zaterdag, 19 oktober 2019

Ingreep heupprothese kan veilig poliklinisch

Gezonde patiënten met artrose die in aanmerking komen voor een heupprothese, kunnen die ingreep heel goed in dagbehandeling ondergaan. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Yvon den Hartog. Nu worden de meeste artrose patiënten nog enkele dagen opgenomen als zij een totale heupprothese ondergaan.

Den Hartog onderzocht aanvankelijk hoe de zorg rond het plaatsen van een heupprothese zo goed mogelijk kon worden georganiseerd. Zo oefenden patiënten al voor de operatie met het lopen op krukken. Bovendien werd er gelet op goede voorlichting, pijnbestrijding, doorvoeding, geen onnodige wonddrains, urinekatheters en drukverbanden. Én op snelle start van de revalidatie (snel na de operatie uit bed).

"De ligduur na de ingreep werd daardoor al zo verkort dat we bedachten: zou het niet zelfs in dagbehandeling kunnen," memoreert Den Hartog. In april 2014 startte een pilot met een poliklinische totale heupprothese, een Europese primeur.

Net zo tevreden

Yvon den Hartog volgde enkele maanden de orthopedische patiënten van de dagbehandeling bij het Reinier de Graaf-ziekenhuis. Ze kwam tot de conclusie dat zij het minstens even goed doen als patiënten die enkele dagen werden opgenomen na de operatie.

De patiënten uit de dagbehandlingsgroep werden door orthopedisch chirurg Stephan Vehmeijer allemaal geopereerd volgens de zogeheten ‘voorste benadering’, een chirurgische techniek waarbij geen spieraanhechtingen worden los gemaakt. Den Hartog: "Patiënten die met deze techniek worden geopereerd, zijn wat sneller mobiel dan patiënten die met andere technieken worden geopereerd. De voorste benadering is in anatomisch opzicht ingewikkelder. Maar patiënten kunnen, doordat de spieren in tact blijven, sneller weer zonder krukken lopen en een trap op."

Steeds meer heupprothesen

In Nederland worden jaarlijks meer dan 25.000 heupprothesen geplaatst. Dit aantal neemt toe door de vergrijzing.

Om in dagbehandeling te kunnen worden behandeld, dienen patiënten goed gezond te zijn. Hart- en vaatziekten en het slikken van bloedverdunners zijn taboe. "En ze moeten het natuurlijk zelf willen. Ook is er, zeker de eerste nacht, iemand nodig die hen thuis goed kan verzorgen." Vervolgonderzoek is nog wel nodig. Den Hartog promoveert 15 juni 2016 aan het Erasmus MC op haar onderzoek.

Bron(nen):