zaterdag, 22 februari 2020

Hoe ontstaan nierstenen?

En wie behoren tot een risicogroep?

Goed verstopt in de buikholte doen je nieren goed werk. Deze twee boonvormige organen houden de vochthuishouding van het lichaam in balans en voeren afvalstoffen af in de vorm van urine. Als de werking van de nieren stagneert, hopen de afvalstoffen zich op in het bloed en komen er stoffen in de urine terecht die daar niet horen. Zoals nierstenen. En die kunnen behoorlijk pijnlijk zijn.

Nierstenen ontstaan doordat in de urine bepaalde zouten zitten. Als die zouten in te hoge concentraties voorkomen, kunnen zich kristallen vormen. Meestal verdwijnen deze ongemerkt met de urine, maar soms groeien ze uit tot een steen. De meeste nierstenen (85 procent) bestaan uit calciumzouten, zoals calciumfosfaat en calciumoxalaat. Maar je kunt ook struvietstenen of urinezuurstenen hebben.  Nierstenen ontstaan meestal in de nierkelk, de holte in de nier waar de urine wordt opgevangen voordat hij naar het nierbekken gaat, of in het nierbekken zelf.

Hoe ontstaan nierstenen?

Lang niet iedereen krijgt last van nierstenen, hoewel er meestal veel zouten in de urine aanwezig zijn. Dit komt omdat er bij de meeste mensen genoeg stoffen in de urine zitten die het neerslaan tegengaan, zoals citraat. Maar als je bijvoorbeeld veel vlees eet, kunnen de dierlijke eiwitten hierin de uitscheiding van citraat belemmeren. Naast een tekort aan citraat kunnen nierstenen ook ontstaan door vochtgebrek, een verstoorde zuurgraad, urineweg infecties of erfelijkheid. In tegenstelling tot wat vroeger werd gedacht, worden nierstenen niet veroorzaakt door het gebruik van vitamine C supplementen.

Risicogroepen

Ongeveer 1 procent van de Nederlandse bevolking heeft last van nierstenen, maar bij slechts 0,1 procent leiden die tot klachten. Ongeveer de helft van de mensen die een niersteen hebben gehad, loopt kans opnieuw nierstenen te krijgen. Mannen hebben tweemaal zoveel kans op nierstenen als vrouwen. Nierstenen doen zich zelden voor bij jongeren onder de twintig.

Andere risicofactoren zijn:

  • te weinig drinken
  • een dieet dat te rijk is aan dierlijk eiwit (vlees) en zout en dat te weinig calcium bevat
  • een verleden met nierstenen
  • nierstenen in de familie

Klachten

Niet alle nierstenen zorgen voor problemen. Stenen die kleiner zijn dan 5 mm worden vaak spontaan uitgeplast. Bij grotere stenen gaat dit niet zo gemakkelijk. Wanneer een grotere niersteen op weg naar buiten in de urineleider blijft steken, dan spreken we van een niersteenaanval, ofwel koliek. De urine kan de steen niet makkelijk passeren waardoor er stuwing ontstaat. Het gevolg is een bijna ondraaglijke pijn in de onderrug die uitstraalt naar de lende en de lies. Iemand met nierstenen kan letterlijk over de grond kruipen van de pijn. Bloed in de urine is een signaal dat de steen de nier of de urineleider beschadigt. Ook drang tot plassen en pijn bij het plassen kan een aanwijzing zijn dat je nierstenen hebt.

Bron(nen):