maandag, 8 augustus 2022

5 tips bij moeite met kauwen of slikken

Zorg dat je goed rechtop zit

Kauw- en slikproblemen komen vaker voor dan je denkt. Bijvoorbeeld door de ziekte van Sjögren, de ziekte van Parkinson, een spierziekte, dementie of als gevolg van een hersenbeschadiging. Vijf tips bij moeite met kauwen of slikken.

Eten doorslikken is een ingewikkeld proces waarbij de spieren van de lippen, kaken, wangen, tong, verhemelte en keel gebruikt worden. Deze spieren werken nauw samen zodat je veilig kunt slikken. Heb je daar problemen mee, dan wordt dat dysfagie genoemd. Het normale slikproces begint met het nemen van het slok of een hap. Hierna wordt het eten gekauwd en op de tong verzameld. Daarna volgen de vier fases van het slikproces:

  1. De tong duwt het voedsel richting de keelholte.
  2. Het verhemelte gaat omhoog en sluit de opening naar de neusholte af.
  3. Het strotteklepje kantelt en sluit de luchtpijp af.
  4. Het voedsel komt in de slokdarm terecht.

Kauw- en slikproblemen

Mensen met het syndroom van Sjögren, Parkinson, dementie of een spieraandoening hebben vaak kauw- en slikproblemen, bijvoorbeeld door gebrek aan speeksel. Ook tand- of kiespijn of last van de kaakspieren kunnen kauwen en slikken moeilijk maken. Dat kan zich op meerdere manieren uiten: je verslikken waardoor je moet kuchen of hoesten tijdens eten of drinken, voedsel of vocht dat uit je mond loopt, moeite met kauwen of moeite met doorslikken. Ook kan de gevoeligheid van de mond verminderd zijn, waardoor je niet goed voelt wat er in je mond of keel gebeurt en kan er voedsel in je wangzak blijven zitten of in je keel blijven steken. Het risico van verslikken is dat voedsel of vocht in de luchtpijp terechtkomt in plaats van de slokdarm. Dit kan resulteren in een levensbedreigende longontsteking of verstikkingsgevaar.

Hoewel het de slikstoornis niet zal verhelpen, zijn er wel een paar dingen die je kunt doen om problemen tijdens het eten of drinken te verminderen:

Lees ook: Zo wordt medicijnen slikken een stuk makkelijker
 

1. Varieer

Varieer met smaken, temperatuur en textuur van je eten. Dit houdt je mond 'wakker'. In het algemeen geldt:

Moeite met kauwen
Kies zachte en gemalen voeding en vermijd hard en taai voedsel (biefstuk, korsten). Denk aan zacht gekookte pasta met veel saus, stamppot met veel jus, gestoofde vis,  roerei, omelet, wentelteefjes, pannenkoeken, zacht fruit, brood zonder korst.

Moeite met manipuleren van voedsel in je mond
Kies voor zachte voeding en vermijd hard, korrelig of kruimelig voedsel en dunne vloeistoffen.

Te weinig speeksel
Eet zachte en vloeibare voeding en drink voldoende. Vermijd droog voedsel, zoals beschuit.

Snel verslikken in vocht
Neem dikvloeibare dranken en vermijd dunvloeibare dranken. Je kunt dunne dranken verdikken met daartoe speciale verdikkingsmiddelen. Ook zijn er tegenwoordig kant-en-klare 'verdikte' dranken op de markt.

Moeite met doorslikken
Eet vloeibare en zachte voeding en vermijd taai en hard voedsel.

2. Zorg dat je goed rechtop zit

Zorg dat je tijdens het eten en zo'n drie kwartier daarna goed rechtop zit (90 graden-houding), met je hoofd iets naar voren gekanteld. Dit is de beste positie om te eten en drinken, tenzij je moeite hebt om eten van voor naar achter in je mond te krijgen; in dat geval kantel je je hoofd juist iets naar achteren.

3. Eet met aandacht

Focus je op het eten. Als je je laat afleiden door bijvoorbeeld de tv, verslik je je eerder.

4. Houd je mond vochtig

Gebruik indien nodig een mondbevochtiger (kunstspeeksel) en zorg sowieso dat je altijd iets te drinken hebt bij je maaltijden. Water of een andere koolzuurvrije drank tussen iedere hap, helpt het eten verder te verwerken. Voeg aan je maaltijd extra jus, saus, crème fraîche, mayonaise of boter toe. Dit helpt om de maaltijd zachter te maken en gemakkelijker te kunnen eten. Ook een pastagerecht met extra saus kan prettig zijn bij een droge mond. Het eten van friszure producten zorgt voor de aanmaak van dun speeksel. Denk aan producten als ananas, augurk, komkommer, zilveruitjes, appel, tomaat, citroen of sinaasappel.

Lees ook: 5 vragen over speeksel en een droge mond

5. Klein is fijn

Snijd je eten zo fijn mogelijk, om de kans op verslikken en stikken te verkleinen.