zondag, 22 september 2019

Prostaatkanker (Carcinoma prostatae)

Een vorm van kanker die steeds meer mannen treft.

Prostaatkanker is kanker van de prostaat. Het is ook wel bekend als prostaatcarcinoom. Prostaatkanker ontstaat in de cellen van de klierbuisjes van de prostaat. Ieder jaar krijgen rond de 10.000 mannen te maken met een kwaadaardige tumor in de prostaat.

Wat is prostaatkanker?

De prostaat ligt rond de urinebuis, onder de blaas en voor de endeldarm. De prostaat heeft de vorm van en is zo groot als een kastanje. Het is een klier. De klieren in ons lichaam produceren en scheiden vocht af. De prostaat bestaat uit klierbuisjes, spierweefsel en bindweefsel. De klierbuisjes van de prostaat maken prostaatvocht. Bij een zaadlozing komt prostaatvocht met daarin zaadcellen naar buiten.

Bij de meeste mannen boven de 30 jaar wordt de prostaat langzaam groter. Dit gebeurt waarschijnlijk door de langdurige werking van geslachtshormonen op het prostaatweefsel. Dit kan zorgen voor afwijkingen van de prostaat. Deze afwijkingen kunnen goedaardig zijn, bijvoorbeeld een abnormale prostaatvergroting. Dit noem je ook wel hyperplasie. Maar prostaatkanker is een kwaadaardige afwijking: een kwaadaardige tumor. Sommige mannen hebben tegelijkertijd een prostaatvergroting en prostaatkanker. Maar als een man een vergrote prostaat heeft, betekent dat niet dat hij ook prostaatkanker heeft of krijgt.

Oorzaken van prostaatkanker

De oorzaak van prostaatkanker is nog niet helemaal bekend. Mannelijke hormonen en bepaalde voedingsstoffen spelen mogelijk een rol bij het ontstaan van prostaatkanker. Maar ook de leefstijl zoals bepaalde voeding en iemands gewicht hebben daar waarschijnlijk invloed op.

Daarnaast speelt erfelijkheid bij prostaatkanker een kleine rol. Bij 5 tot 10 procent van de mannen met deze kankersoort is sprake van een erfelijke aanleg. Erfelijke aanleg betekent dat je meer risico loopt op het krijgen van een bepaalde ziekte door veranderingen in het DNA dat je van een of beide ouders hebt geërfd. Prostaatkanker kan echter ook meer in een familie voorkomen zonder dat er erfelijke aanleg is.

Symptomen van prostaatkanker

Veel mannen met prostaatkanker hebben eerst geen klachten. Wel kan een arts de verandering van het prostaatweefsel door de kanker soms voelen als een vergroting of een verharding van de prostaat. Klachten die na een tijdje ontstaan zijn bijvoorbeeld:

  • vaker plassen, zowel overdag als ’s nachts
  • moeite met plassen
  • het gevoel dat de blaas na het plassen niet leeg is
  • een zwakke of onderbroken straal
  • pijn en een branderig gevoel bij het plassen
  • troebele of bloederige urine
  • bloed in het sperma

Plasklachten komen bij mannen op oudere leeftijd regelmatig voor. Vaak is een goedaardige vergroting van de prostaat of urineweginfectie de oorzaak.

Soms wordt prostaatkanker bij toeval ontdekt, bijvoorbeeld tijdens een medische keuring. Of doordat uitzaaiingen op andere plaatsen zorgen voor pijn. Als prostaatkanker uitzaait, is dat vaak naar de botten. Hierdoor kan iemand pijn in zijn botten krijgen. Uitzaaiingen in de wervelkolom geven soms rugklachten.

Risicofactoren en –groepen

Prostaatkanker komt vooral voor bij oudere mannen. Toch krijgen ook jongere mannen vanaf ongeveer 40 tot 45 jaar ermee te maken. Bij zeer oude mannen wordt prostaatkanker vaak niet ontdekt. Prostaatkanker groeit meestal langzaam, waardoor veel oude mannen er nooit last van krijgen.

Een andere risicogroep bestaat uit mannen die een sterilisatie (vasectomie) hebben laten uitvoeren. Mogelijk hebben zij meer kans op het krijgen van prostaatkanker.

Behandeling van prostaatkanker

Als de prostaatkanker niet is uitgezaaid en alleen in de prostaat zit, is de behandeling gericht op het genezen van de ziekte. Er zijn verschillende behandelingen mogelijk:

  • de prostaat verwijderen via een operatie
  • uitwendige bestraling
  • inwendige bestraling
  • hormonale therapie tijdens en na uitwendige bestraling om eventuele uitzaaiingen die niet (goed) te zien zijn, te bestrijden

Soms is de prostaatkanker al in een te ver stadium voor deze behandelingen. Dan kan iemand kiezen voor palliatieve behandelingen. Deze zijn gericht op het afremmen van de ziekte en het verminderen of voorkomen van pijn. Voorbeelden van palliatieve behandelingen bij prostaatkanker zijn:

  • hormonale therapie
  • chemotherapie
  • behandelen van pijn in de botten, van klachten of pijn bij het plassen en bij mogelijke botbreuken

Stellen van de diagnose

Als iemand met symptomen van prostaatkanker bij de huisarts komt, begint deze met verschillende lichamelijke onderzoeken. Dit zijn meestal deze twee onderzoeken:

  • rectaal onderzoek: de arts voelt met zijn vinger via anus en endeldarm of er afwijkingen aan de prostaat zijn
  • bloedonderzoek: de arts kijkt naar de hoeveelheid PSA in het bloed. PSA is een eiwit dat van nature in de prostaat wordt aangemaakt. Bij problemen met de prostaat is de PSA-waarde in het bloed vaak te hoog.

Als een huisarts denkt dat iemand prostaatkanker heeft, verwijst hij of zij door naar een uroloog. Meestal doet de uroloog zelf ook nog een rectaal onderzoek en laat het bloed nog een keer controleren op de PSA-waarde. Daarnaast doet de uroloog uitgebreider onderzoek, bijvoorbeeld door een echografie via de anus waarbij hij of zij soms weefsel weghaalt voor verder onderzoek.

Als de specialist een tumor vindt, is verder onderzoek nodig. Dit is om te kijken of de tumor zich heeft uitgebreid en of er uitzaaiingen zijn. Zo kan de arts bepalen welke behandeling het meest geschikt is.

Voorbeelden van verdere onderzoeken zijn:

  • lymfeklier verwijdering
  • een scan van de botten
  • een CT-scan (röntgenstraling)
  • een MRI (elektromagnetische straling)

Prognose

Over het algemeen is de kans dat een man prostaatkanker overleeft, heel groot en stijgt nog steeds licht. Tegenwoordig is de overlevingskans van dit type kanker ongeveer 90 procent. Dat was zo’n vijftien jaar geleden nog 86 procent. Wel is de kans dat iemand de ziekte overleeft afhankelijk van het stadium waarin de tumor zich bevindt. Er zijn vier stadia. Van de mannen met een tumor in de eerste drie stadia, is vijf jaar na de diagnose ongeveer 96 tot 100 procent nog in leven. Maar mannen bij wie de tumor in het laatste en vierde stadium is, hebben nog maar 50 procent kans om in leven te zijn na vijf jaar. Ook overlijdt 10 procent van hen al binnen een jaar na de diagnose. Van de mannen bij wie de kanker in een eerder stadium is, leeft vrijwel iedereen nog na een jaar.