Nierpatiënt? Deze medicijnen moet je mijden

Voorkom dat je nieren nóg slechter worden

Getty Images

Medicijnen zorgen ervoor dat je nieren niet nóg slechter worden. Maar sommige geneesmiddelen richten juist meer schade aan. Artsen schrijven deze natuurlijk niet voor. Maar er is ook nog zoiets als vrije verkoop. Welke medicijnen moet je mijden?

Artsen schrijven bepaalde middelen niet voor als je nierpatiënt bent, omdat sommige medicijnen schadelijk kunnen zijn voor je nieren. Maar dan moeten ze het wel weten. Vertel alle artsen die je bezoekt dus altijd dat je nierpatiënt bent, óók je tandarts. Vergeet daarnaast niet de apotheek te informeren.

NSAID's

De apotheek houdt normaliter zicht op je medicatie en bekijkt of bepaalde geneesmiddelen geen wisselwerking hebben en of je ze wel kunt gebruiken bij nierschade. Waar hij of zij geen zicht op heeft, zijn de geneesmiddelen die je zonder recept bij supermarkt of drogisterij koopt. Vooral de zogeheten NSAID's kunnen gevaarlijk zijn voor mensen met een verminderde nierfunctie. Voorbeelden hiervan zijn ibuprofen, naproxen en diclofenac. NSAID's kunnen bij langdurig gebruik sowieso chronische nierschade veroorzaken. Verder is het oppassen geblazen met deze middelen bij buikgriep en/of ernstige diarree. Als het lichaam uitdroogt, kunnen NSAID's namelijk tot acute nierschade leiden. Let erop dat crèmes ook niet altijd onschuldig zijn. Zeker spier- en gewrichtscrèmes kunnen NSAID's bevatten. Het lichaam neemt het medicijn dan op via de huid. Deze crèmes kunnen dus net zo schadelijk zijn als tabletten of capsules.

Heb je al nierschade, overleg dan altijd met je apotheek of de standaarddosering van dergelijke NSAID's wel geschikt voor je is. Sowieso heeft paracetamol de voorkeur wanneer je een pijnstiller nodig hebt. Hiervan mag je maximaal zes tabletten (drie gram) per dag. Heb je dagelijks meer tabletten nodig, dan is overleg met je arts noodzakelijk.

Andere geneesmiddelen

Naast de bovengenoemde NSAID's zijn er ook andere middelen die schadelijk voor de nieren kunnen zijn en een nierpatiënt beter niet kan gebruiken. Denk hierbij aan sommige antibiotica, middelen tegen het herpesvirus (bijvoorbeeld bij gordelroos of bij een koortslip), plastabletten, middelen tegen hoge bloeddruk, medicijnen tegen diabetes of jicht en bepaalde chemotherapie. Nu zijn de meeste van deze middelen receptgeneesmiddelen, dus dan zullen arts en apotheker checken of je dat bepaalde medicijn mag hebben. Dit geldt niet voor medicijnen tegen een koortslip; die zijn ook gewoon bij supermarkt en drogisterij te koop. Overleg daarom voordat je zoiets koopt met je arts of je dat specifieke medicijn mag gebruiken. Liever nog:  koop het in de apotheek en vraag de assistente of apotheker bij het afrekenen in het systeem na te kijken of je dat middel hebben mag.

Medicijnen die zout bevatten

In sommige medicijnen, maar ook in voedingssupplementen, zit veel zout. Denk aan bepaalde soorten bruistabletten en de kaliumverlager natriumpolystyreensulfonaat. Vraag je apotheker dan om een alternatief. Helaas iseen vervanger voor de laatste niet altijd beschikbaar. Bij een verstoorde zuurgraad van je bloed (acidose) zul je natriumbicarbonaat moeten gebruiken.

Soms kun je een medicijn wel gebruiken, maar alleen in een aangepaste dosering. Wanneer je arts een hogere dosering voorschrijft dan bij je nierfunctie past, overlegt de apotheker met je huistarts. Om dit goed in de gaten te kunnen houden, is het dus belangrijk dat de apotheker op de hoogte is van je meest recent gemeten nierfunctie. Het geven toestemming voor het uitwisselen van nierfunctiewaarden is daarom verstandig. Dit kan bij de apotheker of via ikgeeftoestemming.nl.

Auteur 
Bron 
  • Nierstichting