maandag, 21 oktober 2019

8 feiten over sterke botten

Zo hou je ze gezond

We staan er niet dagelijks bij stil, maar je botten houden je letterlijk overeind. Daarbij kunnen ze wel een steuntje in de rug gebruiken.

1. Je maakt je hele leven nieuw bot aan (maar als je ouder wordt steeds minder)

Veel mensen denken dat bot ‘dood’ materiaal is, maar niets is minder waar. Sterker nog, het proces waarbij oude botcellen worden afgebroken en nieuwe worden aangemaakt, gaat ons hele leven door. Wel is het zo dat de balans tussen aanmaak en afbraak verandert. Tussen je 25ste en je 30ste is de botdichtheid het grootst. Daarna blijft die een aantal jaren stabiel. Na je 45ste neemt de aanmaak langzaam af en worden botten geleidelijk minder sterk. Op een gegeven moment slaat de balans door naar de negatieve kant en wordt er meer afgebroken dan erbij komt. Als dat proces van botontkalking ernstige vormen aanneemt en botten gemakkelijk breken, spreken we van osteoporose.

2. Ouders met sterke botten krijgen kinderen met sterke botten

Hoe sterk je botten zijn en hoe snel je botmassa wordt afgebroken, is voor het overgrote deel erfelijk bepaald. Hadden je ouders osteoporose of braken ze eens een heup, dan is de kans groter dat je tot de risicogroep behoort. Bepaalde aandoeningen, zoals een te snel werkende schildklier, diabetes type 1 en de longziekte COPD, kunnen ook tot botontkalking leiden. Hetzelfde geldt voor het gebruik van sommige medicijnen, zoals prednison.

3. Vrouwen hebben meer kans op osteoporose dan mannen

Eén op de drie vrouwen krijgt osteoporose. Tijdens de overgang komt het proces van botafbraak in een stroomversnelling. Het vrouwelijke hormoon oestrogeen beschermt namelijk tegen botafbraak. Hoe jonger overgangsklachten starten, hoe groter de kans op latere leeftijd op osteoporose. Daarnaast hebben vrouwen sowieso al wat kleinere en minder sterke botten, wat ze extra kwetsbaar maakt. Bij mannen is de verhouding één op de zeven. Het proces begint bij hen zo’n tien jaar later en verloopt veel geleidelijker. Vandaar dat zij er minder snel problemen door krijgen.

4. Snelle achteruitgang tegenhouden is belangrijk

Hoe help je het lichaam de aanmaak en afbreuk zo lang mogelijk in balans te houden? Botproductie kun je zelf stimuleren door gevarieerd te eten (zie ook pagina 68) en minstens drie keer per week te bewegen. Dat heeft op elke leeftijd zin, ook voor wie boven de 70 of 80 is. De potentiële winst is weliswaar niet zo groot – maximaal 4 procent meer botdichtheid – maar het helpt in elk geval wel om een (snelle) achteruitgang te vertragen.

5. Een mix van lichamelijke activiteiten is het beste

Als je druk op de botten uitoefent, stimuleert dat de botaanmaak. Vandaar dat bewegen zo belangrijk is voor sterke botten. Vooropgesteld: elke vorm van bewegen is goed. Maar hoe meer afwisseling in de soort beweging, hoe beter. Daarmee vergroot je het effect. Wissel activiteiten waarbij de botten worden belast, zoals wandelen of tennissen, dan ook het liefste af met beweging waarbij trekkracht op de botten in de rug wordt uitgeoefend, zoals bij met gewichtjes trainen of roeien. En train in elk geval de lichaamsdelen die het kwetsbaarst zijn: de rug, de heupen en de polsen.

6. Ernstige botontkalking ontdek je meestal pas als het te laat is

Meer dan 800.000 Nederlanders hebben osteoporose. Dit zijn bijna allemaal 60-plussers. Bij ruim 148.000 van hen is ook daadwerkelijk osteoporose door de huisarts gediagnostiseerd. Het overgrote deel van de mensen met osteoporose heeft er dus geen idee van. Ze komen er vaak pas achter als ze iets breken – jaarlijks gebeurt dat bij meer dan 80.000 patiënten boven de 55. Meestal gaat het om een heup, pols of onderarm. Bij een kwart van de pa­tiënten zakken de rugwervels in elkaar. Dat kan ernstige pijnklachten geven.

7. De staat van je botten kun je laten testen met een speciale scan

Bij een botdichtheid van minder dan 70 procent is behandeling nodig. Of dat het geval is, kan een arts bepalen door een botdichtheidsmeting te doen. Daarvoor wordt een speciaal röntgenapparaat gebruikt, een DXA-scan. Blijkt daaruit dat de botdichtheid inderdaad te laag is, dan krijgt een patiënt medicijnen. Die remmen de afbraak van bestaand bot en stimuleren de aanmaak van nieuw bot, en verlagen zo de kans om (opnieuw) iets te breken met 50 procent.

8. Bij een onverwachte botbreuk bij 50-plussers moet altijd een botdichtheidsscan worden gedaan

Als je boven je 50ste iets breekt terwijl je het niet zou verwachten, bijvoorbeeld na een simpele struikeling, moet er een belletje gaan rinkelen. In zo’n geval moet in het ziekenhuis standaard een botdichtheidsmeting worden gedaan. Helaas gebeurt dat in de praktijk niet altijd. Vraag er in dat geval vooral zelf om. Overigens worden er bijvoorbeeld in apotheken en bij fysiotherapeuten steeds vaker ultrasoundmetingen van de vinger of hiel aangeboden om de botdichtheid vast te stellen. Die meten iets anders dan de DXA-scan. Het is nooit bewezen dat ze betrouwbaar zijn.

Met medewerking van dr. Harald Verhaar, internist en klinisch geriater, gespecialiseerd in osteoporose, in het UMC Utrecht.

 

Bron(nen):