maandag, 16 december 2019

Stottertherapeut: eerste hulp bij stotteren

Indirecte en directe methode van behandeling

Wereldwijd zijn er zo'n 60 miljoen mensen die stotteren. De één herhaalt lettergrepen, woorden of zinsdelen. De ander blijft hangen op bepaalde letters, houdt klanken lang aan of blokkeert helemaal. Een stottertherapeut kan helpen om weer vloeiend te spreken.

Stotteren zit voor een deel in de genen. Over de precieze werking van het spraaksysteem is nog veel onduidelijkheid. Uit MRI-onderzoek blijkt dat bij mensen die stotteren de aansturing van het spraaksysteem in de hersenen afwijkend werkt.

Openlijk stotteren is door de blokkades, herhalingen en ongewilde pauzes goed merkbaar. Daarnaast kennen veel stotteraars verborgen stotteren: moeilijke woorden vermijden, spreekangst en minderwaardigheidsgevoelens.

Communicatie

Stotteren geeft soms grote problemen in de communicatie met anderen. Personen die stotteren (PDS) vinden praten met anderen vaak lastig door de aarzelingen, herhalingen en pauzes in hun spraak. Ook hun omgeving maakt gesprekken soms moeilijk omdat mensen commentaar leveren, goedbedoelde adviezen geven of de zinnen van een stotteraar afmaken.

Er overheen groeien

Nederland telt zo'n 175.000 volwassen stotteraars. Van de kinderen die stotteren, groeit bijna 80 procent er in 5 jaar overheen. De behandeling die de overige kinderen vaak krijgen, heet de 'indirecte' methode en wordt vooral toegepast in Europa en Amerika. Hierbij worden de factoren die stotteren in de hand werken aangepakt. Een andere behandeling is de 'directe methode', die met name Australische therapeuten gebruiken en met complimenten werkt.

Indirecte methode

Om stottertriggers in kaart te brengen, wordt er bij de indirecte methode eerst diagnostisch onderzoek gedaan. Bij dit onderzoek kijkt de therapeut ook naar andere logopedische of psychologische stoornissen die een raakvlak met stotteren kunnen hebben. Soms stottert een kind bijvoorbeeld omdat het zich klein en onbelangrijk voelt of anderen hem pesten. Of de snelle spraak van ouders zorgt dat een kind sneller gaat praten dan zijn spraaksysteem aankan.

Op basis van de uitkomsten van het onderzoek stelt de therapeut een individueel therapieplan op. In de therapiefase neemt hij de overige stoornissen eventueel mee. Er is dus sprake van een integrale benadering. Ouders leren bovendien om hun manier van communiceren (tijdelijk) aan te passen aan het gestotter.

Werken aan verborgen stotteren

Het technische aspect van deze behandeling bestaat uit twee delen: stuttering modification en fluency shaping. Bij stuttering modification leert een stotteraar om ‘vloeiend’ te stotteren, terwijl bij fluency shaping gestreefd wordt naar een meer vloeiende spraak. Deze verschillende aspecten worden in moderne therapieën geïntegreerd aangeboden en er wordt daarnaast altijd gewerkt aan het verborgen stotteren.

Directe behandeling

Hoewel de indirecte methode bij de meeste kinderen aanslaat, helpt het niet bij iedereen. In dat geval is de directe methode nog een optie. Bij deze directe methode draait het vooral om complimenten geven wanneer een stotterend kind goed praat. Zo gaat het kind de complimenten associëren met vloeiend praten. Een soort conditionering dus. Stottert een kind ondanks de geruststellende woorden toch, dan benoem je dat wel ("Oeps daar hoorde ik een stottertje").

Uit onderzoek blijkt overigens dat de directe en de indirecte methode na 18 maanden allebei evenveel resultaat geven.

Stottertherapeut of logopedist?

Een stottertherapeut heeft zowel theoretische kennis als specifieke therapeutische vaardigheden. Het zijn meestal logopedisten, maar soms ook psychologen of orthopedagogen. Ze volgen een opleiding van de European Clinical Specialization in Fluency Disorders (ECSF) en heten officieel 'European Fluency Specialist'.

Om die titel te mogen behouden én erkend te worden door de Nederlandse Vereniging voor Stottertherapie (NVST) zijn stottertherapeuten verplicht tot regelmatige bijscholing, zodat ze de ontwikkelingen in het vakgebied bijhouden.

Stottertherapeuten houden zich bezig met:

  • Het stimuleren van preventie en vroegtijdige interventie bij kinderen die risico lopen te gaan stotteren.
  • Diagnostische werkzaamheden en het geven van therapie aan stotteraars.
  • Extra therapiemogelijkheden zoals groepsbehandelingen, ouderbijeenkomsten en gezinsbegeleiding.
  • Het samenwerken met collega’s, logopedisten of andere hulpverleners voor consultatie, supervisie, intervisie en advies.
  • Het bijdragen aan en het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek.
  • Het geven van voorlichting aan ouders, artsen, leraren, overheidsinstanties, verzekeraars en anderen.

Complex probleem

Logopedisten zijn opgeleid om een breed scala aan klachten rond de mondelinge communicatie te behandelen. Daar hoort de behandeling van stotteren bij. Stotteren kan echter zo’n complex probleem zijn, dat er soms extra kennis en vaardigheden nodig zijn om dit goed te kunnen begeleiden. De emotionele en sociale kanten van het stotteren vereisen een goede kennis van bijvoorbeeld psychologische en gedragstherapeutische principes. Het trainen van het vloeiend spreken vereist weer andere technieken dan 'normale' spraakoefeningen. Een stottertherapeut leert dat tijdens de eenjarige opleiding van het ECSF. Er zijn overigens ook logopedisten die zich extra hebben geschoold in stotteren, zonder dat zij stottertherapeut zijn. De minder complexe stotterproblematiek kan in principe ook door een logopedist worden begeleid.

Wordt stottertherapie vergoed?

Stottertherapie zit niet in de basisverzekering. De vergoeding is per aanvullende verzekering en per therapeut verschillend. Informeer daar dus naar bij je zorgverzekering. Je vindt een door de NVST erkende stottertherapeut via je huisarts, logopedist of via de site van de NVST.

Bron(nen):