zondag, 8 december 2019

Anatomie van het oor

Het menselijk oor is onderverdeeld in drie delen: het buitenoor, het middenoor en het binnenoor.
 
Het buitenoor bestaat uit de gehoorgang en de oorschelp, of pinna, die geluidsgolven naar de gehoorgang leidt. Geluidsgolven reizen door dit kanaal naar het trommelvlies, een dun vlies van bindweefsel. Als het trommelvlies door geluidsgolven wordt getroffen, gaat het trillen. De energie van de geluidsgolven wordt omgezet in de energie van het trillende trommelvlies.
 
Aan de andere kant van het trommelvlies ligt het middenoor, of trommelholte. Dit is een met lucht gevulde holte met slijmvlieswanden, dat omgeven wordt door het rotsbeen. Het middenoor is aan de ene kant afgesloten door het trommelvlies en aan de andere kant door een botwand met twee openingen met vliezen eroverheen: het ovale venster en het ronde venster. Vanaf het middenoor loopt de buis van Eustachius naar de neusholte. Die zorgt ervoor dat de luchtdruk in het middenoor even hoog blijft als die van de omringende lucht. 
 
Vanaf het middenoor naar binnen toe treffen we het binnenoor aan, met het spiraalvormige slakkenhuis, waarin geluidsgolven worden omgezet in zenuwprikkels, en het evenwichtsorgaan, dat de receptoren voor ons evenwichtsgevoel bevat.
 
Deze zintuigen van het binnenoor liggen binnen het zogenaamde vliezige labyrint, dat hier is afgebeeld als de blauwe buis in het slakkenhuis. 
 
Het benig labyrint omgeeft en beschermt het vliezig labyrint. Het deel van het vliezig labyrint dat in het slakkenhuis zit, heet de slakkenhuisgang, en het benig labyrint binnen het slakkenhuis heet het botslakkenhuis. Tussen het benig en het vliezig labyrint stroomt een vloeistof, het perilymfe. Het vliezig labyrint bevat een vloeistof die endolymfe heet.