dinsdag, 22 oktober 2019

Als je moet dialyseren

De behandeling bij nierproblemen

Stel, je nieren werken niet meer goed en je lichaam vergiftigt zichzelf langzaam. Dialyse is de enige optie. Een ramp, of goed mee te leven?

Je hebt het vast wel eens op televisie gezien: iemand die aan een apparaat gekoppeld is om zijn bloed te laten zuiveren. Dat is waarschijnlijk een nierpatiënt geweest, die aan het dialyseren was. Als nieren niet meer goed functioneren, filteren ze de afvalstoffen niet meer uit je bloed. De goede stoffen, bijvoorbeeld uit voeding, dus ook niet meer.

Enige optie

Als medicijnen en een dieet niet meer helpen bij nierproblemen, zal de arts nierdialyse aanwijzen als enige overgebleven optie, naast een niertransplantatie. Niertransplantatie is de best mogelijke behandeling, maar niet iedereen kan getransplanteerd worden. Bovendien is er een groot tekort aan donornieren. In Nederland zijn 6500 mensen afhankelijk van dialyse. De behandeling is zwaar. Jaarlijks overlijdt 1 op de 6 dialysepatiënten. Meestal gebeurt dyaliseren als de nieren nog maar 10 procent of minder werken. Ze kunnen het bloed dan niet meer voldoende zuiveren en dat zal dus op een andere wijze moeten gebeuren.

Dialyseren kan op twee manieren: kunstmatig of via het buikvlies. Het ligt aan de medische toestand en de persoonlijke voorkeur welke dialyse het meest passend is.

Kunstnier

De kunstmatige variant heet hemodialyse en daarbij is de patiënt aangesloten op een groot dialyseapparaat. Dit is een kunstnier die het bloed reinigt. Met een naald wordt een slangetje in het lichaam gebracht, dat het bloed naar de machine vervoert. Het apparaat zuivert het bloed van afvalstoffen en pompt het schone bloed weer terug in het lichaam. Dit duurt zo'n vier tot vijf uur en moet ongeveer drie keer per week gebeuren, meestal in het ziekenhuis of een dialysecentrum.

Als iemand begint met dialyseren wordt operatief een shunt aangelegd. Door de shunt is er voldoende bloedtoevoer tijdens de dialyse. Dat is nodig omdat een gewoon bloedvat snel kan beschadigen en verstopt kan raken. Een shunt is alleen wel gevoelig voor infecties. De Nierstichting financiert daarom onderzoek naar betere vaattoegang en shuntzorg.

Hemodialyse is zwaar voor het lichaam vanwege de grote schommelingen in bloedwaarden en vochtgehalte. Dialyse kan zorgen voor vermoeidheid, een ziek gevoel en op termijn voor schade aan hart en bloedvaten.

Buikvliesspoeling

Bij de andere vorm van dialyseren, de peritoneale dialyse, blijft het bloed in het lichaam. De arts legt een slangetje aan naar de buikholte, waar vervolgens een soort spoelvloeistof doorheen loopt. De vloeistof neemt via het buikvlies vuile stoffen op en zuivert zo het bloed.

De vloeistof mag er na een paar uur weer uit en wordt vervangen door een nieuwe zak vloeistof. Dit gebeurt gemiddeld zo'n vier keer per dag. De geoefende patiënt voert deze dialyse zelf uit, overdag en op welke plek hij of zij maar wil. Tussen het wisselen van de zakken door is er tijd en bewegingsruimte om andere dingen te doen

De buikvliesdialyse kan ook 's nachts plaatsvinden. In dat geval koppelt de patiënt zijn slang gemiddeld acht uur aan een apparaat. Het voordeel van buikvliesdialyse ten opzichte van hemodialyse, is dat je meer energie en meer vrijheid hebt. Het moet elke dag, maar het kan thuis en zelfs op het werk. Maar buikvliesdialyse is meestal niet langer dan een paar jaar mogelijk. Vanwege veranderingen in het buikvlies op lange termijn en complicaties zoals buikvliesontsteking.

Invloed op dagelijks leven

Zoals je je kunt voorstellen kost dialyseren veel tijd en energie. Mensen met nierproblemen moeten hun leven dan ook anders inrichten. Na dialyseren hebben veel mensen bovendien last van de zogenoemde 'dialysekater'. Zo'n dialysekater ontstaat omdat in korte tijd de samenstelling van het bloed helemaal verandert. Hierdoor kunnen er grote schommelingen optreden in de bloeddruk. Wanneer (te) veel vocht onttrokken wordt aan het bloed kan dit kramp, misselijkheid of duizeligheid veroorzaken. Maar dat is niet het enige. Vrijwel iedereen houdt last van slepende vermoeidheid. Dat komt doordat dialyse de zuiverende werking van de nierfunctie voor slechts 10-15 procent overneemt.

Weinig mensen realiseren zich bovendien dat er voor nierpatiënten strikte leefregels gelden. Ze mogen niet teveel vocht en moeten bepaalde voedingsmiddelen mijden. Het vereist veel discipline om die regels na te leven. Dat geldt nog sterker in gezelschap, want eten en drinken hoort vaak bij de gezelligheid. Werken of studeren kan gewoon, maar je moet er wel rekening mee houden dat je met dialyseren veel tijd en energie kwijt bent.

Veel mensen die dialyseren, wachten op een donornier. Na een geslaagde niertransplantatie is dialyseren niet meer nodig. De nieuwe nier kan zo'n 50 procent van de oorspronkelijke nierwerking teruggeven: dat is genoeg om niet meer aan de dialyse te hoeven. Een nieuwe nier kan tientallen jaren meegaan.

Helaas is er zoals gezegd een flink tekort aan nierdonoren. De gemiddelde wachttijd is bijna 2,5 jaar. Jaarlijks overlijden er mensen op de wachtlijst omdat een donornier te laat komt. Een transplantatienier kan afkomstig zijn van iemand die zojuist overleden is of van een levende donor. Omdat er een groot tekort is aan postmortale orgaandonoren, worden er tegenwoordig per jaar zelfs méér niertransplantaties gerealiseerd met nieren van een levende donor, dan met een nier van een overleden donor

Lees ook