maandag, 23 september 2019

Hart- en vaatziekten (cardiovasculaire aandoeningen)

Er zijn veel verschillende hart- en vaatziekten (cardiovasculaire aandoeningen), zoals een hartaanval, beroerte en etalagebenen. Deze ziekten hebben veel risicofactoren gemeen, zoals overgewicht, hoge bloeddruk, diabetes en roken. Hoe kun je je risico op hart- en vaatziekten verlagen en hoe worden deze aandoeningen behandeld?

Wat zijn hart- en vaatziekten?

Er vallen veel verschillende ziekten onder hart- en vaatziekten. In dit artikel gaan we alleen in op de hart- en vaatziekten die door slagaderverkalking (arteriosclerose of atherosclerose) veroorzaakt worden:

  • hartkramp (angina pectoris, pijn op de borst)
  • hartaanval (hartinfarct)
  • TIA (transient ischemic attack, oftewel voorbijgaande aanval met zuurstoftekort)
  • beroerte (herseninfarct)
  • etalagebenen (claudicatio intermittens)

Bij hartkramp en een hartaanval krijgt het hart tijdelijk te weinig zuurstof. Je krijgt daardoor pijn op de borst en bij een hartaanval kan een deel van de hartspier afsterven.

Bij een beroerte krijgt een deel van de hersenen tijdelijk te weinig zuurstof. Hierdoor kan blijvende verlamming van bijvoorbeeld een arm, been en/of de spraakspieren ontstaan. Wanneer het bloedvat snel weer open gaat, kunnen de symptomen kort duren en weer helemaal overgaan. In dat geval spreken artsen van een TIA.

Etalagebenen is een aandoening van de bloedvaten in je benen. De slagader is vernauwd en voert minder bloed naar je beenspieren, waardoor je pijn krijgt bij langdurig bewegen.

Oorzaken van hart- en vaatziekten

Een belangrijke oorzaak van hart- en vaatziekten is slagaderverkalking. Slagaders zijn de bloedvaten die het bloed van je hart naar je organen en andere weefsels vervoeren. Gezonde slagaders hebben een gladde binnenwand.

Door beschadigingen van de slagader ontstaan ontstekingsreacties en kan de wand van het bloedvat dikker worden. Er ontstaan ophopingen van eiwitten en vetten (plaques), waardoor je bloedvaten langzaam dichtslibben. Uiteindelijk kan een slagader helemaal dicht gaan zitten, waardoor het betreffende orgaan geen bloed en zuurstof meer krijgt. Het weefsel kan daardoor afsterven (infarct).

Symptomen

De symptomen van hart- en vaatziekten hangen af van het orgaan of weefsel dat te weinig bloed krijgt wanneer de slagaders dichtslibben. Zuurstofgebrek zorgt ervoor dat cellen afsterven en er pijn ontstaat.

Wanneer je hartspier kortdurend te weinig zuurstof krijgt, heb je hartkramp. Wanneer de hartspier gedeeltelijk afsterft door het zuurstoftekort, heb je een hartaanval. In beide gevallen heb je een drukkende pijn op de borst, die uit kan stralen naar je linkerarm, hals en kaken. Angina pectoris gaat bij rust binnen vijf minuten over, een hartaanval niet.

Wanneer je hersenen kortdurend te weinig zuurstof krijgen, krijg je een TIA. Wanneer je hersenen langdurig geen zuurstof krijgen doordat de hersenslagader is afgesloten, kunnen er blijvende uitvalsverschijnselen ontstaan. In beide gevallen kun je verlamming van een arm of been krijgen, in de war zijn, een scheve mond hebben en/of moeite hebben met het uitspreken van woorden. Ook kan je plotseling dubbelzien of gedeeltelijk blind raken. Bij een TIA zijn de symptomen meestal binnen enkele minuten weer over, terwijl de symptomen bij een beroerte langer aanwezig blijven.

