donderdag, 12 december 2019

Wat is ondervoeding?

Symptomen, gevolgen en behandeling

Ondervoeding komt vrij veel voor, met name bij chronisch zieken en ouderen. En niet alleen bij magere mensen, ook mensen met een maatje meer kunnen ondervoed zijn. Gewichtsverlies is meestal het eerste signaal. Op welke symptomen moet je verder letten? En wat is de behandeling?

Bij kleding die ineens veel losser gaat zitten en ingevallen wangen moeten de alarmbellen gaan rinkelen. Een beetje gewichtsverlies lijkt niet zo erg, maar het probleem is vooral dat juist het spierweefsel afneemt. De kracht en energie kunnen daardoor achteruithollen. Het risico op vallen en daardoor op botbreuken neemt toe. Door het gebrek aan voedingsstoffen kan het lijf niet meer goed functioneren en kan de weerstand verslechteren.

Merk je in je omgeving dat de eetlust bij iemand afneemt of dat eten vaak wordt 'vergeten'? Stel dan een vast weegmoment in. Bijvoorbeeld elke twee weken of eens per maand. Ga naar de huisarts als het gewicht met meer dan 5 procent achteruit is gegaan in de laatste maand of met meer dan 10 procent in het afgelopen half jaar. En zorg voor extra eiwitten en calorieën.

Extra risico

Het risico op ondervoeding is bij sommige ziekten hoger dan bij andere, bijvoorbeeld bij slecht ingestelde diabetes. Ook bij medicijnen die de eetlust doen afnemen en bij slik- of gebitsproblemen moet extra worden opgelet. En bij situaties waarin het lichaam veel voedingsstoffen verliest, bijvoorbeeld door diarree, braken of koorts, valt er soms niet meer tegen op te eten en is snel ingrijpen nodig. Waarschuw de huisarts als iemand langer dan drie dagen niet in staat is om te eten en te drinken. Ondervoeding en uitdroging zijn dan een reëel gevaar.

Wat kun je zelf doen?

  • Calorieën (energie) en eiwitten, daar draait het om in de strijd tegen ondervoeding. De eiwitten zijn nodig om het verloren spierweefsel weer op te bouwen. Geef deze extra voedingszorg:
  • Noteer eens een dag lang wat iemand eet en drinkt. Dit kun je aan de huisarts of diëtist laten zien.
  • Probeer minimaal zes keer per dag iets te eten. Liever zes kleine maaltijden per dag dan twee of drie grote. Zorg voor veel lekkere eiwitrijke tussendoortjes in huis die zo gepakt kunnen worden, ook als je er niet bij bent: vruchtenkwark, pudding, melk, yoghurt, vla, vanille-ijs, nootjes, plakjes worst, blokjes kaas, kibbeling, toastje met zalm of een gekookt eitje.
  • Probeer geen lege calorieën te drinken, maar altijd iets met eiwitten. Dus liever melk of drinkyoghurt dan limonade of frisdrank.
  • Beleg het brood met dubbel hartig beleg. Bijvoorbeeld met kaas en ham of zachte geitenkaas en rauwe ham. Besmeer het brood met roomboter of margarine. Geef een ruime portie vlees of vis bij de warme maaltijd.

Bij de apotheek, thuiszorgwinkel of via organisaties als Sorgente, Nutricia of Mediq Tefa is eiwitrijke drinkvoeding te bestellen. In sommige gevallen wordt dit vergoed door de zorgverzekeraar. De huisarts of diëtist kan de vergoeding aanvragen.

Dementie en ondervoeding

Bij dementie komt ondervoeding veel voor. Probeer allereerst te achterhalen wat de oorzaak is. Lukt het nog wel om pakken en flessen te openen? Weet iemand nog wel de koelkast te vinden? Lukt het om maaltijden op te warmen of brood te smeren?
 Het kan helpen om aanwijzingen te geven. Een briefje bij het koffiezetapparaat met instructies, een sticker met ‘koelkast’ op de koelkast en ingeschonken schaaltjes vla of bekers melk kant-en-klaar in de koelkast. Denkt iemand eenvoudigweg niet meer aan eten of drinken? Vraag aan het bezoek en ook aan de thuishulp om iets te eten en te drinken aan te bieden.

 

Bron(nen):