Gezondheidsnet.nl maakt gebruik van cookies: functioneel, om instellingen en voorkeuren te onthouden, voor beter en eenvoudiger navigeren en inloggen; analytisch, om bezoeken bij te houden en te bestuderen; voor commerciële doeleinden, om bij te houden hoe vaak bepaalde advertenties zijn getoond en geklikt; voor targeting doeleinden, om advertenties op uw interesses te kunnen aanpassen en zodat andere sites ook gerichte advertenties kunnen tonen. Door hiernaast op akkoord te klikken, of door gebruik te blijven maken van deze website gaat u hiermee akkoord. Lees voor meer informatie ons Cookiebeleid.

Akkoord
zondag, 30 april 2017

Imitatieroom: plantaardig alternatief voor slagroom

De voors en tegens van imitatieroom

Mensen hebben allerlei redenen om slagroom te laten staan. Dan kom je al snel terecht bij een plantaardig alternatief. Maar wat zijn de mogelijkheden? En wat zijn de pluspunten voor de gezondheid?

Laten we beginnen met het rechtzetten van een vaak gehoord misverstand: vet is beslist niet ongezond. Wat wél ongezond is, is te veel vet, waarbij 'te veel' sterk afhankelijk is van het soort vet waarom het gaat. Verzadigd, onverzadigd, Omega-3, 6 of 9, het heeft allemaal zijn weerslag.

Eén ding staat vast: we hebben vet in ons voedingspatroon nodig, anders worden we ziek. Dat geldt trouwens ook voor andere voedingsstoffen, zoals koolhydraten en eiwitten. Bij allemaal geldt: het móet, alleen te veel is niet goed.

Room is vet

De wetgever is over room heel duidelijk: room is per definitie gemaakt van koemelk en heeft een vetgehalte van minimaal 10 procent. In de praktijk is er echter maar heel weinig room te vinden met zo weinig vet. Slagroom bijvoorbeeld moet volgens de warenwet al minstens 30 procent vet bevatten (anders is het overigens ook niet stijf te kloppen); 35 procent komt vaker voor en ook slagroom met 40 procent melkvet is geen uitzondering.

Wanneer in een recept staat dat er room moet worden toegevoegd, wordt daarmee eigenlijk altijd volle slagroom bedoeld. Vooral in warme gerechten is dat belangrijk: slagroom kan door zijn hoge vetgehalte probleemloos verhit worden zonder te gaan schiften, bij magerder melkproducten is die kans veel groter. Warme gerechten bereiden met roomsoorten die minder vet dan slagroom bevatten, is dus een stuk lastiger.

Alternatieven?

Het vet in room heeft voedingstechnisch gesproken twee belangrijke functies: het versterkt smaak en het verzadigt. Als je iets eet dat met room is bereid, krijg je daardoor al snel een voldaan gevoel. Eigenlijk is dat dus een heel goede eigenschap: in feite zorgt het ervoor dat je van volvette room minder nodig hebt voor hetzelfde effect. Wie lightvarianten gebruikt, zal veel gemakkelijker de neiging hebben méér te eten.

Toch kunnen er redenen bestaan om naar een alternatief product uit te kijken. Een belangrijke reden daarvoor kan koemelkallergie of lactose-intolerantie zijn, aandoeningen die de laatste tijd steeds vaker bij mensen worden vastgesteld. Daarmee is overigens niet gezegd dat ze ook méér voorkomen dan vroeger; de kans is groot dat vroeger gewoon niet zo werd gelet op de klachten.

Plantaardig of toch dierlijk?

Wie lactose-intolerant is, is aangewezen op een plantaardig alternatief voor room. In de praktijk kom je dan al snel bij sojaroom terecht, die tegenwoordig bij elke supermarkt verkrijgbaar is. Een minder gangbaar alternatief is room uit amandelmelk, die duurder is maar volgens velen ook smakelijker. Amandelroom is vooral een uitkomst voor mensen die vrezen dat ze met hun gewone voeding al te veel soja binnenkrijgen. Ook kokosroom is een mogelijk alternatief, maar dat heeft dan weer als nadeel een heel uitgesproken smaak. Bovendien is kokosroom zeer calorierijk.

Wanneer het probleem een koemelkallergie is, bestaat er ook de mogelijkheid room te gebruiken van geiten- of schapenmelk. Deze is doorgaans in de supermarkt niet te vinden; de natuurvoedingswinkel heeft het veelal wel. Deze producten hebben eveneens een uitgesprokener smaak dan room uit koemelk; voor wie alleen die laatste kent, is, het even wennen.

Gezonder?

Wie gevarieerd en niet te veel eet, hoeft zich feitelijk over geen enkele roomsoort zorgen te maken voor wat betreft zijn gezondheid. Lightvarianten lijken gezonder, maar je bent geneigd er meer van te gebruiken en ze bevatten bovendien niet zelden bindmiddelen om schiften te voorkomen, waardoor je in plaats van vet calorieën uit koolhydraten binnenkrijgt.

Wie om redenen van allergie of intolerantie naar alternatieven moet uitzien, moet zich ervan bewust zijn dat plantaardige alternatieven van nature een aantal bouwstoffen niet bevatten die wel in dierlijke room zitten, met name vitamine B12. Wie lactose-intolerant is en daarnaast ook vegetarisch eet, zal voldoende eieren moeten eten of supplementen moeten slikken.

Reactie toevoegen

1 Comment

Door Anne (niet gecontroleerd) op do, 03/30/2017 - 12:41

Er staat dat je om voldoende B12 binnen te krijgen bij een vegetarisch eetpatroon, je genoeg eieren of supplementen moet nemen. Hoeveel eieren moet je eten dan? Stel: je eet ook geen eieren meer: hoe doe je dat dan met je supplement? Hoeveel B12 moet je dan nemen en hoeveel keer per week? Maakt het bv uit of je elke dag een kleine hoeveelheid neemt, of enkele keren per week een hoge dosering?