maandag, 26 oktober 2020

Longkanker straks eerder te ontdekken

Longkanker is mogelijk al in een vroeg stadium te detecteren door opgehoest slijm te analyseren. Hierin zijn namelijk afwijkingen te vinden die samenhangen met kanker.

Dit blijkt uit onderzoek van Jasmijn Hubers waarop zij 13 november bij VUmc promoveert. Een test gebaseerd op dit principe zou een belastende bronchoscopie (weefsel uit de long halen) overbodig kunnen maken.

Hoe eerder hoe beter

Jaarlijks overlijden in Nederland ruim tienduizend mensen aan longkanker, mede doordat de ziekte vaak laat ontdekt wordt en dan niet goed meer te behandelen is. Daarom is er behoefte aan een test om de ziekte in een vroeg stadium te ontdekken. Want hoe eerder je longkanker aantoont, hoe beter deze te behandelen is.

'Hapje' uit de long

Om de diagnose longkanker te kunnen stellen, is nu een stukje tumorweefsel nodig. Dit kan de longarts onder andere met een bronchoscopie verkrijgen, waarbij hij of zij met een kijkinstrument in de luchtwegen kijkt en ter plaatse van de tumor een 'hapje' weghaalt. Dit tumorweefsel wordt vervolgens onder de microscoop bekeken om de diagnose te stellen. Dit is geen eenvoudig onderzoek om te ondergaan, maar op dit moment zijn er geen alternatieve methodes voorhanden om longkanker met grote zekerheid vast te stellen.

Longkanker detecteren door sputum

Hubers toont aan dat het mogelijk is om longkanker te detecteren door sputum te analyseren. Sputum is een mengsel van cellen en slijm uit de diepe luchtwegen. De patiënt kan dit relatief simpel ophoesten. Hubers: "In het sputum van longkankerpatiënten kunnen we met behulp van bepaalde stoffen – zogeheten markers – genetische afwijkingen vinden die ontstaan tijdens de ontwikkeling van longkanker." Daarnaast is de duur van verzamelen van sputum van invloed; wanneer sputum gedurende zes tot negen dagen wordt verzameld, worden meer longkankerpatiënten gedetecteerd.

Meer markers nodig

De marker die Hubers in haar onderzoek heeft getest, is in staat om 40 procent van de mensen met lonkanker te detecteren (met slechts 4 procent fout-positieve uitslagen). Hubers: "Dit is nog te weinig om toe te passen; daarvoor hebben we nog meer verschillende markers nodig. Bij bepaalde patiënten is het echter niet mogelijk om een bronchoscopie uit te voeren, vanwege een slechte fysieke conditie of doordat de tumor aan de rand van de longen ligt. Voor die groep zou een test op basis van deze marker wel bruikbaar kunnen zijn."

Een stapje verder

Hubers wilde nog een stapje verder gaan en kijken of de onderzochte markers ook in staat zijn om personen met het voorstadium van longkanker te detecteren. In een studie met hoog-risico-individuen (zware rokers) vond ze echter dat deze stoffen niet kunnen worden gebruikt om een zeer vroeg stadium longkanker te ontdekken. Mogelijk zijn deze resultaten te verbeteren in een combinatie met de analyse van uitgeademde lucht door een elektronische neus (eNose). Hubers: "Dit hebben we alleen nog maar in een pilotstudie onderzocht, maar biedt zeker perspectieven voor de toekomst."

Trefwoorden:
Bron(nen):