donderdag, 5 december 2019

Plotsdoofheid

Gehoorverlies binnen een paar seconden

Plotseling doof? Het kan. Bij plotsdoofheid neemt iemands gehoor door duidelijke maar soms ook door onduidelijke oorzaken razendsnel af. Dat kan maanden duren en in het ergste geval nooit meer veranderen.

Plotsdoofheid komt jaarlijks bij acht op de honderdduizend mensen voor. Zij ervaren verslechtering van het gehoor binnen enkele seconden tot minuten. Soms gebeurt dat gewoon in de slaap en staat iemand de volgende dag nietsvermoedend op met een doffer, blikkeriger, vervormd of echoënd geluid. Soms is het geluid zelfs helemaal weggevallen. Plotsdoofheid vindt vrijwel altijd aan één oor plaats, alleen in zeer zeldzame gevallen raken beide oren aangetast. Meestal is er bij plotsdoofheid ook sprake van oorsuizen en horen slachtoffers een suizend, brommend, dreunend of fluitend geluid.

Gevolgen

In een derde van de gevallen leidt plotsdoofheid tot stoornissen in het evenwicht. Dat verschilt van een licht gevoel in het hoofd en onzekerheid ter been, tot hevige draaiduizeligheid met de neiging tot omvallen. Ernstige vormen van evenwichtsstoornissen gaan ook nog eens vaak samen met misselijkheid en braken. Tot slot hebben veel patiënten last van een drukgevoel of een vol, verstopt gevoel in of rond het oor waar de plotsdoofheid is opgetreden.

Oorzaken

Hoe ontstaat het? Dat is vaak de grote vraag. Soms is een oorzaak duidelijk:
 

  • Door hoofdletsel waarbij het binnenoor beschadigd raakt.
  • Door een plotselinge drukverandering, bijvoorbeeld door duiken of vliegen.
  • Door ernstige infecties zoals hersenvliesontsteking.

Andere oorzaken zijn minder snel te vinden. Waarschijnlijk spelen virusinfecties, gestoorde afweerreacties en doorbloedingsstoornissen een rol. Ook zijn er zeldzame aandoeningen waarbij plotselinge doofheid kan optreden, zoals een brughoektumor op de gehoorzenuwen. Hoewel sommige medicijnen ook lijken te kunnen leiden tot plotsdoofheid, zijn veel patiënten juist vaak kerngezond.

Herstel

Bij een derde van de mensen waarbij de oorzaak van plotsdoofheid niet is aan te wijzen, herstelt het gehoor zich vanzelf. Bij weer een derde is er sprake van enigszins herstel, maar is de restschade zo groot dat er in de praktijk nauwelijks verschil is met de situatie voor het herstel. En bij de overige patiënten gebeurt er niets en herstelt het gehoor zich helemaal niet meer.

Verbetering

In hoeverre er verbetering plaatsvindt hangt af van de ernst van het gehoorverlies. Als het oor bijna helemaal doof is, is de kans op herstel klein. Is het gehoorverlies geringer? Dan is ook de kans op herstel groter. Herstel moet wel de eerste weken na het gehoorverlies optreden. Na drie tot zes maanden is er geen verbetering meer te verwachten. De evenwichtsstoornissen en drukgevoelens verdwijnen meestal wel, het oorsuizen blijft vaak aanwezig naast de slechthorendheid.

Behandeling van plotsdoofheid is afhankelijk van de oorzaak en de bekendheid daarvan. Als er een oorzaak is gevonden, wordt de behandeling daarop gericht. Maar bij een onbekende oorzaak rest een arts vaak niets meer dan ontstekingsremmende geneesmiddelen voorschrijven die effect kunnen hebben op het spontane herstel van het oor zelf. Veel effect hebben deze medicijnen vaak niet. In de praktijk geldt meestal dat verdere behandeling nutteloos is als er tien tot veertien dagen sprake is van plotsdoofheid door onbekende oorzaak en medicijnen niet aanslaan. 

Hulpmiddelen zijn bij plotsdoofheid vaak ook echt alleen hulpmiddelen. Een hoortoestel helpt weinig omdat dit het geluid wel harder, maar niet altijd duidelijker maakt. Bovendien hebben hoortoestellen vaak alleen zin als er met beide oren slecht wordt gehoord. Een implanteerbaar hoortoestel biedt meestal meer hulp.

Angst

Naast de praktische problemen met communicatie, heeft plotsdoofheid vaak grote emotionele gevolgen voor een patiënt. Velen hebben daarbij de angst dat ze helemaal doof worden. Dat blijkt in de praktijk vrijwel niet voor te komen. Het is dan ook niet zo dat het goede oor overbelast raakt of eerder slijt doordat het gehoor aan de andere kant is afgenomen. Wel is het raadzaam om voorzichtiger om te springen met het goede oor en beschadiging door lawaai te voorkomen.

Bron(nen):