dinsdag, 12 november 2019

Liesbreuk (hernia inguinalis)

Bij een liesbreuk ontstaat er een uitstulping van het buikvlies door een zwakke plek in de buikwand. Je kan eraan geopereerd worden, maar dat is alleen nodig als je klachten hebt of de liesbreuk beklemd raakt. Hoe ontstaat deze aandoening en wanneer kies je voor een operatie?

Wat is een liesbreuk?

De buikwand bestaat uit verschillende lagen: onderhuids vet, spieren en pezen. Wanneer er een zwakke plek in de buikwand ontstaat, kan de inhoud van de buik naar buiten puilen, tussen de spierlagen door. Meestal bestaat de uitstulping uit buikvlies, maar ook de darmen kunnen uitpuilen en in de breukzak terecht komen.

Je kunt de buikwand vergelijken met een fietsband. Wanneer de buitenband (buikwand) kapot is, kan de binnenband (buikinhoud, bijvoorbeeld buikvlies en darmen) door de buitenband heen komen, waardoor er een voelbare en zichtbare bobbel (liesbreuk) ontstaat.

Oorzaken

De oorzaak van een liesbreuk is een verzwakte plek in de buikwand. Zo’n zwakke plek is soms aangeboren. Daarom controleren verloskundigen en kinderartsen baby’s op de aanwezigheid van een liesbreuk.

Bij volwassenen kan de buikwand zwakker worden door verzwakking van het bindweefsel zelf, bijvoorbeeld door roken of een bindweefselziekte. Ook kan een zwakke plek ontstaan wanneer de druk in de buik verhoogd is, bijvoorbeeld bij veel hoesten, obstipatie of veel zwaar tillen.

Symptomen

Het belangrijkste kenmerk van een liesbreuk is een zwelling in de lies, die soms doorloopt tot aan de balzak of schaamlip. Je kunt er pijn aan hebben of een branderig of stekend gevoel. De zwelling wordt erger bij staan, hoesten en persen. Soms is een liesbreuk niet goed te zien, zeker bij vrouwen en bij dikkere mensen, maar heb je vooral het gevoel dat er iets in de lies in de weg zit.

Een liesbreuk kan al bij de geboorte aanwezig zijn of op latere leeftijd ontstaan. De zwelling kan van grootte wisselen en geleidelijk groter worden. Soms verdwijnt de zwelling spontaan, maar komt dan altijd weer terug. Een liesbreuk gaat niet vanzelf weer weg.

Soms raakt een liesbreuk bekneld. Er zit dan vet of een stukje darm vast in de opening van de buikwand dat niet vanzelf overgaat. Een operatie is dan nodig. Neem direct contact op met je huisarts bij de volgende symptomen:

  • steeds meer pijn of plotseling veel pijn die niet overgaat
  • de zwelling wordt steeds erger en neemt niet meer af
  • de bobbel kan niet terug de buik in worden geduwd
  • de zwelling schuift door tot in de balzak (bij jongens en mannen)

Diagnose

De huisarts kan meestal met lichamelijk onderzoek vaststellen of je een liesbreuk hebt. Om de zwelling goed zichtbaar te maken, kan hij/zij je vragen om te staan en op je hand te blazen of te hoesten.

Soms ontstaan vergelijkbare klachten door ophoping van vocht rondom de teelballen (testikels). Je arts kan dan met een speciaal lampje door de zwelling schijnen. Bij een liesbreuk komt er nauwelijks licht doorheen, terwijl een vochtophoping rood en doorschijnend is.

Bij twijfel over de diagnose, bijvoorbeeld als de zwelling op een onduidelijke plaats zit of de zwelling niet te voelen is wanneer je bij je arts bent, is verder onderzoek nodig. Je huisarts zal dan adviseren om een echo van de lies te laten maken.

Risicofactoren

Liesbreuken komen ongeveer vier keer zo vaak voor bij jongens en mannen als bij meisjes en vrouwen. De lies is namelijk anders aangelegd bij jongens dan bij meisjes. Liesbreuken komen vaker voor bij baby’s, doordat de lies nog niet helemaal uitgegroeid is. Ook is de buikwand op jonge leeftijd nog soepeler, waardoor er makkelijker een zwakke plek ontstaat.

Andere risicofactoren zijn factoren die de druk op de buikwand verhogen, zoals veel hoesten door roken of een longziekte. Ook mensen die veel tillen, bijvoorbeeld voor hun beroep, hebben een hoger risico op een liesbreuk.

Behandeling

Een liesbreuk gaat nooit vanzelf over. De enige behandeling is een operatie. Of een operatie nodig is, hangt af van verschillende factoren:

  • Heb je weinig klachten en is de zwelling makkelijk terug te duwen? Dan is een operatie meestal niet nodig. Overleg met je huisarts of chirurg of je af kunt wachten.
  • Heb je klachten, zoals pijn, maar is de zwelling nog steeds makkelijk terug te duwen? Dan kun je een operatie overwegen. Meer dan de helft van de mensen heeft binnen een paar jaar een operatie nodig.
  • Heb je veel pijn en is de zwelling niet terug te duwen? Dan is een spoedoperatie nodig. Zo’n beknelling komt bij drie procent van de patiënten voor.

Kies je voor afwachten? Dan kun je in principe alles gewoon doen. Om ervoor te zorgen dat de klachten zo min mogelijk verergeren, kun je het beste stoppen met roken en zwaar tillen zoveel mogelijk vermijden. Zorg verder dat je niet hoeft te persen bij de stoelgang: houd je ontlasting soepel door veel vezels te eten (fruit, groente, volkoren producten), voldoende te drinken en veel te bewegen. Soms kan een breukband helpen. Bespreek dit met je arts.

Bij een operatie duwt de chirurg de zwelling terug in de buik en versterkt daarna de zwakke plek in de buikwand met een speciaal matje van kunststof. De operatie vindt plaats met een kijkoperatie of via een snee in de lies (open operatie). Een open operatie kan onder plaatselijke verdoving en is daarom geschikt voor mensen die niet onder narcose willen of kunnen gaan. Wel duurt het herstel langer (twee tot drie weken) dan na een kijkoperatie (een week) en is de kans op chronische pijn iets groter dan na een kijkoperatie.

Prognose

Een liesbreuk gaat niet vanzelf over, maar kan alleen behandeld worden met een operatie. Na een operatie zijn de meeste patiënten van hun klachten af. Twee tot tien procent van de geopereerde patiënten krijgt opnieuw een liesbreuk, meestal op dezelfde plek. Ongeveer één op de tien patiënten houdt na een operatie langdurig pijn. Bij één tot drie procent van de geopereerde patiënten is deze chronische pijn ernstig. De pijn kan vervelend zijn maar is in principe niet gevaarlijk.