dinsdag, 28 januari 2020

5 vragen over hersenvliesontsteking

Bacterie of virus?

Een hersenvliesontsteking treedt plots op en kan levensbedreigend zijn. Maar wat is het precies? En hoe loop je het eigenlijk op? Zes veelgestelde vragen over hersenvliesontsteking.

1. Wat is hersenvliesontsteking?

Hersenvliesontsteking (ook wel meningitis of nekkramp genoemd) is een in sommige gevallen levensbedreigende ontsteking aan de – zoals de naam al zegt – vliezen om de hersenen. Naast het hersenvlies worden ook de vliezen om het ruggenmerg aangetast. De aandoening wordt veroorzaakt door een bacterie of een virus. Bij een bacteriële infectie zijn drie soorten bacteriën de boosdoener, namelijk: meningokok type B of C, pneumokok of Haemophilus influenzae type B. Je kan nare gevolgen overhouden aan een hersenvliesontsteking. Denk hierbij aan cognitieve problemen, taalproblemen en gedragsproblemen. Niet iedereen houdt er iets aan over. Het verschilt per persoon.

2. Wat zijn de symptomen?

De symptomen zijn verschillend afhankelijk van de soort infectie die je hebt.
 
Bacteriële infectie
  • huidbloedinkjes (paars-rode vlekjes die niet verdwijnen als je erop duwt)
  • ernstige hoofdpijn
  • stijve nek
  • koorts
  • overgeven
  • veranderd bewustzijn (slaperig of zelfs bewusteloos)
Virale infectie
  • hoofdpijn
  • koorts
  • lichte nekstijfheid
Bij baby’s zijn deze verschijnselen moeilijker te signaleren. Ze vertonen vaak een prikkelbaar of juist lusteloos gedrag.

3. Hoe krijg je het?

De bacteriën die een hersenvliesontsteking veroorzaken komen vaak voor in je neusholte. Heb je ze nog niet in je lichaam? Dan kun je alsnog besmet raken. Als iemand hoest of niest bijvoorbeeld. Kleine druppeltjes met bacteriën en virussen worden dan het luchtruim ingeslingerd. Als je in de buurt staat van de nies- of hoestbui krijg je de druppeltjes binnen. De bacteriën zijn in je neus- en keelholte onschuldig.
 
Pas als je een slechte weerstand hebt, loop je risico. De bacteriën kunnen dan in je bloed terechtkomen. Hierdoor kun je bloedvergiftiging oplopen. Via het bloed bereiken de bacteriën dan je hersenen en hersenvliezen. Zo ontstaat een hersenvliesontsteking.

4. Hoe behandel je het?

Een arts zal eerst een diagnose willen stellen. Hierbij moet het vocht dat tussen de vliezen ligt worden onderzocht. Je hersenvliesvocht staat in verbinding met je ruggenmergvocht. Dus aan je ruggenmergvocht kun je zien hoe het met je hersenvliesvocht gesteld is. Met een ruggenprik wordt er een beetje vocht weggehaald. Een laboratoriumtest moet uitwijzen of je hersenvliesontsteking hebt en of het viraal of bacterieel is. Is het bacterieel? Dan wordt ook gekeken naar de soort bacterie.
 
Als de oorzaak van je hersenvliesontsteking een virus is, dan geneest het meestal vanzelf binnen 1 à 2 weken. In het geval van een bacteriële infectie is de situatie een stuk ernstiger. Je moet dan direct naar het ziekenhuis. Hier krijg je antibiotica om de bacterie te doden.

5. Hoe voorkom je het?

Je kan in Nederland ingeënt worden tegen hersenvliesontsteking. Je bent dan voor het grootste deel beschermd. De vaccinatie biedt geen bescherming tegen alle hersenvliesontstekingveroorzakende bacteriën. Waartegen ben je wel beschermd en waartegen niet? Het zit zo:

Wel beschermd
  • meningokok type C
  • pneumokok
  • Haemophilus influenzae type B
Niet beschermd
  • meningokok type B

6. Wie loopt het meeste risico?
Hersenvliesontsteking komt het meeste voor bij kinderen onder de vijf jaar. Bij volwassenen komt de aandoening vooral bij soldaten in kazernes, in studentenhuizen en onder homo's voor. Een groot aantal homo's heeft veel wisselende contacten en reist veel en ver. Hierdoor lopen zij relatief meer risico dan hetero's.

 

Bron(nen):