Wednesday, 20 November 2019

Astma (asthma bronchiale, bronchiaal astma)

Astma is een chronische aandoening, waarbij er altijd kleine ontstekingen zijn in de longen. Deze reageren daardoor overgevoelig op allerlei prikkels, zoals grote inspanning, uitlaatgassen, rook, huisdieren of huisstofmijt. Dit kan leiden tot een astma-aanval, waarbij je veel moeite hebt met ademhalen. Astma is niet te genezen, maar er zijn wel manieren om het draaglijker te maken.

Wat is astma?

Astma is een ziekte die veroorzaakt wordt door kleine ontstekingen in de longen. Deze bevinden zich in de bronchiën, de vertakkingen in de longen die de luchtpijp met de longblaasjes verbinden. Als je deze ziekte hebt, raken je bronchiën snel overprikkeld door bijvoorbeeld rook, sterke geuren, uitlaatgassen, grote inspanning, emoties, huisstofmijt of huisdieren. Niet iedere astma-patiënt reageert op dezelfde prikkels, maar als een overgevoeligheidsreactie optreedt, kan dit leiden tot een zogenaamde astma-aanval.

Bij een astma-aanval spannen de kleine spiertjes rond de bronchiën zich aan, terwijl het slijm binnenin toeneemt en de slijmvliezen opzwellen. Het gevolg is dat de bronchiën minder zuurstof kunnen doorlaten. Inademen en uitademen wordt steeds moeilijker, waardoor de longen niet genoeg verse lucht krijgen. Je krijgt het benauwd en kunt gaan hoesten of piepen. De ademnood die je voelt is erg onprettig en kan zorgen voor angst en paniek.

Op zich is een astma-aanval meestal niet gevaarlijk en gaat deze vanzelf over. Het is echter wel heel vervelend. Bij ernstige aanvallen is het soms nodig om naar het ziekenhuis te gaan. Astma is een chronische ziekte, die niet te genezen is. Er zijn verschillende manieren om aanvallen te voorkomen en te bekorten, zoals ontstekingsremmers of luchtwegverwijders.

Astma komt bij aardig wat mensen voor: ruim 600.000 in Nederland, waaronder meer vrouwen dan mannen. Zo'n 100.000 kinderen in ons land hebben er last van. De ziekte kan op alle leeftijden optreden, maar bij de meeste mensen is het al op jonge leeftijd te merken.

Er zijn verschillende soorten astma, zoals inspanningsastma, allergische astma, niet-allergische astma en ernstige astma. Deze verwijzen naar de oorzaak van astma-aanvallen. Een astma-patiënt kan meerdere van deze soorten tegelijkertijd hebben.

Oorzaken van astma

De precieze oorzaak van astma is tot op heden niet bekend. Erfelijkheid speelt wel een rol. Bij een kwart van de ouders met de ziekte hebben hun kinderen het ook.

Allergieën lijken ook samen te hangen met deze ziekte. Als je dus allergieën hebt, dan heb je meer kans op deze ziekte, zeker als je vaak wordt blootgesteld aan prikkelende stoffen, zoals huisdieren, huisstofmijt, stuifmeel of rook.

Baby's die te vroeg geboren zijn, een te laag lichaamsgewicht hadden bij hun geboorte of een infectie hadden, met name aan de longen, hebben een grotere kans om astma te ontwikkelen. Dat geldt ook voor baby's van wie de moeder rookte tijdens de zwangerschap.

Mensen die tijdens hun werk vaak in aanraking komen met stoffen die de longen prikkelen, zoals verf, kunnen ook deze ziekte ontwikkelen. Dit wordt wel beroepsastma genoemd.

Symptomen astma

Astma gaat gepaard met verschillende symptomen. De belangrijkste zijn:

  • een benauwd gevoel
  • kortademigheid
  • piepende adem
  • hoesten
  • slijm ophoesten
  • minder energie

Hoe wordt de diagnose astma gesteld?

De diagnose astma kan op verschillende manieren worden gesteld. Allereerst kan een (huis)arts met een stethoscoop naar je longen luisteren om te ontdekken of er afwijkingen zijn.

Daarnaast kunnen er diverse onderzoeken worden gedaan. De eerste is een zogenaamd longfunctieonderzoek. Hiervoor bestaan verschillende tests en methoden, die erop gericht zijn om te kijken hoe makkelijk lucht door je luchtwegen stroomt en of je longen voldoende zuurstof afgeven aan je bloed.

Een andere test die vaak gedaan wordt als men astma vermoedt, is een histamineprovocatietest. Histamine is een stofje dat vrijkomt als je ergens allergisch op reageert. Tijdens het onderzoek adem je een vergelijkbaar, onschadelijk stofje in om te kijken wat het effect hiervan is op de werking van je longen. Via deze onderzoeken kan meer duidelijk worden over de ernst van je aandoening en eventuele oorzaken van astma-aanvallen.

Risicofactoren / -groepen

De belangrijkste risicofactoren voor astma zijn:

  • ouders die deze ziekte hebben
  • (aanleg voor) allergieën hebben
  • regelmatige en/of langdurige blootstelling aan prikkelende stoffen, zoals: rook, uitlaatgassen, huisdieren, huisstofmijt en verf

Risicogroepen zijn onder andere baby's van wie de moeder rookte, baby's die te vroeg geboren zijn of met een te laag gewicht, mensen die als baby infecties hadden, met name aan de longen. De ziekte komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Het kan zich op iedere leeftijd ontwikkelen, maar vaak wordt de ziekte al op jonge leeftijd duidelijk, in de kindertijd.

Behandeling van astma

Astma is een chronische aandoening, die nooit echt overgaat. Wel bestaan er medicijnen die de symptomen kunnen verminderen en astma-aanvallen kunnen verkorten of voorkomen. Het gaat dan om luchtwegverwijders en/of ontstekingsremmers, die je meestal via je luchtwegen inneemt met een inhalator. Deze wordt ook vaak een puffer genoemd.

Daarnaast krijgen astmapatiënten doorgaans een oproep voor de jaarlijkse griepprik, omdat besmetting met griep voor hen voor grotere problemen kan zorgen omdat hun longen zo prikkelbaar zijn.

Patiënten met allergische astma kunnen medicijnen voorgeschreven krijgen om hun allergische reacties te beperken.

Verder kun je zelf stappen zetten om de kans op astma-aanvallen te verkleinen, zoals:

  • prikkels vermijden die vaak voor aanvallen zorgen, zoals rook, huisdieren of geuren
  • in goede conditie blijven door voldoende lichaamsbeweging
  • niet roken
  • je algehele gezondheid bevorderen door een gezond dieet
  • eventueel preventief luchtwegverwijders gebruiken als je gaat sporten

Prognose

Astma is een ziekte die niet te genezen is. Wel kun je ermee leren leven. Soms kost het wat tijd om het te accepteren. In gesprek gaan met lotgenoten helpt vaak. Eventueel kun je psychische hulp zoeken. Verder kun je hulp krijgen bij het doorvoeren van veranderingen in je woon- of werkomgeving als dat nodig is. Vraag mensen in je omgeving om rekening te houden met je situatie en bijvoorbeeld niet te roken en geen sterke luchtjes te dragen in je bijzijn. Zo helpen ze aanvallen voorkomen. Je vindt meer informatie over leren leven met deze ziekte op de website van het Longfonds.