Het belangrijkste kenmerk van etalagebenen is dat je pijn krijgt bij het lopen. Meestal zit de pijn in de kuiten, maar ook de bovenbenen of bilspieren kunnen pijnlijk zijn. Je kunt koude voeten en een verminderd gevoel in de benen hebben.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Heb je symptomen die wijzen op hart- en vaatziekten? Zoek dan medische hulp. Bij symptomen van een hartaanval of een beroerte moet je direct het alarmnummer bellen. Bij symptomen van etalagebenen kun je een normale afspraak maken bij je huisarts.

Je kunt ook je risico op hart- en vaatziekten laten bepalen voordat je symptomen krijgt en maatregelen nemen om je risico te verlagen. Ga naar je huisarts en vraag of hij of zij samen met jou een risicoprofiel op kan stellen. Je huisarts vraagt na welke risicofactoren je zelf hebt en of er hart- en vaatziekten in je familie voorkomen. Je huisarts zal ook je gewicht en bloeddruk meten en bloedonderzoek laten doen. In het laboratorium worden onder andere je bloedsuiker- (glucose) en cholesterolgehalte gemeten.

Risicofactoren

Een ongezonde leefstijl is een belangrijke risicofactor voor hart- en vaatziekten. Onder een ongezonde leefstijl vallen onder andere:

  • roken
  • stress
  • te weinig bewegen
  • ongezonde voeding: veel zout, suiker, verzadigde vetten en alcohol

Ook bepaalde ziekten verhogen je risico om (opnieuw) een hart- of vaatziekte te krijgen:

  • eerdere hart- en vaatziekten
  • suikerziekte (diabetes mellitus)
  • hoge bloeddruk
  • overgewicht
  • verhoogd cholesterolgehalte
  • nierziekten waardoor de nieren niet meer goed werken
  • reumatoïde artritis

Andere factoren die je risico op hart- en vaatziekten verhogen zijn een hogere leeftijd en een Hindoestaanse afkomst. Mannen krijgen vaker hart- en vaatziekten dan vrouwen. Ook wanneer een van je ouders, broers en zussen vóór hun 65e een hart- of vaatziekte kregen, is jouw risico verhoogd.

Behandeling van hart- en vaatziekten

De behandeling van hart- en vaatziekten hangt af van de precieze oorzaak. Met medicijnen of een operatie kunnen artsen het geblokkeerde bloedvat soms weer open maken.

Je kunt zelf veel doen om je risico op hart- en vaatziekten te verlagen. Eet gezond, drink niet te veel alcohol, rook niet en zorg voor een gezond gewicht. Beweeg regelmatig (minimaal een half uur per dag). Je arts, diëtist of fysiotherapeut kan je helpen om een gezond leefpatroon aan te leren en vol te houden.

Daarnaast is het belangrijk om andere risicofactoren te behandelen om je risico op hart- en vaatziekten te verlagen. Wanneer je cholesterolgehalte te hoog is, kan je arts cholesterolremmers adviseren, zoals statines. Een hoge bloeddruk kan ook met medicijnen behandeld worden. Er zijn verschillende soorten bloeddrukverlagende medicijnen, die allemaal op een verschillende manier werken. Voorbeelden zijn betablokkers, plaspillen (diuretica), calciumblokkers en RAAS-remmers. Heb je diabetes? Dan kun je medicijnen nodig hebben om je bloedsuikerspiegel te verlagen, zoals metformine of insuline.

Prognose

De prognose van hart- en vaatziekten wisselt per ziekte en per persoon. Een hartaanval of beroerte kan dodelijk zijn of langdurige schade veroorzaken. Hartkramp en TIA’s zijn vaak een voorbode van een ernstig infarct, maar kunnen overgaan met de juiste behandeling. Een gezonde leefstijl en behandeling van risicofactoren kunnen je risico op hart- en vaatziekten verlagen.