donderdag, 26 november 2020

Nierstenen: hoe voorkom je ze?

Voorkomen is beter dan genezen

Een niersteenaanval is meestal zo pijnlijk dat je alles wil doen om een volgende te voorkomen. Helaas moet dat ook, want als je eenmaal nierstenen hebt gehad, is de kans dat ze terugkomen heel groot. In ruim 95 procent van de gevallen is het gelukkig mogelijk om de oorzaak op te sporen. Hiermee kan de juiste behandeling worden ingezet om verdere niersteenaanmaak te voorkomen. Om te beginnen met de juiste voeding.

Het allerbelangrijkste advies om nierstenen te voorkomen is om veel drinken, zo’n twee tot drie liter per dag.  Vooral na de maaltijden en s’ nachts is het belangrijk om de urine te verdunnen en de nieren door te spoelen. Water – kraanwater of mineraalwater – is het beste. Zet een grote fles water op het aanrecht en ook een glas water naast het bed. Ja, daar moet je vaak van naar het toilet maar dat is precies de bedoeling! Wanneer de urine helder is, kun je ervan uitgaan dat je genoeg vocht binnenkrijgt.

Vruchtensap bevat goede bestanddelen die een remmende werking hebben op kristalvorming, zoals kalium en citraat, maar ook veel suiker.  Neem het dus met mate. Koffie en alcohol mogen eveneens met mate.

Voorzichtig met oxalaat

De meeste nierstenen (85 procent) bestaan hoofdza­kelijk uit calciumzouten. Eén van de grootste boosdoeners in het ontstaan van calciumhoudende nierste­nen is oxalaat (oxaalzuur). Calcium kan zich verbinden met oxalaat tijdens de spijsvertering, waardoor calciumoxalaat ontstaat: een goede voedingsbodem voor nierstenen. Het advies is dan ook om oxaalzuurrijke producten zoveel mogelijk te beperken. Zoals spinazie, rabarber, postelein, knolselderij, zuring, pastinaak, cacao en chocolade en noten. Wees ook voorzichtig met thee en cola vanwege het hoge gehalte aan oxalaat.

Wel calcium, minder vlees

Je zou de conclusie kunnen trekken dat ook het eten van calciumrijke producten, zoals zuivel, niet aan te bevelen is. Calcium in de voeding heeft echter geen direct effect op het risico op nierstenen. In het verleden kregen men­sen met calciumstenen vaak het advies om minder zuivelproducten te nemen. Die inzichten zijn veranderd. Wie normaal en gevarieerd eet, zal niet snel te veel calcium binnenkrijgen. Het is wel belangrijk om de hoeveelheid vlees te beperken tot maximaal 150 gram per dag. Bij het verwerken van dierlijk eiwit in ons lichaam komt er namelijk meer calcium vrij terwijl de uitscheiding van citraat verminderd wordt. En citraat is juist belangrijk om de vorming van kristallen in de urine tegen te gaan.

Vitamine C en fruit

Citrusvruchten zoals sinaasappelen, grapefruit en citroenen werken preventief bij nierstenen. Eet daarentegen geen sterfruit (lange doorschijnende gele vrucht) wegens het hoge oxalaatgehalte van deze vrucht.  Ook vruchten als bosbessen, mandarijnen, aardbeien, frambozen, bramen, rode bessen kunnen problemen opleveren vanwege het oxalaatgehalte. Er wordt nog wel eens gewaarschuwd voor het gebruik van vitamine C-supplementen, maar dat blijkt achterhaald. Mensen met nierstenen mogen vrijwel zonder risico vitamine C-supplementen nemen, tot wel zo’n vier gram per dag.

Minder zout, minder pit

Zout kan de uitscheiding van calcium in de urine stimuleren.  Gebruik daarom weinig of geen extra keukenzout. Kant-en-klaar producten zoals soepen en sauzen bevatten vaak ongemerkt veel zout. Probeer daarom zakjes en pakjes te vermijden en zoveel mogelijk vers te koken. Let ook op met scherpe specerijen.

Bron(nen):