dinsdag, 22 oktober 2019

Blijvend last van een whiplash?

Experts aan het woord

"Ik denk dat ik een whiplash heb. Hoe weet ik dat zeker en wat kan ik er aan doen?" Huisarts Erik Pleij, manueel therapeut Edwin van der El en psychologisch psychotherapeut Wytze van der Zwaag geven hun visie en advies.

Een whiplash ontstaat als de nek met forse kracht naar voor en achter wordt bewogen, waardoor spieren en banden van de nek uitrekken. Het gevolg is pijn in de nek, die zo erg kan zijn dat je daardoor wordt beperkt in het dagelijks leven. Meestal komen deze klachten na een aanrijding, maar het kan ook komen door bijvoorbeeld bungeejumping of in een botsautootje, een sportongeval, uitglijden, kortom alle van buitenaf komende krachten op de nek of het hoofd.

Huisarts Erik Pleij: "Medische molen voorkomen."

"Het is nog steeds een raadsel waarom de een na een aanrijding een week nekpijn heeft, terwijl een ander soms maanden blijft tobben en het whiplashsyndroom oploopt. Vast staat dat de ervaring en beleving van het trauma (de aanrijding) van grote invloed is op het herstel."

"Wie al balanceert op het randje van overspannenheid, problemen heeft op het werk of thuis, kan door zo'n aanrijding net dat zetje krijgen om in te storten. Je voelt je slachtoffer van een situatie waar je niet om 'vroeg', bent boos, verdrietig en angstig. En iemand wordt vaak bang om te bewegen vanwege die pijn in de nek."

"Je voorkomt veel ellende als je als whiplashpatiënt begrijpt wat er aan de hand is; wat je als 'normale' reactie kunt beschouwen. Ik vertel dan ook altijd dat het voelen van pijn niet abnormaal is. Ook dat het zeker geen belemmering is om te blijven bewegen. In de eerste twee weken kun je daar best een pijnstiller voor nemen. Is er na twee tot vier weken geen verbetering, dan verwijs ik door naar een fysiotherapeut die er op een kalme en verstandige manier mee omgaat."

"Ik vind dat je snel moet ingrijpen als je merkt dat iemand niet goed met de klachten omgaat. Je moet voorkomen dat iemand in de medische molen terechtkomt en daar jaren blijft hangen. Op tijd beginnen met bijvoorbeeld gedragstherapie om anders met het syndroom om te gaan. Niet blijven sukkelen en wachten tot het chronisch is."

Manueel therapeut Edwin van der El: "Bewegen is belangrijk."

"Een whiplash is een moeilijk vast te stellen syndroom en ook ik kan niet verklaren waarom bij een aanrijding de een hier wél en de ander hier geen last van heeft. Ik denk dat de psychische gesteldheid daarbij van invloed is. En die is ook van invloed is op de ervaring van dat letsel en het herstel."

"Angst speelt een grote rol, de angst om te bewegen maar ook de angst omdat iemand misschien wel de dood in de ogen heeft gekeken. Daarbij komt nog de invloed van de omgeving: een gebroken been is zichtbaar, een whiplash zie je niet. De klachten die je van een whiplash kunt hebben, zie je dus ook niet. Het is voor anderen lastig te begrijpen dat je soms wel en soms geen last hebt."

"De meeste whiplashklachten zijn aan hoofd, nek, schouders of borstkas. Door veel vragen te stellen, probeer ik erachter te komen wat die klachten zijn. Hoofdpijn en concentratiestoornissen kunnen komen door die versnelde beweging van je hoofd, maar ook omdat je spanning hebt vanwege de nasleep van het ongeval. Zeker als daar letselschadeadvocaten aan te pas komen. Klachten verergeren bij stress."

"Als manueel therapeut kun je iets meer doen dan een fysiotherapeut, omdat je extra vaardigheden hebt geleerd om de nek te onderzoeken en te manipuleren. Omdat de nekspieren vaak verkrampt zijn, geef ik oefeningen waarna de basis- of rustspanning weer terugkeert. Het belangrijkste is dat je weet dat je niet bang hoeft te zijn om te bewegen. Dat het logisch is dat je daarbij pijn voelt, maar dat dat niet erg is."

Wytze van der Zwaag is klinisch psychologisch psychotherapeut en lid van de Medische Adviesraad van de Whiplash Stichting Nederland: "De pijnen zijn echt."

"Ik houd me nu drie jaar bezig met diagnostiek en behandeling van whiplashpatiënten bij wie de pijn niet verdwijnt. Nog steeds gaan veel behandelaars ervanuit dat de pijn na een aantal maanden niet meer werkelijk aanwezig is, maar dat deze vanuit het pijngeheugen wordt gemaakt, zeg maar 'tussen je oren' zit. Belangrijk om te weten is dat er bij een whiplash daadwerkelijk spieren beschadigd zijn, die triggerpoints van pijn kunnen worden. Deze pijnen zijn dus reëel."

"Die kleine beschadigingen zijn gevoelig voor stress en overbelasting. Bij stress wordt het stresshormoon adrenaline geproduceerd. Dit prikkelt deze triggerpoints met als gevolg meer pijn waardoor je meer adrenaline aanmaakt. Die triggerpointpijn kun je ook voelen als je beweegt. Dat is dan een signaal om te stoppen, want ga je daar doorheen, dan vererger je de beschadiging en de pijn. Wie door (te) veel bewegen pijn krijgt, is geneigd angstig te worden voor bewegen en gaat dat vermijden. Zo kom je in een vicieuze cirkel."

"Veel whiplashpatiënten vertellen dat ze last hebben van letters die voor hun ogen dansen. Ook dit is niet psychisch. In het Erasmus MC is aangetoond dat de uitgerekte spieren ervoor zorgen dat het informatie overdrachtssysteem niet goed meer werkt. 'Kijken' is een samenwerking tussen de ogen en de stand van het hoofd. Door de beschadigingen geven de spieren foute informatie door. Dit verdwijnt over het algemeen vanzelf."

"De meeste whiplashpatiënten zijn gebaat bij een fysiotherapeut die bekend is met whiplashverschijnselen. De rest komt in een psychische mallemolen, omdat ze vaak al in een slechte periode van hun leven zaten toen ze de whiplash kregen. Bij hen kan cognitieve gedragstherapie (het aanleren van andere gedachten) helpen. Bij de kleine groep whiplashpatienten die problemen houdt met het functioneren van de hersenen, kan de neurofeedbacktherapie (veranderen van hersenactiviteit) werken. Maar welke therapie je als behandelaar ook toepast, uitleg is het allerbelangrijkste."

Nuttige links
*
www.myofascialepijn.nl
* www.neurofeedbacknijmegen.nl
* www.hersenactief.nl
* www.attent-cgn.nl