vrijdag, 30 oktober 2020

MRI verbetert opsporing van prostaatkanker

Door de inzet van de MRI hoeft een groot deel van de mannen geen weefselprik (ook wel prostaatprik). Dit blijkt uit onderzoeksresultaten van de 4M-studie, die zijn verschenen in het medische tijdschrift European Urology.

De huidige richtlijn voor de diagnostiek van prostaatkanker schrijft weefselprikken voor om vast te stellen of er bij patiënten met een verhoogde PSA-waarde sprake is van kanker. Hierbij worden er op verschillende plaatsen in de prostaat stukjes weefsel afgenomen, terwijl een MRI-scan het prostaatweefsel nauwkeuriger kan beoordelen. Patiënten met een goede MRI-uitslag hoeven dan geen prostaatprik meer te ondergaan. 

Onderzoek

Tijdens het onderzoek kregen ruim 600 mannen met verhoogd PSA - tussen 2015 en 2017 - eerst een MRI om te kijken of er kanker aanwezig was. Bij ongeveer de helft van hen hadden de artsen verdenkingen op een zorgwekkende vorm. Deze mannen ondergingen vervolgens een prostaatprik in de MRI waarbij twee tot vier stukjes weefsel werden afgenomen, in plaats van acht tot twaalf stukjes.

Doorverwijzen

Hoogeleraar Jelle Barentsz vindt dan ook dat huisartsen die vermoeden dat hun patiënt prostaatkanker heeft, doorverwezen worden naar gespecialiseerde prostaatdiagnostische centra in Nederland. Barentsz: 'In deze expertcentra zijn artsen gespecialiseerd in het verrichten van een prostaat-MRI en waardoor bij 49 procent van de mannen een weefselprik kan worden voorkomen, terwijl dit bij niet-gespecialiseerde centra 28 procent betreft.' 

De resultaten en aanbevelingen uit de 4M-studie worden meegenomen in het opstellen van de nieuwe richtlijn voor prostaatdiagnostiek. Deze verschijnen naar verwachting begin 2019.

Bron(nen):