Gezondheidsnet.nl maakt gebruik van cookies: functioneel, om instellingen en voorkeuren te onthouden, voor beter en eenvoudiger navigeren en inloggen; analytisch, om bezoeken bij te houden en te bestuderen; voor commerciële doeleinden, om bij te houden hoe vaak bepaalde advertenties zijn getoond en geklikt; voor targeting doeleinden, om advertenties op uw interesses te kunnen aanpassen en zodat andere sites ook gerichte advertenties kunnen tonen. Door hiernaast op akkoord te klikken, of door gebruik te blijven maken van deze website gaat u hiermee akkoord. Lees voor meer informatie ons Cookiebeleid.

Akkoord
dinsdag, 17 januari 2017

8 vragen over implantaten

Weg met het kunstgebit

Implantaten zijn kunstwortels die missende kiezen of tanden vervangen. Een goed alternatief voor een kunstgebit. GezondheidsNet geeft antwoord op 8 vragen over implantaten.

Wat is een implantaat?

Een implantaat is een kunstwortel die meestal gemaakt is van titanium. Implantaten worden in het botweefsel 'geschroefd' en groeien daarin gedurende vier weken tot drie maanden vast. Ze vormen een stevige basis voor kunsttanden en -kiezen. Implantaten kunnen worden gebruikt om een enkele tand of kies te vervangen, maar kunnen ook als basis dienen voor een volledige gebitsprothese.

Hoe lang gaan implantaten mee?

Lang. Ze worden sinds ongeveer 25 jaar geplaatst. Men gaat er tegenwoordig van uit dat ze levenslang mee gaan. Een voorwaarde hiervoor is wel dat het omgevende bot en tandvlees gezond blijven.

Wat is het verschil met een gewoon kunstgebit?

Een gewoon kunstgebit vervangt alleen de kauwvlakken van tanden en kiezen. De wortels – de ankers waarmee ze in het kaakbot vastzitten – worden getrokken, maar er wordt niets voor in de plaats gezet. Dat zorgt bij veel mensen die een kunstgebit dragen voor problemen. Doordat de kaak slinkt, gaat een kunstgebit dat aanvankelijk precies paste, loszitten en kan het gebit pijnlijk worden. Bijten en kauwen gaan niet meer soepel. Met implantaten wordt dit probleem letterlijk bij de wortel aangepakt. Een vast kunstgebit dat volledig op implantaten is verankerd, voelt nog niet aan als een eigen gebit, maar blijft wel goed vastzitten. Een kunstgebit op implantaten wordt een overkappingsprothese of ook wel een klikgebit genoemd.

Zijn ze voor iedereen geschikt?

Nee. Om één of meerdere implantaten in de kaak aan te brengen moet er voldoende kaakbot aanwezig zijn. Dat is niet bij iedereen het geval. Ook de vorm van de kaak moet geschikt zijn. In een uitgebreid vooronderzoek zal de tandarts dat controleren. Een andere voorwaarde is dat je lichamelijk in goede conditie moet verkeren om de ingreep te kunnen doorstaan.

Kunnen ze worden gebruikt onder een al bestaand kunstgebit?

Soms. Er zijn twee manieren om een volledig kunstgebit op implantaten te laten rusten:
a. door een losse prothese, die slechts op twee implantaten wordt verankerd. Deze overkappingsprothese kun je zelf uit de mond nemen. Een kunstgebit dat niet meer goed past doordat het kaakbot is geslonken, kan in principe met implantaten worden ondersteund. Voorwaarde is wel dat het kunstgebit nog in goede staat verkeert.
b. door een vaste prothese die niet uit de mond gehaald kan worden. In de onderkaak worden daarvoor minstens vijf implantaten aangebracht, in de bovenkaak minstens acht. Daarop worden dan kronen en/of bruggen bevestigd. Men noemt dit echter niet meer een kunstgebit maar een vaste brugconstructie op implantaten. Voor welke mogelijkheid iemand kiest, hangt af van de conditie van het kaakbot en van de financiële mogelijkheden.

Wie plaatst het implantaat?

Zowel kaakchirurgen als speciaal opgeleide tandartsen kunnen implantaten plaatsen. De suprastructuur - de kroon, brug of prothese die op de implantaten komt - wordt door tandartsen gemaakt die hiervoor extra cursussen volgden.

Hoe verloopt de behandeling?

De ingreep bestaat uit twee stappen. In de eerste fase worden de kunstwortels geplaatst. Het tandvlees wordt losgemaakt en voor elke kunstwortel boort de tandarts of kaakchirurg een gaatje in het bot, waar hij het implantaat in schroeft. Daarna sluit hij het tandvlees met hechtingen. Deze ingreep, onder plaatselijke verdoving, duurt ongeveer drie kwartier tot anderhalf uur. Wel kan het tandvlees nadien zwellen en pijn doen. Na deze eerste fase hebben de implantaten vier weken tot drie maanden rust nodig om in het kaakbot vast te groeien. Eén tot twee weken mag je alleen vloeibaar voedsel eten. Daarna kan de tandarts het bestaande kunstgebit aanpassen waarna je wel weer gewoon kan eten. In de tweede fase maakt de tandarts een vaste brugconstructie of een uitneembare overkappingsprothese.

Worden de kosten vergoed?

De vergoedingen van tandimplantaten verschillen sterk per zorgverzekering. Informeer bij je zorgverzekeraar naar de vergoeding voordat je tandarts aan de slag gaat.

Reactie toevoegen

1 Comment

Door Vsadam (niet gecontroleerd) op di, 04/22/2014 - 17:27

Vandaag 3 implantaten laten zetten. In het ziekenhuis. Moest bot opgebouwd worden. Is toch best wel pijnlijk nadat de verdoving is uitgewerkt. Even een paar paracetamolletjes dan maar.