. Bij VKA's is het heel belangrijk dat de werking stabiel is. Dit kan schommelen door onder andere het gebruik van bepaalde voedingsmiddelen, ziekte of het gebruik van andere medicijnen. Mensen die deze medicijnen slikken, moeten daarom ook met grote regelmaat de INR-waarde, oftewel de stollingstijd van hun bloed controleren.

INR staat voor International Normalized Ratio. Het is een internationale maat voor de stolbaarheid van bloed. Het geeft de snelheid weer waarmee je bloed stolt. Een INR van 1.0 is de normale waarde voor mensen die geen antistollingsmiddelen gebruiken. Afhankelijk van het soort aandoening waarvoor iemand antistollingsmedicijnen slikt, wordt gestreefd naar een INR tussen de 2.0 en de 4.0.

Mensen die VKA's slikken kunnen hun INR-waarde bij de trombosedienst laten controleren, maar tegenwoordig is het ook mogelijk om het zelf te checken. Wel is het dan nodig om een cursus te volgen om alles te leren over het zelfmeten. Hierdoor is het voor mensen die deze medicijnen gebruiken ook makkelijker geworden om op vakantie te gaan. In veel situaties is het noodzakelijk dat mensen die antistollingsmedicijnen slikken dit aangeven. Bijvoorbeeld in het geval van een spoedoperatie. Een arts kan dan vitamine K toedienen om bloedingen te voorkomen. De Trombosestichting Nederland biedt mensen de mogelijkheid een Antistollingspas aan te vragen. Met deze pas weten specialist, huisarts, tandarts en andere behandelaars dat iemand bloedverdunners gebruikt.      

Directe antistollingsmiddelen (DOAC)

De derde en laatste soort antistollingsmiddelen zijn de Directe Orale Anti Coagulantia (DOAC). Net als VKA's zijn dit krachtige antistollingsmiddelen. Ze worden ook wel NOAC, nieuwe antistollingsmiddelen genoemd. Dit komt omdat ze nog niet zo heel lang op de markt zijn. DOAC remmen een specifieke stap in het stollingsproces. Deze zijn veel gemakkelijker in gebruik, maar hebben een groot nadeel. Net als VKA's verhogen ze het risico op spontane bloedingen of maag- en darmbloedingen, alleen is er nog geen antidotum beschikbaar om de werking van het middel snel te stoppen. Bijvoorbeeld in het geval van een ernstige bloeding.

Bijwerkingen

Als je antistollingsmiddelen slikt, is het dus van groot belang alert te zijn op bloedingen. Andere bijwerkingen kunnen verstopping, teerachtige ontlasting, buikpijn, maagpijn, misselijkheid of huiduitslag zijn. Het is raadzaam om contact op te nemen met je huisarts of behandelend arts als je een van deze bijwerkingen hebt. Gebruik je naast de antistollingsmiddelen ook nog andere medicijnen? Geef dit altijd aan bij je arts. Er kan namelijk een wisselwerking optreden met andere medicijnen. Ook met voedingssupplementen moet je voorzichtig zijn.