dinsdag, 16 juli 2019

Mycoproteïne: plantaardig eiwit voor sporters

Plantaardig eiwit lijkt goed voor spieropbouw

Goed nieuws voor sporters met een plantaardig voedingspatroon: mycoproteïne lijkt goed voor de spieropbouw. In een eerste klein onderzoek verslaat dit plantaardige eiwit zelfs eiwit uit melk. Wat is mycoproteïne en hoe krijg je het binnen?

Mycoproteïne is een eiwit afkomstig van – niet schrikken – een schimmel. Om precies te zijn de schimmel Fusarium venenatum. Mycoproteïne wordt gemaakt tijdens fermentatie met deze schimmel. Dat klinkt ingewikkeld, maar fermentatie is een eeuwenoud proces dat ook gebruikt wordt bij de productie van yoghurt, zuurkool en bier. Tijdens fermentatie groeit deze schimmel en maakt daarbij mycoproteïne aan. Dit plantaardige eiwit wordt gebruikt om sommige vegetarische vleesvervangers van te maken.

Plantaardige eiwitten

Vegetarische vleesvervangers zijn altijd gemaakt van plantaardige eiwitten. Denk aan soja-eiwit, tarwe-eiwit of peulvruchten. Maar het kan dus ook van mycoproteïne zijn. Het is logisch dat voor een vleesvervanger naar een niet-dierlijke eiwitbron wordt gezocht, want vlees en andere dierlijke producten als vis en zuivel zijn een belangrijke bron van eiwit in onze voeding. En eiwitten uit de voeding heeft je lichaam nodig voor het onderhouden en opbouwen van je spieren. Eiwitten leveren namelijk de bouwstoffen van je spieren: aminozuren. Wel geldt: het ene eiwit is het andere niet. Dierlijke eiwitten leveren over het algemeen veel meer verschillende aminozuren dan plantaardige eiwitten. De eiwitkwaliteit is hoger. Maar wat betekent dat voor de spieropbouw? Daar is net onderzoek naar gedaan door de Engelse Universiteit van Exeter.

Onderzoek naar spieropbouw

De onderzoekers hebben bij twintig jonge, gezonde, getrainde mannen gemeten hoe goed mycoproteïne is voor de spieropbouw in vergelijking met melkeiwit. De deelnemers voerden eerst zware weerstandsoefeningen uit. Na deze training kregen ze ofwel melkeiwit, ofwel mycoproteïne. In de uren daarna werd de spieropbouw in hun lichaam gemeten. Wat bleek? Zowel het dierlijke als het plantaardige eiwit zorgde voor spiergroei. Maar de snelheid van spieropbouw was hoger bij de mannen die mycoproteïne hadden gekregen dan bij de mannen die melkeiwit hadden gekregen.

Meer onderzoek nodig

Nu is dit slechts een eerste, kortdurende en relatief kleine studie met weinig deelnemers. Voor definitieve conclusies moet eerst meer onderzoek worden gedaan om te kijken of uit die onderzoeken dezelfde resultaten komen. ‘Deze resultaten zijn erg bemoedigend, omdat sommige mensen een voorkeur hebben voor niet-dierlijke bronnen van eiwit om hun spiermassa te onderhouden of op te bouwen’, vertelde Benjamin Wall, Associate Professor of Nutritional Physiology aan de Universiteit van Exeter. ‘Onze data laat zien dat het innemen van mycoproteïne na een training ervoor zorgt dat spieren sneller groeien in de uren na de training, dan wanneer je melkeiwit inneemt. Wij zijn erg benieuwd of deze bevindingen ook standhouden bij verschillende groepen mensen en op de langere termijn.’

Goede vleesvervanger?

Zijn voedingsmiddelen op basis van mycoproteïne ook volwaardige vleesvervangers? De eiwitkwaliteit van mycoproteïne is hoog: vergelijkbaar met die van eiwit uit eieren en hoger dan die van bijvoorbeeld soja en peulvruchten. Van alle plantaardige eiwitten heeft mycoproteïne daarmee de hoogste kwaliteit. Maar het gaat bij vleesvervangers niet alleen om de eiwitkwaliteit. Vlees is ook een belangrijke bron van ijzer, vitamine B1 en B12 en die moeten dus ook in vleesvervangers zitten. In dat opzicht scoort mycoproteïne minder goed: het bevat van nature slechts weinig ijzer en vitamine B1 en geen vitamine B12. Van een goede vegetarische keuze is pas sprake als ijzer, vitamine B1 en B12 aan vleesvervangers op basis van mycoproteïne zijn toegevoegd.

Goede vegetarische vleesvervangers volgens het Voedingscentrum:

  • Eieren
  • Tofu
  • Tempé
  • Noten, pinda’s en pitten
  • Peulvruchten
  • Vleesvervangers met toegevoegd ijzer, vitamine B12 (en vitamine B1 als er dat niet van nature in zit)

Bron(nen):