dinsdag, 17 september 2019

5 vragen over kinkhoest

Hoesten, hoesten, hoesten

Kinkhoest komt steeds vaker weer voor. Ondanks de DKTP-vaccinatie neemt het aantal gevallen toe. Ook mensen die zijn ingeënt tegen kinkhoest kunnen de ziekte toch nog krijgen. Vijf vragen over kinkhoest.

De laatste jaren nam kinkhoest met 60 procent toe. Vooral volwassenen krijgen vaker te maken met de ziekte. Landelijk kan het aantal meldingen oplopen tot tienduizend per jaar. We hebben de meest gestelde vragen over kinkhoest voor je op een rij gezet.

1. Wat is de kinkhoest?

Kinkhoest is een besmettelijke ziekte van keel, luchtpijp en neus, waardoor je heftige hoestaanvallen kunt krijgen. Het wordt veroorzaakt door de Bordetella pertussis bacterie. In Nederland worden de meeste kinderen ingeënt tegen kinkhoest. Toch komt kinkhoest regelmatig voor bij kinderen en volwassenen, maar na een vaccinatie is dit meestal een milde vorm.

2. Wat zijn de ziekteverschijnselen?

De eerste klachten die optreden zijn koorts, hardnekkige verkoudheid en een droge hoest. Hierna worden de hoestbuien erger, vooral 's nachts. De buien kunnen samengaan met het ophoesten slijm en gierend inademen.

Je kunt tijdens een hoestbui blauw aanlopen en braakneigingen krijgen. Na deze periode, die een aantal weken duurt, gaan de hoestbuien over in een losse hoest zonder slijm. Bij volwassenen lijkt kinkhoest op een flinke verkoudheid, waarbij deze verschijnselen niet optreden.

3. Hoe is kinkhoest te behandelen?

De behandeling van kinkhoest is gericht op het bestrijden van de symptomen. Antibiotica kan de klachten verlichten en de besmettelijkheid verminderen. Vaak gaan patiënten in het begin nog uit van een gewone verkoudheid, waardoor ze de ziekte niet herkennen. Kinkhoest gaat vanzelf over, al kunnen de hoestbuien vaak 3 tot 4 maanden aanhouden.

4. Voor wie is de kinkhoest besmettelijk?

Kinderen en volwassenen die niet zijn ingeënt tegen kinkhoest hebben meer kans de ziekte op te lopen. Hierbij geldt hoe jonger het kind, hoe meer kans op een ernstig verloop van de ziekte. Ook bij kinderen met ziekten aan het hart, zenuwstelsel, de longen of spieren verloopt kinkhoest ernstiger.

Zwangere vrouwen kunnen de ziekte direct na de geboorte overdragen op de baby, wanneer zij in de laatste 6 weken van de zwangerschap besmet zijn geraakt met kinkhoest. Wie is gevaccineerd of kinkhoest heeft gehad, is daarna enkele jaren immuun voor de ziekte, maar kan na die periode wel weer kinkhoest krijgen.

5. Hoe voorkom je dat je de kinkhoest krijgt?

De vaccinatie tegen kinkhoest zit sinds het begin in 1957 in het Rijksvaccinatieprogramma. De duur van de bescherming is niet bekend, maar is in ieder geval enkele jaren.

Kinderen worden vanaf 2 maanden ingeënt tegen de ziekte. De K uit de DKTPHib-inentingen staat voor kinkhoest. Toch kan iemand ook daarna nog kinkhoest krijgen, maar vaak wel in een mildere vorm.

Een goed hoesthygiëne kan de ziekte voorkomen:

  • Hoest of nies in een papieren zakdoekje. Gooi deze daarna weg en was je handen.
  • Heb je geen zakdoekje? Houd dan je hand voor de mond en neus en was daarna je handen.
  • Je hoeft niet iedereen die hoest te mijden, helemaal als je niet weet of dit door de kinkhoest of een andere ziekteverwekker wordt veroorzaakt.
  • Bij ongevaccineerde baby's kan kinkhoest ernstig verlopen. Vermijd bij hen zoveel mogelijk niezende en hoestende mensen.

Bron(nen):